Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 9 december 2014

Willem-Jan Otten over Droomportaal, VPRO-Boeken, 7 december 2014



Een lesje in het schrijven van essays

Willem-Jan Otten kreeg het afgelopen jaar de P.C.Hooftprijs voor zijn essayistisch werk. Droomportaal bevat tien verhalende essays over films. Hij praat daarover en over andere zaken op bedachtzame, soms stamelende wijze.

Wim Brands begint over het voorgesprek waarin Otten hem vertelde dat hij niet te zeer wilde ingaan op de inhoud van zijn essays omdat dit hem aan een examen zou doen denken. Hij zou bevreesd zijn dat hij niet het juiste antwoord kon reproduceren. Hij denkt na tijdens het schrijven en niet zozeer daarbuiten.

Brands stelt daarop voor om samen het gesprek tot een essay te maken. Hij begint met de vraag of Otten zijn stukken herleest.
Dit is nauwelijks het geval, behalve als iemand positief reageert op een stuk dat in Trouw of de Volkskrant heeft gestaan. Zelf is hij niet zo positief als hij zijn bijdrage inlevert. Hij heeft dan het gevoel dat hij te ver is gegaan, zoals over het geloof dat hij meer zou belijden dan hij in werkelijkheid doet of over schoonheid waarvan hij pretendeert dat hij weet wat het is. Het voelt alsof hij in zijn essays over zijn uitleg gebluft heeft.

Brands haalt een stuk aan dat niet in Droomportaal te vinden is, maar op 26 oktober j.l. onder de titel Bijna – levenervaring in de bijlage van Trouw Letter en geest verscheen. Daarin spreekt Otten over het boek My bright abyss van de Amerikaanse essayist en dichter Christian Wiman, die aan een ernstige vorm van botmergkanker lijdt en tussen zijn pijn, doodsangst en -wens door korte essays schrijft over geloof en God. Otten heeft het boek tijdens de laatste zomer herlezen terwijl hijzelf bezig was met een dichtbundel. Het zette daarmee het denken van Wiman voort met zijn eigen middelen. Wiman zette aan tot het zelf voltooien van gedachtegangen.

Brands vraagt hem waarom hij trilde op zijn grondvesten zoals hij in Letter en geest beschreef.
Het feit dat Wiman niet weet hoe hij het heeft, dat elke seconde de laatste kan zijn en ontdekt dat God het beste met hem voor heeft, maakte veel indruk, stamelt Otten.

Brands toont een videofragment waarin Wiman tijdens een interview spreekt over de hemel.
Otten merkt op dat Wiman daarin ingaat tegen het lopende vertoog over religie, namelijk als een projectie. Wiman stelt iets voor wat we ons niet kunnen voorstellen.

Brands brengt het begin van het artikel Bijna – levenservaring ter sprake, waarin Jeroen Pauw met een pesterig glimlachje aan Frans Timmermans, die tijdens zijn toespraak tot de VN een beeld schetste van de laatste momenten in de MH17, vraagt hoe hij weet wat zich daar heeft afgespeeld.
Otten noemt Pauw een typische vertegenwoordiger van de huidige neerbuigende wijze waarop over het geloof gesproken. Waarom dat zo is, vindt Otten een moeilijke vraag. In ieder geval weten we ons geen raad met de dood. Terwijl het unheimisch is na te denken over hetgeen ons na de dood te wachten staat, wordt de dood paradoxaal genoeg tot een nieuwe religie. Televisieprogramma’s nemen een voorschot op het sterven, dat daarmee dichterbij gebracht wordt. Door dit naar voren halen van de dood vergeet men te leven.

Brands haalt een voorbeeld aan dat Dick Swaab gebruikte over een verpleegster die te doen had met een lijder aan het locked in syndroom. Hij vond dat ze niet goed was opgeleid.
Otten vindt dit een kras geval van doodverklaren. Volgens hem begrijpt Swaab niet dat er communicatie was tussen de verpleegster en de patiënt. Het levende contact leidde tot een boek The diving bell and the butterfly dat ook uitkwam als film. 

Brands stapt over naar de documentairefilm Syvato (2005) van Viktor Kossakovsky, waarin zijn tweejarige zoon zichzelf voor het eerst in de spiegel bekijkt. Hij wordt, zegt Otten, verlost van zijn gevecht met zijn spiegelbeeld door zijn vader die hem erop wijst dat zijn spiegelbeeld ook in de spiegel te zien is. Het kijken in de spiegel is een transformatie, een rite de passage, waarover alle essays van Otten gaan. Hij vindt zelf het vaderschap zijn belangrijkste overgangsmoment, een transformatie van vrijblijvend leven tot de plicht om te zorgen en onmisbaar te zijn. Tot slot leest hij het gedicht dat aan het eind van de bundel staat en dat hij voorlas bij het verkrijgen van de P.C.Hooftprijs:

U hebt mij laten gaan de weg van alle taal,
ik, opgeborrelde uit u,
geweld kwam ik en klonk als blup
en moest toen op in deze ene zin
die al uit stromen was gegaan
van boven naar benee en naar
de leegte oostwaarts ook,
ofschoon ik steeds een regel lager
doorgelezen kon zo lang u las althans,
maar u las sowieso zo lang ik was,
zelfs toen ik sloom meanderde
en dorst te talmen bij het ene punt
waarop ik in het zicht van het omspoelende
mij stelselmatig onbeantwoord meende
want mijn vraag werd kolossaal: waarom was u mijn wel en ik de blup -
juist toen moest ik er niet aan twijfelen
dat u mij las, jouw wel was ik
om te zijn teruggeweld uit jou. 

Hier een eerder gesprek tussen Brands en Otten over zijn vertelling De vlek, hier mijn bespreking van The diving bell and the butterfly, hier mijn bespreking van Zomergasten waarin Adriaan van Dis over de film van Kossakovsky spreekt, hier het gehele dankwoord van Otten op de site van NRC.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen