Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 4 juli 2016

Het Filosofisch Kwintet over de onafhankelijkheid van de wetenschap, Tolhuistuin, 3 juli 2016


Wetenschap teveel een spel om het spel

Het Filsofisch Kwintet is nog steeds aanwezig op het Mag het licht aan festival in Amsterdam Noord, dit keer met de vraag over de onafhankelijkheid van de wetenschap.
Clairy Polak zit om de tafel met de gasten Melanie Peters (midden), biochemicus en directeur van het Rathenau instituut, Frank Miedema (rechts), immunoloog en een van de oprichters van Science in transition en met wetenschapsfilosoof Herman de Regt (links). Natuurlijk ontbreekt Ad Verbrugge niet om de uitzending te openen en als een ware dorpspastoor te beëindigen. Daartussen door waren we, ondanks de pogingen van Clairy Polak om de stemming erin te houden, getuige van een nogal slaapverwekkende vertoning. Wellicht bood het onderwerp te weinig aanknopingspunten voor een boeiend gesprek. Anders was het Melanie Peters wel die meteen op de rem ging staan met haar starre opvattingen over de scheiding tussen wetenschappelijke en andere soorten van kennis. Waar komt die starheid vandaan, vroeg ik me af.

Peters mag de voorstelling openen met een voorbeeld waaruit blijkt dat wetenschap niet altijd te vertrouwen is, want Polak heeft die vandaag niet voorradig. Zij komt met een onderzoek over snoepende kinderen met als uitkomst dat snoepen niet dik maakt. Zo’n onderzoek roept volgens haar de nodige vragen op over de manier waarop dit onderzoek gehouden is en hoe de resultaten zijn gecommuniceerd.
De Regt brengt Diederik Stapel in, de sociaal psycholoog die fraude pleegde met zijn onderzoeken door de resultaten zelf in te vullen. Hij wil hiermee zeggen dat onderzoek altijd door mensen wordt gedaan die hun eigen ambities hebben.
Miedema gaat hierop verder en wijst op de publicatiedruk die perverse prikkels uitlokt. Wetenschap is teveel een spel om het spel. De initiatiefnemers van Science in transition willen de vrijheid aan banden leggen of in hun eigen woorden op hun site:
De initiatiefnemers van Science in Transition menen dat nieuwe checks and balances in het wetenschappelijk systeem nodig zijn. Wetenschap moet gewaardeerd worden om de maatschappelijke meerwaarde die het oplevert en maatschappelijke stakeholders moeten meebeslissen over de kennisproductie. Het is bovendien cruciaal dat het publiek beter gaat begrijpen hoe wetenschap tot stand komt en welke belangen een rol spelen.’
Verbrugge maakt een onderscheid tussen de integriteit van de onderzoeker en het systeem waarin hij zit opgesloten.

De daarop volgende gewetensvraag van Polak over de verleiding waaraan de gasten mogelijk wel eens ten prooi waren, wordt niet echt beantwoord. Ze gaat daarom maar verder met het onderscheid tussen wetenschappelijke en andere vormen van kennis.
De Regt noemt onder andere de falsificeerbaarheid als kenmerk van wetenschappelijke kennis, Miedema wil dat de wetenschap bijdraagt aan het goede leven en Peters staat op een onafhankelijke kennisproductie door de wetenschap. De Regt gaat verder in op de pragmatische opvatting van John Dewey, die stelde dat de wetenschap er is om maatschappelijke problemen op te lossen, maar wil ook kennis om de kennis een kans geven. Verbrugge vertelt dat we daarmee op een oud vraagstuk stuiten, dat al bij Aristoteles begint en dat zowel geluk als kennis insluit. Hij wijst er nog wel op dat er een verschil is tussen ideaal en werkelijkheid en slaat daarmee de spijker op de kop.

Het brengt Polak tot een aantal vragen rond wetenschapsbeoefening en wetenschap waarover ze de meningen van haar gasten wil horen, om te beginnen over de keuze van het onderwerp. Miedema geeft toe dat het vaak zo is dat wie betaalt bepaalt. Peters zegt dat haar instituut onafhankelijk is en De Regt begint over valorisatie, het proces waardoor waarde wordt toegekend aan onderzoeken. Verbrugge geeft als voorbeeld hiervan de subsidiestromen in de wetenschap en ook weer binnen de geneeskunde. Polak wil weten wie de richting van de geldstromen bepaalt. Miedema wijst op de invloed van lobby’s. Peters zou willen dat de Tweede Kamer meer zeggenschap had over de prioritering. De Regt zegt dat men het soms wel met elkaar eens is over de noodzaak van een bepaald onderzoek zoals naar Alzheimer.

Polak stapt over naar de methode die in de wetenschap gehanteerd wordt.
De Regt noemt de hypothesevorm waarbij met voorspellingen doet over resultaten nog altijd de beste manier om wetenschap te bedrijven, nog altijd de beste vorm, maar dan heeft hij het over natuurwetenschappelijk onderzoek. Verbrugge zegt dat het gebruik van methodes in de geesteswetenschappen een onderwerp van debat is.

Polak sluit haar vragenreeks af met de manier waarop men onderzochten benadert, bijvoorbeeld in een onderzoek over roken. De vraagstelling zegt veel over de uitkomsten.
De Regt zegt dat een onderzoek goed geformuleerd moet zijn om aanspraak te maken om gehouden te worden. Peters maakt een onderscheid tussen wetenschappelijke en politieke vragen en vindt dat men voorzichtig moet zijn als het gaat om het vertalen van de onderzoeksresultaten. Miedema is geïnteresseerd in het socialisatieproces van Syriëgangers, al weet ik niet meer precies hoe hij dat in verband bracht met de vraag.
Hij vindt in ieder geval dat de wetenschap haar belofte vaak niet inlost. Volgens De Regt geldt dit vooral voor de economische wetenschap. Peters daarentegen vindt het vertrouwen in de wetenschap groot. Verbrugge zegt dat het bij wetenschap gaat om een vorm van onafhankelijkheid en afhankelijkheid. Te grote onafhankelijkheid van de maatschappij is ook niet goed. Het brengt Miedema op een pleidooi voor de Frankfurter Schule, die engagement in de wetenschap voorstond. Verbrugge sluit tenslotte af met de zorgplicht van de wetenschap om kennis te vermeerderen en met maatschappelijke oplossingen te komen. Een goede balans tussen onderzoek en onderwijs is daarvoor nodig.

Mag het licht eindelijk eens aan? Volgende week, als het over de onafhankelijkheid van de politiek gaat, valt er hopelijk meer vuurwerk te verwachten.

Hier meer informatie over het Rathenau Instituut, hier de site van Science in transition.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen