Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 10 juli 2016

Theatervoorstelling: De onzichtbare man, Over het IJ festival, Amsterdam Noord, 9 juli 2016


Project over ongedocumenteerde vluchtelingen met rijke inhoud

Het Over het IJ festival in Amsterdam Noord wil een verbinding leggen tussen gevestigde Europeanen en nieuwkomers. De voorstelling De onzichtbare man van beeldend kunstenaar Michiel Voet past daar prachtig in. Voet vertelt in zijn werkruimte in de loods van de NDSM werf over zijn ontmoeting met een Algerijnse vluchteling en later horen we het verhaal van die Algerijn in een voorstelling in de loods zelf. Anders dan te verwachten is rond actuele maatschappelijk onderwerpen, kent de inhoud van de voorstelling een diepere dimensie en laat de toeschouwer achter met vragen over zijn eigen bestaansgrond. Daarmee wordt de kloof tussen het bekende en het onbekende grotendeels gedicht.

Het is al bijzonder zoals Voet vertelt over zijn zoektocht naar een geschikte atelierruimte. Dat was na zijn afstuderen aan de Rietveldacademie. Hij nam zijn intrek in de NDSM werf waar het net leek alsof de arbeiders pas een uur daarvoor hun werk hadden neergelegd. De immense verlatenheid werd langzaamaan opgevuld, onder andere door een bedrijfje dat kleding recyclede en naar Afrika stuurde. Toen het failliet ging bleef er één man steeds bij Voet terugkomen. Hij heette Karim Ramtani en was gedeserteerd uit het leger tijdens de Algerijnse burgeroorlog. Er ontstond vriendschap tussen de twee. Voet bood hem een slaapplaats aan in zijn werkruimte, maar wist niet dat zijn vriend geheimen had.

Op een nacht schrok hij van een been dat zich terugtrok in een installatie waaraan hij werkte. Hij hoorde de adem van een man die in paniek verkeerde. Hij beraadde zich buiten over hetgeen hem te doen stond, maar toen hij weer naar binnen ging was de onbekende verdwenen. De enige plek waar hij zich zou kunnen schuilhouden was in een kraanhokje. Voet pakte een ladder en ontdekte Ramtani badend in de zweet. Het bizarre incident leidde tot een kunstproject waar Ramtani met steeds meer interesse aan meewerkte. Voet toont foto’s, waarin Ramtani onzichtbaar gehuld gaat in vieze omhulsels van matrassen of zich verstopt heeft in oude meubelen. Ondertussen vertelde Ramtani een ongelooflijk verhaal over zijn identiteit, die hij gekocht had van een Marokkaan. Toen hij op een nacht werd aangehouden door de politie, moest hij mee naar het bureau op verdenking van een ernstig geweldsdelict. Vervolgens werd hij afgevoerd naar Casablanca waar hij in een ondergrondse cel werd vastgezet. Hij kocht een bewaker om zodat hij met zijn moeder in Algerije kon bellen zoals hij dagelijks deed, hetgeen ertoe leidde dat men hem weer terugstuurde naar Amsterdam.

De kwestie van de identiteiten inspireerde Voet tot het maken van afgietsels van het gezicht van Ramtani en zijn eigen gezicht. Hij laat de twee mallen zien en zegt dat Ramtani veel meer ontspannen oogt dan hijzelf. De Algerijn waaide zonder weerstand mee met de wind, zegt Voet. Hij is bezig met een installatie van honderdvijftig mallen van Ramtani op sokkels die een weg bieden door een onzichtbare stad en ontvankelijk maken voor een parallelle samenleving waarin zich veel meer mensen zich ophouden dan wij voor mogelijk houden.

Ramtani verdween en kwam terug met een verhaal over een nare ervaring in een gevangenis in Zaandam. Hij hervatte het kunstproject, maar was toch aangetast door alles wat hij inmiddels had meegemaakt en begon neurotisch plastic tasjes te herpakken. Nadat hij op een ochtend aan Voet had gevraagd een tasje goed te verbergen verdween hij. Acht maanden later deed hij het verzoek aan Voet om de sleutels van het atelier te vernieuwen om zich daarna nooit meer te laten zien. Voet begreep dat Ramtani de sleutels moest hebben nagemaakt want er sliepen ook wel anderen in de werkruimte.

Voet neemt ons mee naar de grote hal waar vroeger schepen werden gebouwd en waar inmiddels een fraaie houten tribune staat die uitzicht geeft op een videoscherm rond een aantal oude banken en kolossale foto’s van de onzichtbare man. Vanuit de verte komt iemand met een rugtas en een plastic zak op de banken afgelopen. Hij wijst op de islamitische vrouw die op de video haar zoon Mohammed oproept om naar huis te komen omdat men hem daar nodig heeft. Hij zegt dat het niet de moeder van Ramtani is, noch zijn echte moeder, maar een ingehuurde Marokkaanse uit Amsterdam-West, die gevraagd is de rol van zijn moeder te spelen. Het gaat niet om de feiten maar om het verhaal, dat hij te vertellen heeft. Dat staat af en toe haaks op de informatie die Voet verstrekt heeft. Het zet de toeschouwer aan het denken en brengt aan het twijfelen. Zonder vastgestelde identiteit kan iedereen elk verhaal opdissen dat men wil, hetgeen soms nodig is om te overleven. De identiteit is een burcht gebouwd met stenen van angst, zegt de man die het verhaal van Ramtani uit de doeken doet.

Hij vertelt over een gesprek met een schrijver in het centrum van de stad die hem wilde doden om daarover een roman te schrijven, waarop hij in de nacht naar het atelier vluchtte. Omdat de pont niet voer, zwom hij het IJ over en verborg zich in het kraanhokje dat hij zijn penthouse noemt omdat een schoon bed niets voor hem was. Hij herinnert zich dat Voet met een koevoet voor hem stond en dat ze allebei van slag waren. Hij doet voor hoe hij in een oude bank kroop om de oude situatie te reconstrueren en te ensceneren.

Terwijl hij een fles wijn uit zijn tas haalt en een glas uit de zak opdiept komt er een witte Mercedes met de koplampen aan de hal binnengereden. Achter het stuur zit een man met een masker op die in de auto blijft zitten en Ramtani in de gaten lijkt te houden. Ramtani trekt zich er weinig van aan. Hij spuugt op toeristen die naar alle uithoeken van de wereld vliegen om hun ziel te zoeken, terwijl die ook in de gevangenis te vinden is. Hij kwam daarin terecht nadat hij in Rotterdam door een stel neonazi’s in elkaar geslagen was en probeerde eruit te komen door de identiteit van Voet aan te nemen, die echter geen medewerking wilde verlenen aan een persoonswisseling en hem meteen vertelde dat hij het tasje van Ramtani had weggegooid, niet wetend dat die vervalste identiteitsbewijzen en daarmee ook de identiteit van de man bevatte. De mededeling vormt de aanleiding voor de binnenkomst van twee andere gemaskerde mannen die zich op de banken zetten. Terwijl op het videoscherm het briesende masker van Voet te zien is, stelt Ramtani vast dat hij bestaat en neemt plaats naast de chauffeur, die wegscheurt waardoor alles in stofwolken verdwijnt. Alleen de regendruppels die uit het dak vallen en de wind die aan de plastic zijkanten rukt zijn nog echt. Al het andere is een constructie waarin we geloven en waaraan we ons vasthouden.     

De onzichtbare man is een herneming van twee jaar geleden, maar wordt opnieuw tot en met 17 juli a.s. vertoond vanwege het grote enthousiasme van het publiek. De regie is van Leopold Witte. Michael Bijnens schreef de tekst voor de voorstelling in samenhang met het verhaal van Voet. De onzichtbare man is onderdeel van een kunstproject waaronder ook een expositie en een fotoboek. In galerie Nieuw Dakota, elders op het NDSM terrein, is een minitentoonstelling van kleine foto’s die Voet in het kader van het project maakte. Deze minitentoonstelling maakt deel uit van het project De Asielzoekmachine.

Hier de site van Michiel Voet, waarop ook zijn verhaal, hier mijn bespreking van De asielzoekmachine.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen