Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 24 januari 2014

Recensie: De schoonmaker (2009), Judy Westerveld



Sterk debuut over ambtenaar die in de knel zit

In de eerste roman van Judy Westerveld belanden we in de wereld van de departementale adviesbureaus. Meer toegespitst gaat het over het Bureau voor Visie en Verbinding dat, met alle machinaties die daarbij horen, het ministerie van OC&W adviseert inzake het primair onderwijs. Op dat bureau werkt hoofdpersoon Evert, maar niet met tevredenheid, meer om de hypotheek van zijn huis te kunnen betalen en de frivole studie van zijn vrouw Laura te kunnen bekostigen. Salarisschalen vormen een belangrijke stimulus in dat soort werkkringen. Evert zit in een lagere loonschaal dan zijn collega’s maar staat doodsangsten uit om zijn baan te verliezen. Met zijn 37 jaar oud heeft hij nog een leven voor zich, maar hij staat al met twee benen in zijn graf.

Langzaamaan komen we te weten dat Evert eerder een verhouding had met Marieke, die de vrijzinniger was dan de burgerlijke Laura, maar die het uitmaakte omdat Evert volgens Marieke te weinig moed ten toon spreidde. Evert zit gebakken aan zijn rol van doorsnee ambtenaar, die in het keurslijf van het werk zit. Hoewel hij korte tijd een psycholoog heeft bezocht om zich daaruit los te maken, heeft hij toch eieren voor zijn geld en voor zekerheid gekozen.

Het is een klassiek probleem dat de schrijfster aankaart. Kiest een man voor zekerheid of voor zijn passie? Westerveld beschrijft met verve de beknelling waarin de op zekerheid gokkende Evert steeds meer terecht komt. Die wordt aangehaald door Sarah een nieuwe medewerkster op het ministerie die daar een frisse wind wil laten waaien. Tijdens de kennismaking schatten de collega’s van Evert de knappe meid eerst nog in als een elfie (iemand die in schaal 11 zit, rs) maar vergissen zich zij behalve knap ook intellectueel veel aan kan. Ze wil gebruik maken van frisse ideeën, die door Evert aangeleverd lijken te worden, maar in werkelijkheid uit de koker van een onbekende komen. Peter, de baas van het bureau, krijgt het verzoek dat het bureau de nieuwe plannen in Den Haag aan de minister moet presenteren.

Westerveld voert ons in in het dubbelspel dat rond Evert gespeeld wordt. Het begint ermee dat hij ziet dat iemand na kantoortijd zijn beleidsadviezen gecorrigeerd heeft. Hij weet niet goed wat hij daarvan moet denken en gaat op onderzoek uit. Hij komt terecht bij een Algerijnse schoonmaker terecht die hij er sterk van verdenkt hem moderne ideeën aan de hand doet. Evert haalt de man over mee te gaan naar Den Haag, waar min of meer een ontknoping plaats vindt met een onverwachte wending.

De taal waarin Westerveld het verhaal giet is niet echt bijzonder, maar het vormt in ieder geval geen belemmering voor de inhoud. Het oerdegelijke realisme waarvan zij zich bedient, blijkt bijvoorbeeld uit een bezoek dat Peter aan de gezagsgetrouwe Evert brengt: ‘Nadat Evert de volgende morgen de nieuwsberichten op internet heeft gelezen en besluit aan het werk te gaan, komt Peter zijn kamer in. Hij heeft een vel papier in zijn hand. Snel blaast Evert broodkruimels van zijn toetsenbord en schuift zijn half opgegeten boterham opzij.’

Het karakter van Evert komt sterk uit het boek te voorschijn. De laffe ambtenaar die door de hele roman heen vreest dat men zijn okselgeur ruikt is en daartegen halfslachtige maatregelen neemt, is uit het leven gegrepen. Evert zou wat graag meedoen met de collega’s maar is daar te timide voor. Misschien moet hij een cursus slap ouwehoeren volgen, denkt hij. Als zijn vrouw dan ook nog naar studiegenoot Bob lijkt over te lopen, is de klem min of meer volledig.
Dat deze loser knap in zijn vrije tijd hout snijdt, spreekt in zijn voordeel, maar de lezer houdt toch een benauwend gevoel aan hem over, waarmee gezegd is dat de schrijfster haar werk goed heeft gedaan.



  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen