Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 6 december 2014

Recensie: Doodgewoon (2014), Bette Westera & Sylvia Weve (ill.)




Is de dood wel zo gewoon?

Bette Westera & Sylvia Weve zijn goed op elkaar ingespeeld. Na hun prijzen voor Ik leer je liedjes van verlangen, en aan een apenstaartje hangen (2010) en Aan de kant, ik ben je oma niet! (2012) vervolgen ze hun zegetocht met een rijk geïllustreerd boek over de dood, dat ongetwijfeld opnieuw bekroond zal worden, niet alleen vanwege de bijzondere vormgeving, maar zeker ook door de zeer gevarieerde tekeningen van Weve. De gedichten zijn een ander verhaal. Ze bestrijken het hele spectrum van de dood en alles wat er mee samen hangt, maar zijn nogal wisselend van kwaliteit.

Vanaf het broze gedicht Even maar, waarin een kind eventjes op schoot wil zitten bij de dood om alvast aan hem te wennen, tot De wilgenman, die leven maakt uit dood, trekken de meest verscheiden facetten van de dood aan de lezer voorbij. Een jongen verdwijnt in een zeemansgraf, een ouder wordt een ongeneeslijk ziek. Het gemis is groot, pijnlijk groot, zoals blijkt uit de zin: ‘Ik mis je als ik eventjes niet merk dat ik je mis.’ Een ander kind dat in de klas naast een zwarte jongen zat die vaak te laat kwam, maar nu niet meer.

Daarna is er ook ruimte voor iets anders. Als de onmisbaar geachte gezinspoes Minoes - een verwijzing naar Annie M.G. Schmidt, doodgaat - dan krijgen de kinderen een puppy. In Beter niet hoort de lezer welke zeven zinnen hij beter niet kan zeggen tegen iemand die een ouder verloren heeft. Humor ontbreekt evenmin. In Erfenis erft een dochter anders dan haar familieleden niets van haar moeder, maar ze is in het bezit van haar neus en ogen

Het hele palet aan emoties komt zo ongeveer aan bod, variërend van opstandigheid tot verwondering. In Rouwkaart eist men de dode terug, in Hospice loopt een jongen langs een hospice als hij naar zijn wekelijkse judo gaat en daar dan een en ander ziet. Nooit meer is voor altijd is een wanhopige uitroep en weemoedig stemt over oma’s jas, die zomaar aan de kringloop dreigt te verdwijnen. Maar er is ook de fantasie van kinderen die elkaar doodschieten maar als het etenstijd is de strijdbijl begraven.

Verschillende manieren van doodgaan worden genoemd, zoals gecremeerd in een urn en daarmee, in het geval van een huistiran, onschadelijk gemaakt of een oma in een kist in het sfeervolle Oma Els. Ook doodgaan in andere culturen wordt belicht, zoals de Japanse, waarin oude vrouwen de berg oplopen naar de berggod Narayama om de jongere generaties te ontlasten, boeddhisten die een hemelgraf maken en daarmee voedsel zijn voor de gieren, Zuid-Amerikanen die feest vieren met de doden op het kerkhof.

Niet alle gedichten eindigen even sterk. Zoals het gevoelige Zijn stem, waarin een jongen denkt dat zijn vader nog in de buurt is, hetgeen eindigt met: Ik praat niet met zijn foto, maar met hem.’ Dat wisten we al. Ook Bermmonument gaat als een daarbij getekend kaarsje uit.

Uitzonderlijk van kwaliteit is het wonderlijke en bezwerende Was ik dat kind?, dat ik hier gecomprimeerd weergeef:

De tijd verdwijnt Ik zie een huis Er speelt een kind Dat kind ben ik
Ik zie een huis Een spelend kind Dat kind ben ik Er brandt een vuur
Een spelend kind Een tafelkleed Er brandt een vuur De haard is aan
Een tafelkleed Een olielamp De haard is aan De moeder leest
Een olielamp De vader slaapt De moeder leest Er tikt een klok
De vader slaapt Er speelt een kind Er tikt een klok De tijd verdwijnt

Ik had liever meer van dit soort raadselachtige gedichten gelezen in plaats van het streven naar een encyclopedisch werk. Aan het einde van de bundel krijgt dat nog een vervolg in de vorm van een uitleg. Aan de hand van een vijftal kopjes legt Westra een en ander uit over de onvermijdelijkheid van de dood, over afscheid, verdriet, herinnering en verder leven, een onderwerp dat in de vorm van reïncarnatie in de bundel ter sprake komt. Westra sluit alsvolgt af:
Maar hoe je ook tegen de dood aankijkt en welke uitdrukking je er ook voor kiest, iedereen legt uiteindelijk het loodje. Doodgaan is nu eenmaal de gewoonste zaak van de wereld. Gelukkig kunnen de meeste mensen heel goed leven met de dood in het vooruitzicht. Ze genieten van de mooie dingen van het leven en denken bij zichzelf: Doodgaan? Dat is wel het laatste wat ik doe.
Hierop is wel wat af te dingen, denk ik. Dat iedereen sterft, maakt de dood volgens mij nog niet gewoon en zeker niet doodgewoon. De dood is en blijft een raadsel, net als het leven overigens.






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen