Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 14 mei 2013

Recensie: Baba Jaga legde een ei (2010), Dubravka Ugresic



Ode aan de ouderdom, vooral die van de vrouw.

Heksen zijn er in alle soorten en maten. In de inleiding van Baba Jaga legde een ei die de titel draagt In het begin vallen ze u niet op… wordt de lezer al gewaarschuwd voor oude vrouwtjes die anders zijn dan ze zich voordoen. Ze lijken hulpeloze schepsels, maar ze bezitten een macht die de werkelijkheid overstijgt.

De heks Baba Jaga is een begrip in Oost-Europa. ‘Ze kan goed zijn, maar ook heel slecht; ze is de moeder en soms ook de moordenares van haar eigen dochters; ze is een vrouw, maar ze heeft geen man en heeft die ook nooit gehad; ze is een helpster maar tegelijk een samenzweerster; ze is uit de menselijke gemeenschap verstoten maar communiceert desondanks met de mensen; ze is een strijdster, maar evengoed een huisvrouw; ze is ‘een dode’, maar ook een levend wezen: ze stopt kleine kinderen in de oven maar wordt uiteindelijk zelf gebraden; ze kan vliegen maar is tegelijkertijd aan de aarde gebonden.’  

Ugresic doet in drie delen de aard van deze heks met haar grillige karakter uit de doeken. Ze speelt daarbij een spel met de werkelijkheid. Alleen al de ondertitels zijn raadselachtig, zoals die van het het eerste deel dat op te vatten is als een eerbetoon aan de oudere medemens: Ga heen naar daar – ik weet niet waar, en breng me dat – ik weet niet wat.

Dit meest ontroerende deel gaat over de relatie van de schrijfster met haar oude moeder, die in een nieuwbouwwijk van Zagreb woont, in het huis waarin de dochter geboren is. De moeder, afkomstig uit Bulgarije, is een eigenzinnige vrouw die met haar stofdoek door het huis loopt, langzaam door kanker gesloopt wordt en aan vergeetachtigheid lijdt. Ze klaagt erover dat ze haar oude vriendin Pupa, een gepensioneerde gynaecologe, zo weinig meer ziet. De dochter ziet de gedragingen van de moeder als ‘signalen van een fundamenteel lijden dat al jarenlang in haar smeulde, van een permanent aanwezig gevoel dat niemand haar zag, dat ze voor iedereen onzichtbaar was.’
Het jonge Bulgaarse dienstmeisje Aba, een afgestudeerd slaviste, gaat samen met de dochter naar een kustplaats in Bulgarije, waar de moeder geboren is. Het samenzijn leidt tot een prachtig ironisch relaas over een onmogelijke relatie tussen de schrijfster en haar jongere idool, die folklore specialiste is, een vak waar de schrijfster weinig mee op heeft. De schrijfster irriteert zich aan het gedrag van de slaviste: ‘Het was een ondertoon van honger. Van een hongerig, hunkerend verlangen dat ik zo goed kende. Een verlangen naar genegenheid dat als een magneet door een soortgelijk verlangen naar genegenheid bij de ander werd aangetrokken en zich daarmee voedde: een verlangen naar aandacht dat bij iemand anders een soortgelijk verlangen naar aandacht bespeurde; een blind verlangen om door een blinde te worden geleid;
een kreupel verlangen dat naar een kreupele lotgenoot zocht; het hunkerend verlangen van een doofstomme die met een doofstomme een gesprek wilde voeren.’

In het tweede deel wordt de aandacht verlegd naar de oude Pupa. Ze neemt met een speciale bedoeling samen met haar vriendin Beba en haar schoonzus Kukla intrek in een duur hotel in Tsjechië. Het is op het eerste oog een wat kluchterig, absurde geschiedenis, die aan elkaar gepraat wordt door de vertelster die tempo wil maken om straks in te houden en steeds zegt dat we door moeten. Het gaat in dit deel om een wirwar van menselijke betrekkingen die steeds duidelijker wordt maar een wat irreëel karakter heeft, zoals een kleinzoon van Pupa die als een deus ex machina in het hotel verschijnt. Daarnaast komen ook ouderdom en sterfelijkheid weer op de proppen in een kritische benadering van het idee om te verjongen door welness en vitaminepreparaten.  

Meer nog dan in het eerste deel staat het tweede deel vol verwijzingen over hekserijen, die in het derde deel worden verklaard. Ugresic heeft daar een bijzondere constructie voor gekozen: een uitgeverij stuurt folklore specialiste Aba een manuscript over Baba Jaga van een auteur met het verzoek om uitleg. Aba schrijft daarop Baba Jaga voor beginners, een inleidende tekst over babajagologie, die ze aanvult met opmerkingen die betrekking hebben op de eerste twee delen van dit boek. Deze verwijzingen zoals bijvoorbeeld over de koelte die rond schoonzus Kukla hangt, halen het kluchterige uit het tweede deel en brengen er diepgang in. Op het eind houdt Aba nog een tirade tegen de mannelijke suprematie die de heks in een hoekje duwt en geeft ze hen een waarschuwing mee. Verrassend is Baba Jaga legde een ei, niet alleen de compositie maar ook de inhoud die naast vermakelijk ook leerzaam is.

Hier mijn verslag van een portret van Dubravka Ugresic (Kutina, 1949), een jaar geleden uitgezonden door Lichtpunt op de Belgische tv.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen