Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 26 oktober 2016

Recensie: Moussa of de dood van een Arabier (2015), Kamel Daoud


Hervertelling in de coulissen van een meesterwerk.

In romans wordt wel vaker naar andere romans verwezen, maar de manier zoals de Algerijnse schrijver Kamel Daoud dat doet, is wel heel bijzonder. Het is zelfs zo dat Moussa of de dood van een Arabier moeilijk te lezen is zonder kennis van De vreemdeling van Albert Camus. In mijn recensie van deze laatste korte roman uit 1942 wees ik vooral op het existentialistische karakter ervan. Daoud (1970) pakt een ander element bij de kop: de tegenstelling tussen de autochtone bevolking van Algerije en de Fransen die daar tot de Algerijnse burgeroorlog, die tot 1962 duurde, aan de macht waren.

De aanklacht tegen het kolonialisme komt tot uiting in het feit dat hoofdpersoon Meursault in de roman van Camus een Arabier doodde, die verder geen naam krijgt, alsof een Arabier die ook niet waardig is. Daoud stelt het voor dat de dode Moussa heette en een broer was van zijn hoofdpersoon Haroen. De laatste zit aan het eind van zijn leven in een café in Oran met een Fransman uit Parijs, die Meursault als een held ziet. Haroen vertelt hem over de tragiek die hem overkwam na de dood van Moussa. Hij was zeven jaar oud in die tijd. Zijn vader had het gezin al verlaten. Hij werd onder de duim gehouden door zijn moeder en kwam, na een korte platonische verhouding met de knappe Meriem die in 1963 de dood van Moussa onderzocht, nooit aan een vrouw. Het is een hervertelling van het verhaal van rechts naar links, zoals Haroen mooi zegt. Een zus heeft hij nooit gehad, zoals Masson in de roman van Camus beweerde.

De stijl waarin Daoud het verhaal van Haroen vertelt is nogal wollig, maar de inhoud wordt steeds spannender omdat Haroen steeds meer op Meursault gaat lijken. Haroen heeft zich zo erg met Meursault geïdentificeerd dat hij ook een buitenstaander, een vreemdeling is geworden. Daarmee overstijgt het thema dat van de koloniale tegenstelling en bereikt het boek dezelfde existentiële niveau als de vreemdeling. Daarbij dient gezegd dat Camus veel helderder dan Daoud schrijft. De laatste geeft dat zelf ook toe. Hij weet zelfs niet goed hoe te reageren als hij en zijn moeder de roman van Camus onder ogen krijgen: ‘Moesten we een onbedaarlijke slappe lach onderdrukken nu we daar als een belachelijk stel in de coulissen van een meesterwerk bleken te staan waarvan we het bestaan niet eens kenden?

Na de dood van Moussa vertrok Haroen met zijn moeder naar een andere plaats om het verleden te laten rusten, maar veel kwam daar niet van terecht. De geest van Moussa zwermde om Haroen heen en liet hem niet met rust. Later horen we van Haroen dat hij ook een moord op zijn geweten heeft. Hij schoot twintig jaar na Meursault een Fransman dood. Omdat de onafhankelijkheid toen al een feit was, kwam hij in de gevangenis terecht, waar hem geen aalmoezenier kwam bezoeken zoals Meursault overkwam. Zelf werd Haroen ook om zijn gebrek aan patriottisme aangevallen. Daoud haalt een lange passage aan waarin Meursault de vloer aanveegt met de geestelijke. Daarbij viel me op dat hij de naam Marie in de originele vertaling van Adriaan Morriën heeft veranderd in Meriem.

De taal waarin het verhaal gevat is, doet af en toe erg gezwollen aan, zoals we wel kennen van Franstalige auteurs. ‘Mama beheerste de kunst om geesten tot leven te brengen, en omgekeerd om haar naasten te vernietigen, ze te verdrinken in monsterlijke golven van zelfbedachte verhalen.’ De roman staat vol van dit soort zwaar aangezette passages.

Tekenend voor de onmacht die de oude Haroen in het café ervaart is zijn hoop dat een andere cafëganger zijn hervertelling hoort. Dat blijkt ook al niet het geval te zijn, waarna Haroen, net als Meursault, hoopt dat hij gehaat zal worden om wat hij allemaal verteld heeft. Of dat nu waarheden waren of leugens. Of dat nou alle vertelsels waard waren, valt te betwisten, al moet gezegd dat de constructie adembenemend is.  

Hier mijn bespreking van De vreemdeling.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen