Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 1 oktober 2016

Recensie: De meisjes (2016), Emma Cline


Losgeslagen meisje uit middenklasse treurt leven lang over misstap in jeugd

Het meisje op de achterflap van De meisjes zou zo’n hoofdpersoon als Evie kunnen zijn. In de steek gelaten door gescheiden ouders en vervreemd van vriend Peter en vriendin Connie. Iemand die een uitweg voor haar leegte vindt bij een sekte. Het veertienjarige dorpsmeisje komt daar niet zomaar. Ze wordt geleid door aanbidding voor de negentienjarige Suzanne Parker. Als ze die is tegengekomen in het dorp brandt zich een beeld in haar hoofd dat er nooit meer uit gaat.

Dat blijkt uit het verhaal van de oudere Evie waarmee elk van de vier delen begint. Ze logeert in een huisje van een vriend aan de kust en vreest meteen al indringers. Het blijken echter Julian de zoon van de vriend en zijn vriendin te zijn, die die nacht in de slaapkamer naast de hare veel geluid maken. De volgende dag is Julian vertrokken en heeft Evie een aardig gesprek met zijn vriendin over de sekte waarin ze in haar jeugd woonde. Als Julian terugkomt heeft hij nog een vriend meegenomen. Evie is niet echt in staat om deel te nemen aan het gesprek. Ze is liever alleen, heeft nog alle tijd nodig om het trauma van haar leven te verwerken.

Dat trauma bestaat uit de moord, die enkele sekteleden, waaronder Suzanne, pleegden in het huis van een popster, die ruzie had gekregen met sekteleider Russell. Evie zat in de auto die op weg was naar het huis aan zee, maar werd er door Suzanne uitgezet. Als Evie later als oudere vrouw over het strand loopt, denkt ze dat Suzanne haar wilde beschermen. Dat Suzanne wel wist dat zij niet tot moord in staat was en dat ze daar beter ook geen getuige van kon zijn.

Cline bouwt de roman fraai op. Het verhaal van de jongere Evie die terugkijkt op haar ongewone jeugd in het jaar 1969 zindert van de spanning. De dreiging van onheil is voelbaar als de pulserende dreun van een basgitaar. De liedjes die sekteleider Russell, begeleid door een gewone gitaar, zingt, vormen hiermee een vreemd contrast. Door de adoratie van Evie voor Suzanne ziet ze niet in welk een armoedige commune ze terecht komt. De tik die Russell aan een devote volgelinge uitdeelt kan ze niet zien als een teken dat er iets mis is in dit weeshuis voor ondeugende kinderen, zoals Evie dat in haar beschouwing noemt.

Het verhaal leest als een trein. Dat komt door een zintuiglijke, poëtische stijl, door de hoofdstukken vaak te beginnen met een appetizer en, heel speciaal, door af en toe een zin zonder werkwoord aan eerdere zinnen toe te voegen. Een heftig voorbeeld daarvan is de beschrijving van een masturbatiescène van Evie na het zien van het donkerharig Suzanne in het dorp: ’Na afloop had ik vaak hoofdpijn, naschokkende spieren, trillende gevoelige benen. Mijn slipje en de binnenkant van mijn dijen nat.’
Deze constructie komt ook voor in het contact met Suzanne op de vervallen ranch, waar de commune gehuisvest is. ‘Suzanne zat tegenover me op het zand, haar vingers streken af en toe over de mijne. Onze gezichten komvormig en aandachtig als tulpen.’

Het ontbreekt daarnaast ook niet aan boeiende anekdotes, bijvoorbeeld over de vele mannen die de wanhopige moeder van Evie in haar huis uitnodigt of over Tom die Evie op een dag meebrengt naar de ranch. De nogal traditionele student schrikt zich dood van het verval dat er heerst en ziet op een gegeven moment een jongetje in het zwembad vallen. Met een schreeuw rent hij ernaar toe en zet het jochie aan de kant, hetgeen hem zowel op boosheid van de jongen als op schamperheid van de sekteleden te staan.  

Thuiskomen was Evie niet vergund. Dat is de trieste conclusie die Emma Cline uit het tijdperk trekt waarin love and peace de wereld veroverden. De duistere kanten daarvan worden met kracht naar voren gebracht. Het is nog niet zo gemakkelijk om van de wereld één groot matras te maken.

Hier mijn verslag van het gesprek dat Jeroen van Kan met Emma Cline over De meisjes had.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen