Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 7 september 2013

Recensie: Superduif (2010), Esther Gerritsen



Vervreemdende acties van doodeenzaam meisje

Esther Gerritsen staat erom bekend dat ze graag een dosis vervreemding in haar boeken stopt. In Superduif transformeert hoofdpersoon Bonnie zonder dat ze het wil af en toe in een duif. Dat doet denken aan Gregor Samsa die bij het ontwaken veranderd is in een mensgrote kever. Het karakter van de hoofdpersoon van Kafka is ondanks deze gedaanteverwisseling, te begrijpen. Het valt daarentegen niet mee vat te krijgen op het meisje, dat met haar twaalf jaar op de grens zweeft tussen kind en volwassene.

De Haarlemse Bonnie Mol is het kind van een stel vertalers, dat al op leeftijd is en aan huis werkt. Ze zijn geduldig en zuinig. Moeder Bondina zet thee van het water waarin de eieren gekookt hebben en knipt de tandpasta met een schaartje open zodat Bonnie daar nog een week mee kan doen. Veel begrip voor de hysterische buien van hun scherpzinnige maar ongelukkige dochter hebben ze niet. Bonnie komt dan ook dagelijks met veel tegenzin uit bed.

Fraai is de manier waarop vader Laurens geportretteerd wordt en de reactie van Bonnie daarop. ‘Toen ik beneden kwam, stond mijn vader in onze kleine keuken, in zijn witte ondergoed zijn overhemd te strijken, omdat het te koud was in het washok. (…) Je zou daar best bewondering voor kunnen hebben, dat iemand ’s ochtends zijn overhemd strijkt, waarin hij gewoon thuis aan zijn bureau gaat zitten. En dat heb ik misschien ook wel, dat is het lastige.’

Bonnie vindt dat haar ouders recht hebben op een gelukkig kind, maar ze kan niet tippen aan hun bescheidenheid, hun geduld en zuinigheid. Ook op de basisschool mist ze aansluiting. Dat ze lelijk blond kroeshaar heeft verergert haar isolement. De mooie Manuel, haar klasgenoot in de oudste groep, grijpt haar dagelijks om de middel, zowel op weg naar school als na schooltijd. Dat grijpen heeft een erotische lading. Bonnie lijkt er niet veel moeite mee te hebben, er zelfs van te genieten, het is wellicht haar enige lust in een verder eenzaam bestaan. Het is schrijnend te lezen dat ze vaak bij gebrek aan contact in de pauze voor het prikbord staat om zich een houding te geven.

Haar afgeslotenheid verandert als er een nieuw meisje in de klas komt, de knappe Ine. Ze neemt het op voor Bonnie als ze ziet dat Manuel haar grijpt en spreekt haar aan. Bonnie maakt zich echter uit de voeten. Bij het tuinpoortje aangekomen gebeurt er iets bijzonders. Ze kan zweven. Ze is daarover zo opgetogen dat ze het aan haar moeder wil laten zien, maar die staat daar niet open voor.

Dat zweven blijkt de aanloop van een transformatie tot duif. Ze krijgt het warm, haar schouders breken en aan haar voeten ziet ze afschuwelijke poten. Zonder dat ze het wil voert ze levensreddende vluchten uit, om te beginnen tijdens de sportdag waarop ze een klasgenote redt. Ze wil haar ouders erover vertellen, maar stuit daarbij op communicatieproblemen, die in het boek in sterke dialogen worden beschreven. Ine is de enige die van haar reddingen op de hoogte is. Als diens oudere broer Sjoerd na een auto-ongeluk op de snelweg dodelijk wordt aangereden, voelt Bonnie zich erg schuldig. Ze is in gebreke gebleven. Haar transformaties worden een last. Dat ze in de brugklas van de middelbare school met veel succes columns schrijft in de schoolkrant, verandert daar niets aan. Haar doodsneigingen zijn nooit ver weg.   

De schrijfster loopt af en toe met kleine verwijzingen vooruit op de gebeurtenissen, zoals de dood van Sjoerd, een bezoek van Bonnie aan de psychiater of de relatie die Ine met Manuel krijgt, al wordt die verder niet uitgewerkt. De ontwikkeling van het gestoorde Bonnie speelt de boventoon. Die blijft nogal ondoorgrondelijk en moeilijk te volgen. Anders dan De gedaanteverwisseling, is het niet gemakkelijk voor de lezer zich in de bizarre en tragische leven van het meisje in te leven. Daarvoor is de vervreemding dit keer helaas te sterk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen