Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 4 oktober 2016

Luc Sante over Het andere Parijs, VPRO Boeken, 2 oktober 2016


Het mogen maken van fouten is een bron van vernieuwing

VPRO Boeken heeft de Belgisch Amerikaanse schrijver Luc Sante (Verviers, 1954) uitgenodigd om te praten over Het andere Parijs, een rijk geïllustreerd boek over de stad in vroeger jaren. De ondertitel Stad van het volk geeft aan dat het vooral over de arbeidersklasse gaat, al hoeven dat niet allemaal mensen te zijn die werkten, maar horen daar ook anderen toe die in het centrum woonden tot dat na 1850 door Haussmann platgegooid werd. Om de sfeer van vroeger voor het nageslacht te bewaren en die aan vergetelheid te ontrukken, dook Sante, die eerder al een klassiek boek over New York schreef, in het verleden van de lichtstad.

Jeroen van Kan vraagt waar de interesse van Sante voor zijn onderwerp vandaan komt.
Sante antwoordt dat de achterkant van de stad, de verborgen geschiedenis van Parijs zo goed als verdwenen is. Hij wilde de ruïnes daarvan vastleggen voor de huidige toerist, vooral de Amerikaan, die daarmee een heel ander beeld van Parijs krijgt dan het gebruikelijke. Zo brengt hij de bevolking van de zone in kaart, die vooral bestond uit zigeuners, die door de aanleg van de Phériphérique werden verjaagd. De zonard, zoals men deze bevolking noemde, leefde buiten de maatschappij, net als de bohemien die alleen nog in de taal voortleeft. Alleen intellectuelen weten nog wat verbonden is met die naam. Zo is er ook nog de naam Paname voor Parijs, die in gangsterfilms genoemd werd en refereerde aan het gat dat het Panama kanaal aan het eind van de negentiende eeuw voor Frankrijk betekende en dat volgens huidige rappers verwijst naar Babylon, de bron van alle blanke kwaad. Met deze veranderende betekenis volgt de taal zijn eigen logica. Sante wilde iets doen aan de culturele amnesie die de moderne tijd kenmerkt. Carrièretijgers in dure appartementen hebben geen idee in wiens voetsporen ze lopen. Het heden is geen onwrikbare waarheid.

Van Kan memoreert de armen die gedwongen waren de stad te verlaten vanwege de stadsvernieuwing door Haussmann. In opdracht van Napoleon III verbouwde hij de stad na het Juni oproer van 1848 zodat opstanden gemakkelijker konden worden neergeslagen.
Sante vertelt dat de mensen naar de banlieues trokken en dat er tegenwoordig zelfs nog weer andere voorsteden gepland staan, waardoor het centrum steeds meer een monocultuur wordt zoals we ook in andere wereldsteden als Amsterdam en Parijs zien. Marginale types en kleine bedrijfjes hebben daar niets meer te zoeken.

Van Kan wil weten wat het specifieke van Parijs is in vergelijking met andere steden.
Volgens Sante heeft Parijs een speciale verhouding met het omliggende platteland. De stad keek neer op de omgeving. De cultuur triomfeerde boven de natuur en ook boven de staat, die conservatief in zijn grondvesten was. Tegenwoordig is Parijs nog steeds een stad waar de macht zetelt en extreem gedrag voorkomt. Naast de karakteristieke eigenschappen als stad van de liefde en de kunst, was Parijs ook de stad waar het verzet tegen de macht vaak tot uiting kwam, zoals tijdens de studentenopstanden in 1968. Rond het jaar 2000 is de laatste bohemien, een benaming die later geassocieerd werd met een volkse kunstenaar, uit Parijs vertrokken. Inmiddels is het onmogelijk geworden om zonder duidelijke bron van inkomsten in het bestaansonderhoud te voorzien. Dit soort mensen maken in ieder geval geen deel meer uit van de huidige cultuur, die zich voorstaat op perfectie, terwijl juist het mogen maken van fouten een bron is voor vernieuwing. Er is een hogedrukketel nodig om tot ideeën te komen. Alleen in de stad New York is daar op het ogenblik nog iets van zichtbaar.










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen