Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 27 oktober 2016

Open brief aan Niña Weijers en Nina Polak, medewerkers aan De Gids, 25 oktober 2016


Beste Niña en Nina,

Het verraste me dat jullie De Gids 5 van 2016 vulden met een themanummer over verzet. Twee jonge vrouwen uit de jaren tachtig, die aan de voet staan van een veelbelovende literaire carrière, maken zich druk over een onderwerp dat mij aan het hart ligt. Literatuur en maatschappelijke verandering, hoe vallen die aan elkaar vast te knopen? Hoe verhoudt de vrijheid van de kunstenaar zich met het huidige maatschappelijk onbehagen? Wat kan een schrijver doen om mee te werken aan de verandering van ons maatschappelijk bestel, een leefbaarder aarde, een zonniger toekomst?

In een briefwisseling tussen jullie, waarin jullie ook alvast verwezen naar andere bijdragen in het nummer, werden de contouren van het thema geschetst. Niña was afgelopen zomer in Berlijn en zag daar een tentoonstelling van Julian Rosefeldt, waarin Cate Blanchett dertien verschillende rollen aanneemt en daarbij maatschappijkritische teksten uitspreekt. Het bracht Niña op de vraag of kunst kan leiden tot verzet. Of dat niet eerst een politieke vorm moet krijgen. Schrijven is veelal een nogal vrijblijvende activiteit, die omgeven is door een romantische waas. Enig plichtsbesef is wellicht van belang.

Nina antwoordt daarop dat we in liberale tijden leven waarin iedereen mag zeggen wat hij of zij denkt. Een al te stellige toon wordt niet gewaardeerd. Een politieke stellingname is, anders dan de dubbelzijdige kunst, meteen zo eenduidig. Toch moet er een verbinding mogelijk zijn. Ze kiest voor een positie als politiek kunstenaar.

Niña schrijft een paar maanden later dat het maatschappelijk systeem zeer complex is en dat wij ermee te zeer verweven zijn om er afstand van te kunnen doen. Ze denkt wel dat er een moment kan ontstaan waarop het vage onbehagen omslaat in iets concreets, maar voelt zich in de eerste plaats een schrijver. ‘En dit is een literair tijdschrift, geen anarchistisch kookboek dat voorschrijft hoe je een bom bouwt.’ Dat sluit echter niet uit dat zij graag iets formuleert over zaken die ertoe doen.

Nina is inmiddels ook naar de tentoonstelling van Rosefeldt geweest en typeert die als Hollywoodesthetiek. Ze zet dat tegenover de strijdbaarheid van Svetlana Alexijevitsj. Helaas heeft de huidige generatie daar weinig mee van doen. Nina stelt vast dat er een onderdrukker aanwezig moet zijn die tot actie aanspoort. ‘Als het de staat niet is, dan worden we het zelf wel. We zullen ons altijd blijven bevrijden, van de ander, van onszelf. Literatuur gaat over allerlei soorten gevangenschap en bevrijding.’ Ze ziet in de romantiek een onderdrukker, maar vraagt zich tegelijkertijd af of haar idee van verzet niet op een romantisch idee gebaseerd is.

Jullie kwamen een heel eind, meiden, maar de uitwerking blijft in gebreke. Wellicht is dat te wijten aan een liberaal vrijheidsbegrip, waarbij iedereen moet kunnen roepen wat hij wil. Het onderdrukkende economische systeem spint daar garen bij. We zijn zoekende naar de beste manier om die te bestrijden. Daarover horen we gelukkig meer van andere auteurs in dit verzetsnummer, zoals dichteres Hannah van Binsbergen (1993) die stelt: ‘Beschrijf alle kankers van de samenleving tot in detail als je het niet kunt laten, maar zeg ons daarna in godsnaam wat we eraan kunnen doen. Maak werk geen analyses.’ Daan Heerma van Voss (1986) bekritiseert het hedendaagse feminisme dat te veel naar cheerleaderschap riekt en roept op tot meer verantwoordelijkheid: ‘iets toevoegen aan de wereld. Iets nieuws, iets krachtigs, iets wat het verdient gehoord te worden.’

Volgens mij hoeven we ons niet in oorlogstenue te kleden, geen pamfletten uit te delen en gespierde taal uit te slaan. De schrijver mag rustig thuis blijven en zijn eigen werk doen, zolang authenticiteit daar maar een onderdeel van is. Jamal Ouariachi (1978) sluit daarop aan in een pleidooi voor schrijvers die bezig zijn met hoe het is om te leven, te voelen, te denken, te handelen. Zij verkennen waar de grenzen liggen van het bewustzijn. Dat is niet voor iedereen weggelegd: ‘Het gros houdt zich bezig met het vertellen van traditionele verhaaltjes. Virtuoos soms, meeslepend vaak. Maar allemaal ploegen ze voort op een doodlopende weg.’ Zij doen denken aan de romantici, die Weijers eerder noemde, geheel losgezongen van elke maatschappelijke context.  

Daniël Rovers (1975) doet een oproep tot meer empathie in de literatuur. Anders dan in een sadistisch universum, heeft de schrijver mededogen met zijn personages. ‘De roman biedt een kans, wellicht zelfs de beste kans, de gemengde gevoelens te beleven die een mens tot mens maken, een wezen met de neiging zichzelf tegen te spreken en blind te blijven voor de tegenspraken waaruit hij bestaat.’ Pieke Werner (1987) illustreert zijn uitspraak met het prachtige verhaal Deze mensen, dat over een familiebijeenkomst gaat waarbij een jonge ik figuur de illusies van de familieleden en haar eigen reactie daarop feilloos benoemt, zonder die verder uit te leggen. Ze hoopt te voorkomen dat ze in een allesverlammende chaos terecht komt. ‘Maar steeds zal ik snel moeten zijn. Snel en weerbaar. Dat zal altijd zo moeten blijven. 

Dat laatste geldt in deze verwarrende tijden voor ons allen. Alert en duidelijk als de menselijke waardigheid in het geding is. Dat wens ik ook jullie toe, medestrijders.

Rein Swart.

  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen