Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 10 februari 2013

Theaterrecensie: Sartre zegt sorry, Toneelschuur, 9 februari 2013


Boeiender vorm dan inhoud

Het ging rond dat Laura van Dolron een nieuwe kijk op cabaret had. Meestal wordt daarin veel gepraat, is er drukte om niets, probeert men de leegte te verbergen. Van Dolron zou een verademing zijn omdat ze persoonlijk blijft.

Voor aanvang van de voorstelling staat ze samen met medeacteur Steve Arnouts op het kale toneel met een luie stoel in het midden en een lange tafel met boeken, leeslampen en theezakjes die over de tafelrand bungelen. Het is alsof ze wil zeggen dat het geen toneel is, dat ze gewoon iets zullen vertellen, zonder pretentie.

Steve meldt zich als eerste. Verrassend genoeg spreekt hij Vlaams. Hij is Sartre, die door Laura uit zijn graf gehaald is om zijn excuses aan te bieden. Dat doet hij ter plaatse, maar dat is niet naar de zin van Laura, die als een viswijf op hem afkomt, hem zijn stoel wijst en eerst wil uitleggen wat het effect is geweest van zijn existentiefilosofie.

Ze wijst op het publiek dat er apathisch bij zit. En dat is dan nog de intelligentia. Hoeveel erger moet het dan niet gesteld zijn met de mensen buiten deze kleine theaterzaal? Ze verwijt Sartre dat hij de medemens als de hel voorstelde en geen oog had voor schoonheid. Zelf komt ze met voorbeelden van schoonheid, zoals een bedauwde framboos en de gladde huid van een man, die net is klaargekomen. Ze zijn echter niet erg overtuigend en helpen de voorstelling, die, zoals ze zegt veel over mannen zal gaan, niet vooruit.

Terwijl ze Sartre, die zich wil verweren, de mond snoert, gaat ze verder in op het nihilisme dat de mensen apathisch heeft gemaakt. Als Sartre tot haar verbazing zegt dat hij zich wel met schoonheid heeft bezig gehouden lijkt de bodem onder de voorstelling weg te vallen, maar als Sartre zegt dat schoonheid is waar  verschrikking begint, kan het gewoon weer doorgaan.

De zelfbewuste generatie van Laura zit in een doos waarin niets gebeurt, zou filosoof Maarten Meester zeggen. Men heeft het alleen over de televisie bij een kopje thee. Laura mist het grote verhaal. Ze wil graag out of the box denken en deed dit ook bij haar vriend met wie ze negen jaar samenleefde. De relatie bloedde dood omdat ze alles smalend relativeerden en tussen aanhalingstekens zetten. In plaats van de gebruikelijke afstand te nemen wilde Laura dichterbij komen. Ze deed hem een huwelijksaanzoek, ook al tegen de tijdgeest in.

In een lange pleitrede probeert ze haar vriend over te halen om met haar te trouwen, maar hij wilde niet. Sartre geeft als commentaar dat hij zich dat wel kan voorstellen. Het heeft niet te maken met verliefdheid, maar met angst. Als je iemand niet bezit, kun je haar ook niet  kwijtraken. Hij had het ook met Simone. Hij zocht daarom het gezelschap van andere vrouwen. Niet om de seks.

Laura kan zich dat laatste wel voorstellen van iemand die altijd in de boeken zit, een gesprek met een vriend afbreekt omdat hij een verhandeling over intimiteit moet schrijven. Alle energie gaat in het hoofd zitten. Ze heeft het zelf ook. Ze schetst Sartre als een lelijk kereltje met een wijkend oog en een jusvlek op zijn pak. Iemand die zijn vader miste en een gestoorde moeder had, niet leefde en altijd maar in de boeken zat. Het is jammer dat ze een karikatuur van de filosoof maakt en dat hij geen weerwoord mag geven. Daarmee had de voorstelling aan inhoud kunnen winnen en was het ook interessanter geweest voor anderen dan generatiegenoten van de cabaretière.      

Waarom heb je eigenlijk mij uit mijn graf gehaald, vraagt Steve tussendoor. De vraag is zo verkeerd nog niet. Als ze meent dat het nihilisme het probleem is, had ze beter Nietzsche kunnen doen opstaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen