Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 8 oktober 2016

Theaterrecensie: De nazi en de kapper, BEER Muziektheater, Toneelschuur, 7 oktober 2016


Relatie tussen daders en slachtoffers onder de loep genomen

Een uitverkocht huis maakt zich op voor een ongetwijfeld bijzondere voorstelling van de rasacteurs René van ’t Hof en René Groothof. Het duo dat de lach gemakkelijk op de kaken brengt, speelt een achttal, door Helmert Woudenberg bewerkte, scènes uit de gelijknamige roman van de Duitser Edgar Hilsenrath (Leipzig, 1926). De schrijver baseerde The nazi and the barber (1971) op een krantenknipsel over een persoonsverwisseling tussen een SS-er en een jood, in de roman respectievelijk Max Schulz en Itzik Finkelstein geheten.

Het vakmanschap waarmee Van ’t Hof en Groothof met dit delicate onderwerp omgaan blijkt meteen in de openingsscène, waarin de humor ingetogen blijft. De vrienden Schulz en Finkelstein, beiden gekleed in een simpele zwarte broek en wit overhemd, bespreken de toestand in hun stad. Schulz heeft van zijn stiefvader gehoord dat de stad verjoodst en dat dit geen goede zaak is. Finkelstein zet vraagtekens bij deze constatering. Op de 33.099 inwoners zijn er maar 99 joden. Maar ze wonen wel in het centrum, brengt Schulz daar tegenin. Het is een thema dat vandaag de dag weer aan de orde is. De onenigheid komt in het geval van Schulz, een kapperszoon net als Finkelstein, voort uit jaloezie. De kapsalon van Finkelstein staat in hoger aanzien dan de kapperszaak van zijn stiefvader. Schulz gaat verder over de aard van het joods zijn. Hij vindt dat hij er zelf veel meer uitziet als een jood dan zijn vriend en wil wel eens zien hoe hij besneden is. Van ’t Hof bouwt de spanning op, draait vervolgens zijn rug naar het publiek en opent zijn gulp om aan het verzoek van zijn vriend te voldoen.

In de tweede scène wordt de sfeer grimmiger. De humor over de stiefvader die knipt met happen, maakt plaats voor echt geweld. Schulz ramt erop los in de kapsalon van Finkelstein en meent dat joden beter kunnen emigreren om de degeneratie van het Duitse ras te voorkomen. Schulz gaat ten oorlog en gedraagt zich net zo barbaars als Max Aue in het boek De welwillenden van Jonathan Littell. Om te ontkomen aan de spanning aan het front, wordt Schulz ingezet om joden en masse dood te schieten in een concentratiekamp. Met kalmte praat hij daarover tegen een weduwe van kameraad Holle die in de sneeuw gesneuveld is. Haar behoefte aan seks met zo’n geweldenaar is groter dan haar rouwbeklag. Het cynisme spat van de planken.

De geschiedenis neemt een wending als Schultz zich uitgeeft voor Finkelstein. Een lepe onderzoeker dient zijn identiteit vast te stellen. Van ’t Hof speelt de rol met veel flair. Slechts een potlood in zijn hand tekent de sfeer van het onderzoek. Daarmee duwt hij kort in de geopende gulp van de kandidaat om zijn besnijdenis vast te stellen. De emigratie naar het beloofde land kan beginnen.

In het vervolg is het niet meer mogelijk om de twee hoofdpersonen uit elkaar te houden, zodat ik de algemene aanduiding kapper gebruik. Rechter Richter laat zich aan boord van het schip door de kapper scheren. Ze praten over voortvluchtige nazi’s. De kapper zegt dat ze Schulz niet zullen pakken. Ze verwedden er een fles champagne om.

De kapper, die een zak gouden tanden bij zich heeft waarmee hij later een eigen kapperszaak koopt, ontwikkelt zich steeds meer tot een rabiate Arabierenhater. Hij bezoekt een restaurant waarin hij zijn gal spuwt over het feit dat men een Brits lijk voor zijn raam gehangen heeft en vraagt de kelner naar een bordeel waar hij zijn frustratie kan afreageren op een dikke prostitué. In deze zesde scène komt het toneelbeeld, bestaande uit een aantal slordig opgestelde tafels met witte lakens, mooi tot zijn recht.

De kapper wordt in een donkere kelder verhoord door de gewelddadige zionist Schwartz, die tegen de Britten strijdt, terwijl de kapper een joodse wereldheerschappij nastreeft gelijk Hitler deed in Duitsland. In zijn betoog vallen gaten, die in de laatste, ontroerende scène met Richter nog duidelijker te horen zijn. Richter, die terug komt op de weddenschap, wil niet geloven dat Finkelstein Schulz is, maar zegt - op verzoek van Schulz - dat hij in dat geval een enorme doodsangst zal kennen, net zo groot als die van allen die hij in zijn leven heeft omgebracht. Voor het eerst is de kapper met stomheid geslagen. De pijn is niet te bevatten.   

Met minieme middelen brengen Van ’t Hof en Groothof onder regie van Aike Dirkzwager het verhaal van de persoonsverwisseling tot leven die in het beloofde land tot een veranderde relatie tussen daders en slachtoffers leidde. De stok waarmee Schulz de boel in de kapsalon kort en klein sloeg verandert aan het eind van scène twee in een geweer waarmee hij paradeert. De kelner slaat een vlieg weg en doet daarmee denken aan de voorstelling Dag vlieg (2014) van René Van ’t Hof. De mimespeler pur sang weet in De nazi en de kapper de clownerie te beperken, maar maakt van Richter een onvergetelijk typetje. De humor die nooit ontbreekt is onvermijdelijk wrang en schuurt op de kaken van de toeschouwers. Tijdens het staande applaus wijzen de spelers op een kleine man vooraan met een klotje op zijn hoofd. Het is de schrijver Hilsenrath (zie foto) die op negentigjarige leeftijd de moeite heeft genomen de uitvoering van zijn stuk bij te wonen, ook al spreekt hij alleen Duits. Het maakte de avond memorabel.

Hier het promofilmpje op YouTube, hier een lang interview met Hilsenrath in De Groene Amsterdammer van 3 oktober 2008. Daarin vertelt hij dat hij de relatie tussen nazi’s en joden met zoveel wrange humor aan de kaak stelde, dat geen enkele Duitse uitgever de roman aanvankelijk wilde uitgeven. In 1977 kwam de Nederlandse vertaling uit. Die wordt goed verkocht, vertelden me medewerkers van Athenaeum Boekhandel Haarlem. Ze zeiden er bij dat de Duitse versie ook heel goed te doen is. Hier mijn bespreking van Dag vlieg.

aangepast 12:37 uur. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen