Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 3 januari 2014

Reinbert de Leeuw over moderne klassieke muziek (1987), interview door Cherry Duyns



Moderne muziek is al het leren van een nieuwe taal

Pianist, componist en dirigent Reinbert de Leeuw was onlangs in het nieuws vanwege zijn 75-ste verjaardag en een biografie, waarmee hij niet al te blij was. Onlangs was De Leeuw te horen in Vrije Geluiden. De presentator bracht een bezoek aan de partituurkamer van De Leeuw, hoorde over een nieuwe partituur en reikte hem enkele prijzen uit. Aan het eind van 2013 herhaalde het muziekprogramma een eerder gesprek uit 1987 in het kader van Het Interview tussen Cherry Duyns en De Leeuw.

De Leeuw (1938) kan zich niet herinneren wanneer hij voor het eerst klassieke muziek hoorde, maar hij werd op zijn zevende gegrepen door de pianomuziek van Chopin. Zijn ouders, die beiden psychiater waren, hadden een passepartout voor concerten en zelf weinig tijd om die te bezoeken, maar hun zoon Reinbert wel. Die begon ook te componeren. Hij dacht zelf dat hij op zijn achtste, negende hetzelfde deed als Chopin, maar begreep later dat zijn composities erg simpel waren. Hij had een buurjongen, de latere dirigent Hans Vonk, die daartoe meer talent bezat maar liever buiten voetbalde.

Muziek vormde een onderdeel van zijn opvoeding. Het hoorde erbij dat men een instrument bespeelde. Er stond een piano in huis. De Leeuw ging pas na het conservatorium na een aantal jaren Nederlands gestudeerd te hebben. Nadeel was dat hij laat met muziek begon, voordeel dat het een zeer bewuste keuze was.

De muziek geschreven tussen 1870 en 1920 werd zijn passie. Alle eerdere muziek was een aanloop naar die periode, waarin genialiteit zich samenbalde. In de tien jaar voor de Eerste Wereldoorlog kwamen er meer nieuwe ideeën op dan nadien. Het tonale systeem werd verlaten. De breuk tussen componist en publiek is daarop terug te voeren. Men kan daar meer dan een leven aan wijden.

De Leeuw laat het verschil horen tussen een dissonant die opgelost wordt in een consonant of, zoals Chopin doet, de spanning laten voortduren in andere dissonanten. Wagner en Liszt maakten er een principe van om de harmonie te laten verdwijnen. Op het eind van zijn leven zocht de laatste met een enorme uitdrukkingskracht naar een nieuwe taal. De Leeuw laat een fragment horen uit Via Crucis, waarin de D een bijzondere rol speelt, omdat die niet eerder in het stuk voorkomt. Hij werd erdoor geïntrigeerd, omdat de schoonheid ervan niet te verklaren valt. Hij vreesde onbegrepen te zijn en was blij dat ook anderen tijdens de uitvoering erdoor ontroerd werden.

In de moderne klassieke muziek ontbreekt de basis, de grond. Daardoor ontstond veel verwarring en agressie, vooral in de begintijd, tachtig jaar geleden. Het is ook moeilijk te bevatten. Het is als het leren van een nieuwe taal. De Leeuw moet er zelf ook moeite voor doen, maar heeft ontdekt dat er rijke werelden open gaan als men dat doet. De breuk tussen componist en luisteraar is nog niet geheeld. Die is min of meer onherstelbaar.

Duyns zegt dat hij de hele dag achter de piano zou zitten als hij zo mooi kon spelen. De Leeuw deed dat vroeger ook wel, maar sinds het zijn vak is, is alles gericht op de uitvoering op het podium. Het nadeel van muziek is dat het vluchtig is, maar anderzijds is de eenmaligheid de charme ervan. De Leeuw houdt dan ook niet van opnames, die de muziek stollen in de tijd. De essentie is dat het iedere keer weer opnieuw ontstaat. Het vastleggen zou verboden moeten worden. Hij speelt Satie tegenwoordig sneller dan vroeger, zegt men, maar zelf weet hij dat niet. Zo hoort het, zegt hij. Tenslotte zet Duyns een cassette op met een klassiek lied, waarnaar De Leeuw zeer bewogen luistert, misschien wel het mooiste beeld uit dit boeiende interview.     

  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen