Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 21 februari 2017

Bor Bjerg over Auerhaus, VPRO Boeken, 19 februari 2017


Een inkijkje in de denkwereld van achttienjarigen

De aankondiging op teletekst van Auerhaus spreekt van een all age roman die van de volwassen lezer een scholier maakt, die hij, aldus het Literarisches Quartett, ooit was of wenste te zijn. Dat is een intrigerende introductie van de roman van Bov Bjerg, een pseudoniem van Rolf Böttcher (1965). Jeroen van Kan vat het boek in een paar zinnen samen. De achttienjarige Frieder wordt na een zelfmoordpoging in een kliniek opgenomen en woont daarna een paar maanden met een stel klasgenoten in het Auerhaus, het huis van zijn opa die kort daarvoor overleden is. Het is de tijd voor hun eindexamen, waarin ze vele gesprekken met elkaar voeren.

Bjerg leest verrassend genoeg de eerste alinea voor uit de Nederlands vertaling.
Jeroen van Kan vraagt hem hoe hij Nederlands geleerd heeft.
Bjerg antwoordt dat hij het leerde in Berlijn en ook een half jaar in Amsterdam studeerde, maar dat is alweer lang geleden. Hij vindt het daarom goed om in het Duits door te gaan.

Van Kan begint over de jeugdigen in het Auerhaus die allemaal achttien jaar zijn en aan het begin van hun leven staan.
Bjerg ziet die leeftijd als een kantelpunt. Men is nog kind als volwassene. De groep gaat nog op de fiets naar het gymnasium en heeft nog geen duidelijke voorstelling van de toekomst. Ze denken dat het leven zo’n beetje zal blijven zoals het op dat moment is en dat ze niet heel anders zullen worden. Ze zoeken een omgeving waarin ze zich op hun gemak voelen en vinden die met elkaar in het Auerhaus. Behalve Cecilia komen ze uit gezinnen waarin de ouders niet doorgeleerd hebben, hetgeen vervreemding met het eigen milieu veroorzaakt.

Van Kan wil een vraag stellen die niet zo gemakkelijk in het Duits uit zijn mond komt en daarom schakelt hij over naar het Nederlands. De vraag heeft betrekking op de teleurstelling die de groep moet ervaren omdat hun leefwijze in het Auerhaus eindigend is.
Bjerg noemt Höppner als voorbeeld, die na het behalen van zijn diploma in dienst gaat, Harry vond een manier om zijn homoseksualiteit te beleven, Cecilia ging in Amerika studeren. De woongroep was atypisch omdat ze aanvankelijk daaraan deelnamen om Frieder in leven te houden maar daarnaast hadden ze ook minder altruïstische motieven en gedragsproblemen. Later beseffen ze dat de tijd samen ook vormend en verbindend was. Uitgangspunt van de roman was het existentiële idee dat men in het leven risico’s kan nemen als het bestaan niet bevalt. Frieder was degene die altijd een stapje verder ging dan de anderen, op een dag een kerstboom omhakte en daarop een zelfmoordpoging deed. Bij hem sloeg de slinger verder uit dan bij de anderen. Hij gaf zich bloot, zocht een uitweg uit de bestaande situatie. Uiteindelijk gaat hij een opleiding doen om fietsen te repareren. Hij ziet daar zelf ook de humor van in.

Van Kan vraagt of het jammer is of gelukkig dat men in de woongroep nog niet weet wat men met het leven zal gaan doen.
Bjerg antwoordt dat hij het boek zo moest schrijven om het geen kitsch te laten worden. Hij had als afloop kunnen bedenken dat allen een glanzende carrière beleefd hadden maar zoiets kan men in literatuur niet doen.

 



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen