Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 27 mei 2013

Mustafa Stitou over Tempel, VPRO-Boeken, 26 mei 2013



Boeken neemt een voorschotje op de 44 ste editie van Poetry International die van 11 tot en met 15 juni in Rotterdam wordt gehouden. Mustafa Stitou is een van de deelnemers.

De laatste bundel Varkensroze ansichten van Stitou dateert alweer van tien jaar geleden zegt Wim Brands. Hij vraagt of Stitou langzaam werkt of nogal een perfectionist is.
De rustig ogende, vriendelijke Stitou zegt dat het allebei wel zo is en daarnaast is hij ook altijd bezig met research.

Hij leest een zeer toegankelijk gedicht voor uit de nieuwe bundel, dat over zijn vader gaat, die dood is en in een kist ligt, die gedragen wordt door zijn zoon. Als de kist te zwaar wordt, vraagt de zoon de vader uit de kist te komen en een stukje mee te lopen. Zwijgend komen ze aan bij de begraafplaats. De vader gaat in het pas gedolven graf liggen. Zijn zoon vraagt zich nog af of hij wel naar het oosten ligt, maar dicht dan het graf met woeste armbewegingen.

Stitou vertelt dat hij voor het overlijden van zijn vader al afscheid van hem aan het nemen was. Zijn vader was niet ziek maar uitgeput en aan het eind. Toen Stitou eens bij hem was in Lelystad, de stad waar hij zelf opgroeide, merkte hij zijn kortademigheid op. De man was gewoon op. Stitou droomde over hem en noteerde die dromen, maar dit gedicht is geen droomverslag. Daarvoor zijn dromen te onsamenhangend en te particulier. Door het noteren ervan kwam hij wel in een bepaalde sfeer waarin dit gedicht kon ontstaan.

Stitou zegt dat zijn vader, zoveel veel van zijn kennissen, in Marokko is begraven.

Brands stelt dat de vader ook in zijn eerste bundel een grote rol speelde.
Stitou erkent dat zijn vader zijn muze was. In zijn eerste gedichten die hij rond zijn twaalfde, dertiende jaar schreef was de vaderfiguur al sterk aanwezig. Hij wordt naar dat thema toe getrokken.

Brands refereert aan de Amerikaanse schrijver John Ashberry die straattaal en krantenberichten in zijn poëzie verwerkt en vraagt Stitou of hij ook daardoor geboeid wordt.

Stitou maakte met evolutiebioloog Tijs Goldschmidt het boek Melkkleuren. Koeien weerspiegelen onze relatie met de natuur, zegt hij. De koe is veranderd van een onbeheersbaar dier tot een wezen dat melk en vlees produceert. Het dier raakt hem. Hij schreef ook gedichten over koeien, waarbij berichtjes in de krant hem inspireerden.

Hij leest een drietal humoristische gedichtjes voor waarin koeien ontsnappen, in een zwembad terechtkomen of opeens tegenover een vrouw staan die zojuist boodschappen heeft gedaan.

Brands vraagt of zijn vader zijn poëzie gelezen heeft.
Stitou ontkent dat omdat zijn vader geen Nederlands kon lezen. Daarom las hij ook nooit voor uit zijn gedichten. Hij las wel delen van de Koran aan hem voor. 


   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen