Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 11 januari 2013

Frank en Maarten Meester over Meesters in het hier en nu, VPRO-Boeken, 30 december 2012


Een tweegesprek over ons gehypte bewustzijn

De twee broers Meesters, beiden gekleed in witte overhemden zonder stropdassen onder een eenvoudig jasje, hebben anders dan hun twee andere broers niet voor de electrotechniek, maar voor de filosofie gekozen. Ze zijn voorstanders van de publieksfilosofie en treden, op  aanraden van de vrouw van Frank (links op de omslag) die vond dat hun onderlinge discussies door meer mensen gehoord mochten worden, onder andere op in de Nacht van de Filosofie.

Het is inderdaad een toneelstukje dat de broer opvoeren, maar wel van een ernstige soort. In hun gesprekken hoor je eerdere discussies terug. Ze zijn het nooit helemaal met elkaar eens en moeten zich bedwingen om de ander niet in de rede te vallen. Wim Brands heeft een aantal gespreksonderwerpen bij hen opgevraagd, maar begint met een eigen onderwerp, de discrepantie tussen het geluk dat Nederlanders zeggen te ervaren en het toenemende gebruik van anti-depressiva.

Helaas zijn de pillen net al ter sprake gekomen. Naar aanleiding van de opmerking van Brands dat wij tegenwoordig van gebeurtenis naar gebeurtenis snellen. Hij doelt daarmee op het hype-achtige karakter van de media die steeds weer een nieuwsfeit tot blikvanger promoveren. Of het nu een zieke bultrug is, een jongen die alleen rauw vlees te eten krijgt van zijn moeder of een Pakistaans meisje dat zwaar mishandeld wordt omdat ze haar recht op onderwijs opeist.

Maarten duidt deze gang van zaken vanuit onze behoefte aan spektakel. We zitten vast in ons bewustzijn. Hij gebruikt daarvoor het boeiende beeld van dozen: we rijden ’s ochtends in een doos naar een grote doos (kantoor) en kijken daar weer naar een doosje (het computerscherm). Daardoor beleven we niets en zijn we gevoelig voor gebeurtenissen die onze emotie opwekken. De filosofie probeert ons uit die dozen te halen.
Frank heeft tegen deze zienswijze bezwaar. In dit programma zitten zij ook in een doos. Alles wat we meemaken wordt vertaald als een spektakel. Onze woorden vallen niet samen met de werkelijkheid.
Maarten onthult dat de visie van Frank ontleend is aan René Boomkes. Hij is het wel met Frank eens. We zitten vast en willen daar vanaf. Hij licht dit toe aan de hand van het voorbeeld depressie, waarover Trudy DeHue in De depressie-epidemie (2008) stelde dat het begrip depressie pas laat is ontstaan. Eerst was er sprake van melancholie die ook nog mooie kanten had, nu is het gerelateerd aan een bio-medisch model. Een tekort in de hersenen kan worden opgeheven met een pilletje. De filosofie zoekt naar de oorsprong van begrippen en maakt de ontwikkeling en daarmee ook de betrekkelijkheid ervan duidelijk.

Dan komt Brands met zijn stelling over de discrepantie tussen geluk en pillen. De broers betwisten de waarde van het onderzoek door Ruut Veenhoven. Ze zijn het erover eens dat men niet de mensen zelf moet ondervragen, want die hebben geen inzicht in dit onderwerp.
Maarten zegt dat geluk te maken heeft met gelukt zijn, geslaagd zijn, met het ontwikkeld hebben van je vermogens. Zoiets kun je pas aan het eind van je leven vaststellen.   
Frank begint over de innerlijke plicht onszelf te zijn. Sinds we niet meer onze waarde ontlenen aan onze positie, moeten we die uit onszelf halen.
Volgens Maarten is dat niet gemakkelijk. Hij vindt dat we daartoe niet meer naar de televisie moeten kijken en zeker niet naar reclames omdat die verkeerde prikkels in ons hoofd activeren, die ons bewustzijn gevangen houden. Beter is het om naar buiten te gaan, te bewegen, goed voedsel te eten, veel te lezen en met anderen te spreken over wat je van waarde vindt in het leven. Concentratie is belangrijk, zoals door een muziekinstrument te bespelen.
Frank, die niet zoveel van de dozen moet hebben, zegt dat men daarmee weer in een andere doos terechtkomt. De vinger die we naar onszelf wijzen, keert zich al snel tegen een ander.

Het gaat om beheersing, concludeert Brands, nadat de heren nog enige tijd over dit thema gesproken hebben.
Maarten noemt de publieksfilosofie het nieuwe moraliseren, waarbij men als het ware nieuwe software in zijn hoofd brengt.
Zelf denk ik dat een eerdere suggestie, namelijk dat de maatschappij teveel van mensen vraagt, zoals om zichzelf te zijn, meer steekhoudend is. Het gaat niet in de eerste plaats om een verandering van bewustzijn, maar om een andere maatschappelijke organisatie waardoor een minder gehypt en meer onafhankelijk bewustzijn vanzelf volgt.  
 
Hier een link naar het eerste hoofdstuk van De depressie-epidemie. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen