Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 1 december 2014

Recensie: Lege stad (2014), Guus Luyters



De jeugdherinneringen van Guus Luyters uit de eerste zeven jaar van zijn leven

Onder de titel Lege stad gaan jeugdherinneringen schuil van Guus Luyters uit zijn eerste zeven jaar in Amsterdam. Verzamelde herinneringen 1943-1950 staat er dan ook op de voorkant. In zijn Vooraf zegt Luyters dat het was als het vangen van vlinders. De eerste is gemakkelijk, maar na iedere herinnering wordt het moeilijker. Toch weet hij een aardige collectie fragmenten te verzamelen. De weckflessen, het bad in een teil voor de potkachel en de paard en wagens van de leveranciers geven een fraai, herkenbaar tijdsbeeld van de laatste jaren in de Tweede Wereldoorlog en eerste jaren daarna met hechtere familieverhoudingen en weinig materiële middelen, maar misschien met meer tevredenheid, zoals in het stukje waarin Guus in de koffiemolen de bonen voor zijn moeder maalt. Heerlijk die geur.  

Guus wordt in 1943 geboren in op een bovenwoning in het Amsterdamse Geuzenveld. Hij heeft een goede band met zijn ouders en zeker met zijn moeder die een verkoopsteropleiding heeft gevolgd en daarna monotypiste is geweest, wat dat ook moge zijn. Voorlezen doet ze hem niet, maar dat wil niet zeggen dat Guus geen interesse in taal ontwikkeld. Integendeel, hij is blij dat hij van de bewaarschool naar de Glazen School mag. Zijn moeder hield wel van versjes en ze zong veel. Zijn vader werkt in de fabriek in Amsterdam Noord. Vaak gaan ze in de weekenden zeilen, hoewel Guus niet kon zwemmen en hij stilzitten in de boot niet echt leuk vindt. Door het verhaal heen geweven is de vriendschapsband met zijn ernstig zieke benedenbuurjongen Martin. Chronologisch zijn de fragmenten niet. Met stukjes en beetjes past de puzzel rond de ziekte van Martin en de ontwikkelingen in het gezin en de familie redelijk in elkaar.

De verhoudingen tussen de verschillende religies liggen in de beschreven jaren duidelijk vast. De verzuiling zorgde ervoor dat Guus die uit een sociaal democratisch nest komt, niet bij zijn katholieke vriendje Frans thuis mag komen. Dat zijn toffelemonen, een term die ik nog nooit gehoord had. De moeder van Guus mag van haar vader onder geen beding zingen in een kerkkoor.

Guus is af en toe wat recalcitrant, of misschien moet ik zeggen dat hij zich niet alles maar laat aanleunen. Grappig in deze tijd van het jaar is een bezoek van de Sint aan het bedrijf van de vader van Guus aan de overkant van het IJ. ’Bij de fabriek was het druk met kinderen. We werden naar een zaal gebracht met een toneel waarop een man op een piano sinterklaasliedjes speelde. Wij moesten meezingen. Maar dat deden we niet goed. Sinterklaas zou vast heel boos op ons zijn, zei de man. Sinterklaas vroeg aan Piet wat hij van ons zingen vond. Piet vond dat we er niets van terechtbrachten. Toen moest er een jongen bij Sinterklaas komen. Sinterklaas zei tegen hem dat hij in het grote boek had gelezen dat hij een vervelende rotjongen was die altijd zijn broertjes plaagde. Eigenlijk moest hij in de zak, maar omdat Sinterklaas geen zin had om hem naar Spanje mee te nemen, moest hij nu voor straf een liedje zingen.  

De stukjes zijn vaak zonder plot, zoals een impressie van een visboer die met paard en wagen in de straat komt, een andere keer worden verschillende zaken met elkaar in verband gebracht of, prozaïsch of meer poëtisch, naast elkaar gezet, zoals in een van de laatste stukjes gebeurt: ‘Alle grote jongens hadden een zakmes. In de bunkers van de Ringdijk lagen dode moffen. Mijn vader kon Engels praten. Martin was ziek, maar zou weer beter worden. Ik kon lezen.’ Daarmee vat hij zijn leven op zijn zevende zo ongeveer samen.  

Het motto van Lege stad: Geheugen, dief van mijn prille jeugd komt van dichteres Rosa ter Beek (1960-1993), schrijfster van De zachte zebra (1991), over wie Luyters in 2002 het korte leven van Rosa ter Beek schreef.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen