Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 3 januari 2014

Bert Keizer over Tumult bij de uitgang, VPRO-Boeken, 29 december 2013



De voorwaarde voor een goed sterfbed

Verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer schreef een boek over de laatste levensfase met de ondertitel Lijden, lachen en denken rond het graf. Als verpleeghuisarts stond hij 31 jaar lang regelmatig aan een sterfbed. Zijn grote praktijkervaring maakte het gemakkelijker om het stervensproces goed te begeleiden. Intuïtie is opgestapelde ervaring, zegt Keizer, al kan men ook wel eens misgrijpen.

Wim Brands refereert aan zijn katholieke jeugd in Amersfoort. Welke voorstelling had hij toen van de dood?
Keizer vertelt over de gemakkelijke overgang naar een andere comfortabele toestand. Dat idee raakte hij kwijt op zijn dertiende levensjaar met zijn eerste masturbatie. De hormonen verdreven de gedachte aan het hiernamaals.

Brands vraagt hem wanneer hij zijn eerste dode zag.
Keizer zag op zijn zevende zijn dode opa en oma, maar beter herinnert hij zich zijn dode buurman met een opgerolde handdoek onder zijn kin. Hij kende de man goed. Vond zijn overlijden bizar. Daarna volgden duizenden anderen.

Brands vraagt of het went.
Keizer zegt dat de regie en de timing belangrijk is. Men moet niet te snel of te langzaam sederen, ook nabestaanden moeten het gevoel hebben dat het een goed sterfbed was.

Brands merkt op dat Keizer zelf als de dood is voor de dood.
Keizer noemt de dood een slecht arrangement.

Brands herkent daarin Wim T. Schippers, die het onrechtvaardig vond dat hij net lekker bezig was en alweer moest ophouden.
Keizer onderscheidt twee angsten: enerzijds voor een slecht sterfbed, bijvoorbeeld als men een slecht sederende arts treft en anderzijds de angst voor de leegte. Zelfs de Stoa-filosofen die zeggen dat men er niet meer is als men dood gaat, bieden hem geen troost. Hij vertelt over een 65 jarige patiënt die hem vroeg welke leeftijd hij geschikt vond om te sterven. Keizer antwoordde dat hij tachtig jaar mooi vond. Vijftien jaar later kwam de patiënt bij hem langs met het verzoek om medicijnen om een eind aan zijn leven te maken. Keizer overhandigde die, maar wel met veel twijfel. Hij hoorde vele jaren later dat de patiënt na vijf jaar een natuurlijke dood was gestorven, maar dat de dosis die hij binnen handbereik had, hem op de been had gehouden. Keizer zou er een rotgevoel aan hebben overgehouden als de man eenzaam gestorven was.

Brands refereert aan de tijd dat Keizer in zijn beginjaren als arts een moeder met kinderen van nog geen twintig jaar op haar verzoek levensbeëindigende medicijnen gaf.
Keizer vertelt dat het in de duistere jaren van de euthanasie was, toen die nog strafbaar was. Hij wachtte, om geen argwaan te wekken, elders op het telefoontje dat de poging gelukt was.      

Natuurlijk kan ook de arts uit Tuitjenhorn niet onbesproken blijven, die een mannelijke patiënt een overdosis gaf en daarna, uit angst voor de gevolgen voor hemzelf, een eind aan zijn leven maakte.
Keizer meent dat de arts, ondanks de veel te hoge dosering, toegediend aan de benauwde patiënt, te snel in de beklaagdenbank gezet is. Ook zelf had hij te snel zijn oordeel klaar, terwijl de arts alles keurig gemeld had. Wellicht was hij niet zo geestelijk uit evenwicht als men aannam.

Brands wil weten wat de verwarring was die daar speelde.
Keizer vindt dat het snelle oordeel niet klopte. Het gaat daarbij om mensen die er geen weet van hebben hoe het eraan toegaat bij een sterfbed. Natuurlijk had de patiënt in Tuitjenhorn geen goed sterfbed, want de timing was beroerd, maar daarmee is niet alles gezegd in deze zaak.

Brands vraagt hem naar het verhaal over de euthanasie van een patiënt waar Keizer tevreden over was, maar een co-assistent het te kwaad mee kreeg.
Keizer zegt dat ze huilend naast hem door de gang liep, terwijl hij opluchting voelde dat het proces voorbij was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen