Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 16 mei 2013

Recensie: Dorst (2012), Esther Gerritsen



Over een vis die zee wil zijn

Een mens heeft te maken met gevoelens, gedachten en lichamelijke gewaarwordingen, die vaak niet met elkaar in overeenstemming zijn. Het contact met de wereld verloopt daardoor weinig harmonieus. Om daaraan tegenwicht te bieden, probeert men de eigen belevingswereld te neutraliseren, maar helaas is het gevolg daarvan dat men een wezenlijk deel van zichzelf afsluit.

In het prozawerk Dorst hebben Coco en haar moeder Elisabeth moeite hun levens op elkaar af te stemmen. Ze ontmoeten elkaar toevallig op de Overtoom aan het eind van het leven van de moeder. Meteen is de conversatie stroef. Hun relatie was dan ook nooit gemakkelijk. Elisabeth kampt met een levenslange autistische stoornis, waardoor ze haar dochter nauwelijks heeft kunnen opvoeden. Ze sloot Coco op zeer jonge leeftijd op, maar natuurlijk zonder het gewenste resultaat. Coco’s latere val door een ruit betekende het einde van de relatie tussen de ouders.

Het besluit van Coco om weer bij haar doodzieke moeder te gaan inwonen, lijkt eerst gebaseerd op een grap, een uitdagende opmerking tijdens een hilarisch chinees etentje met haar vader, zijn vriendin en Coco’s oudere vriend Hans, maar ze zet door, ook tegen de wens van Hans in.

Coco kreeg door de psychische problemen van haar moeder moeite met haar identiteit, al woonde ze na de echtscheiding vooral bij haar vader en zijn vriendin. Ze kent haar eigen grenzen niet, weet niet wat ze wil en voelt zich gauw teveel. Ze is een vis, zegt ze, terwijl ze ernaar snakt om zee te zijn. Grappig in dit verband is de verhouding tussen de vis Coco en het viswijf, waar haar moeder vroeger voor werd uitgemaakt. Als haar vriend Hans, tegen wie ze alles mocht zeggen, hun relatie op losse schroeven zet, schiet ze in het andere uiterste.

Het verhaal wordt voornamelijk vanuit het perspectief van Coco verteld, maar soms ook vanuit dat van Elisabeth. Deze laatste gebruikt het liefst kapperswoorden omdat die veilig zijn. Ze doet haar best bij Coco te passen, die ze nog steeds in haar buik voelt, maar gemakkelijk is dat niet. De belevingswereld van de moeder komt helaas niet helemaal uit de verf. Enerzijds komt ze niet verder dan het repeteren van klanken, maar anderzijds heeft ze wel inzicht in de familiale verhoudingen.

De gesprekken leiden tot leuke gedachtekronkelingen, zoals tijdens de ontmoeting van Coco met Hans: ’Ze vond het amusant dat hij haar commandeerde en omdat ze het amusant vond dacht ze dat het niet erg was om gecommandeerd te worden.’ Een andere keer leiden ze tot nogal uitgesponnen dialogen. De communicatieve taal staat tegenover de kapperstaal, die vooral wil verbloemen, zoals in een oproep van Hans om eens te praten over hun relatie. ‘Als mensen zeggen dat ze moeten praten, willen ze meestal alleen iets komen vertellen,’ merkt Coco wijsneuzig op.

Esther Gerritsen morrelt aan de bestaande conventies in taal en gewoonten, stelt de manier waarop we met elkaar omgaan in twijfel, probeert daar wat meer lucht in te krijgen, maar vrij worden we nooit. Daarvoor zijn we te beperkt. Dat Gerritsen op haar weg verder moge gaan. Haar taal is springlevend. Dan valt er vanzelf wel eens een Librisprijs in haar net.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen