Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 24 september 2016

Wetenschappers kijken in de ziel (2016), zesdelige gespreksserie van Coen Verbraak


Wetenschappers vormen de nieuwe beroepsgroep die in zes afleveringen door Coen Verbraak aan de tand wordt gevoeld over hun werk. Twaalf uitgenodigde personen uit diverse, soms moeilijk met elkaar te vergelijken, takken van wetenschap vertellen in het Trippenhuis in Amsterdam openhartig over hun werkzaamheden en opvattingen. Het valt niet mee om die allemaal onder één noemer te brengen, vandaar dat mijn verslag onvermijdelijk onvolledig en subjectief is.

Aflevering 1: Voorbij de grenzen van het weten

In de eerste aflevering worden de grenzen van de wetenschap afgebakend. Veel nieuws levert dat, anders dan over kennisvermeerdering en algemene geldigheid, niet op, of het moeten de voorbeelden van wiskundige Ionica Smeets (zie foto) zijn over verbanden tussen zaken die niet afdoende zijn, zoals het verband tussen verdrinkingen en ijs eten, omdat daar nog het mooie weer tussen zit of het verband tussen bijziendheid en nachtlampjes, omdat die eerder door bijziende ouders worden gebruikt. Populaire tijdschriften geven dit soort verbanden vaak in hoofdletters weer en leveren daarmee verkeerde informatie. Smeets, die ook wetenschapscommunicatie gedaan heeft, vindt het belangrijk dat resultaten van onderzoek goed doorgegeven worden. Slimheid is niet de belangrijkste eigenschap van een wetenschapper. Ze kent hoogleraren die op de mavo begonnen zijn. Zelf wist ze niet of ze opgelucht of bedroefd moest zijn nadat een onderzoeksvoorstel van haar werd afgewezen. Dat gebeurde ze vaker, hoorde ze van een collega. Volgens kankeronderzoeker Hans Clevers is incasseringsvermogen in de wetenschap nodig. Dat heeft psycholoog Marcel Zeelenberg gemerkt toen hij een onderzoeksresultaat niet gepubliceerd kreeg.  

Hersenonderzoeker Jeroen Geurts wijst op het belang om de juiste vragen te stellen. Dit heeft eerder te maken met wijsheid vergaren dan met kennisverwerving. Volgens primatoloog Frans de Waal begint wetenschap met de eigen waarneming. Fysicus Robbert Dijkgraaf vergelijkt het vinden van de juiste verbanden met het vinden van het begin van een rol plakband. Als men geluk heeft, rolt het daarna vanzelf af. Volgens econome Barbara Baarsma gaat het in de wetenschap om de ruimte om te denken en te twijfelen. Psychiater Damiaan Denys meent dat wetenschappers veel zaken een beetje moeten kunnen, waaronder sociale vaardigheid. Bacterioloog Roel Coutinho zegt dat wetenschappers vaak lastig zijn, omdat ze anders naar de wereld kijken dan de doorsnee mens. Dijkgraaf maakt zich door zijn synesthetisch brein gemakkelijker abstracte kennis eigen. Hij kent collega’s die slimmer zijn dan hijzelf en vindt het inspirerend te horen wat zij allemaal weten.

Aflevering 2: Zoeken en vinden

Voor biochemicus Martijn Katan is het onderzoeksproces er een van zwoegen omdat hij erg perfectionistisch is. Hij weet nooit wat een vraag oplevert en had nooit gedacht dat zijn onderzoek naar de schadelijkheid van transvetten tot uitbanning daarvan in koekjes zou leiden. Clevers zegt dat de stamcellen die hij onderzoekt, een ongezochte bijvangst waren. Volgens Denys speelt toeval altijd een belangrijke rol, al moet men daar wel oog voor hebben. Veel medicijnen zoals antipsychotica werden ontwikkeld met een ander doel.

De wetenschappers vinden dat hun onderzoek herhaalbaar moet zijn, al is dat in de sterrenkunde niet altijd mogelijk. Coutinho zegt dat natuurwetenschappenschappelijk onderzoek gemakkelijker uit te voeren is dan onderzoek in de sociale wetenschappen, hetgeen Dijkgraaf tot de stelling brengt dat de laatste wetenschappen veel kwetsbaarder zijn. Verbraak hamert er nogal op dat veertig procent van de resultaten van het onderzoek in de laatste soort wetenschap niet klopt. Men zou zich ook kunnen afvragen of dit ook niet op een heel andere manier gedaan moet worden.

Aflevering 3: Nut en noodzaak

Zeelenberg zegt dat wetenschap de mens vooruit helpt en de anderen zijn het daarmee wel eens. Geurts legt uit dat men de oorzaak van MS ontdekte door de afbraak van de isolerende laag van de uitlopers van zenuwcellen hetgeen wanorde in het neurologisch systeem veroorzaakt. Dijkgraaf spreekt zich uit voor het nut van nutteloze kennis. Volgens Smeets zouden we anders nog steeds in berenvellen rondlopen. Coutinho herinnert aan de urgentie om een medicijn tegen aids te ontwikkelen. Uiteindelijk moet er volgens hem een vaccin tegen de virusziekte komen. Hij is het niet eens met de stelling dat de wetenschap de vragen van het publiek kan oplossen. De War on Cancer was dan ook een domme actie. Ook Clevers meent dat resultaten niet af te dwingen zijn. Landbouwkundige Louise Fresco vindt de breedte van onderzoek belangrijk. Het is de basis van het topje van de ijsberg die voor iedereen zichtbaar is. De wetenschapsagenda probeert tegemoet te komen aan vragen van het publiek. Volgens Fresco maakt dit een gesprek over prioriteiten van onderzoek mogelijk. Geurts geeft lezingen en heeft dan voeling met het publiek. Dat kan volgens hem niet van elke wetenschapper gezegd worden. Coutinho zegt dat wetenschappers de vragen van het publiek eerst nog in een onderzoeksvraag moeten vertalen.

Dijkgraaf legt uit dat Princeton een universiteit is zonder studenten dat aan wetenschappers een vrijplaats biedt om rustig onderzoek te doen. Elke middag drinkt men thee met elkaar. Men schaamt zich er niet voor om te zeggen dat men iets niet begrijpt. Dijkgraaf meent dat een mens verward kan zijn over de simpelste zaken. De sfeer van openheid is belangrijk om verder te komen. Volgens Denys ziet men, net als de religie vroeger, de wetenschap als een geloof, dit maal in zekerheid. Dat zegt veel over onze tijd.

Aflevering 4: Over de schreef

Verbraak vraagt of de wetenschap een krabbenmand is of een vriendenclub. De meesten vinden dat concurrentie hevig is, maar dat men elkaar daarmee ook vooruit helpt. Volgens Katan is de publicatieplicht de beste kwaliteitscontrole die we hebben. Het gesprek gaat daarna over de inhoud daarvan: de bladen waarin gepubliceerd wordt, de ranking die daarmee samenhangt en het belang van de plaats op de omslag waar de onderzoeker genoemd wordt, al speelt dat minder in de wiskunde omdat daar minder personen bij een onderzoek betrokken zijn.

Vervolgens komt het onderwerp fraude aan bod. Dijkgraaf noemt dit moedwillig bedriegen. Geurts blijft het liefst uit de buurt van personen die data verzinnen, maar bekent dat hij het laf vindt van zichzelf dat hij daar niets tegen doet. Met een replica onderzoek is niet zo gemakkelijk vast te stellen dat er gefraudeerd is, want de verschillen kunnen overal in zitten. Dijkgraaf zegt dat het soms moeilijk vast te stellen is of men iets zelf bedacht heeft of het ergens gehoord. Naast plagiaat is er ook zelfplagiaat, waarbij men eerdere conclusies van zichzelf niet vermeld. Fresco spreekt van een glijdende schaal van betrouwbaarheid. Daar was bij Diederik Stapel geen sprake van. Zijn vriend Zeelenberg schrok zich dood toen hij van diens fraude met data hoorde, die zelfs de New York Times haalde. Hij is er nog steeds door geraakt. Ze komen elkaar nog wel eens tegen maar van vriendschap is geen sprake meer.

Aflevering 5: Wie betaalt bepaalt

Katan omschrijft de wetenschapper als een zwerver die altijd op zoek is naar geld om zijn onderzoek te kunnen financieren. Couthino maakt er geen geheim van dat hij ook met de farmaceutische industrie samenwerkt, maar zegt daarbij dat hij belangrijk is om de verschillende belangen goed in de gaten te houden. Baarsma is het hiermee eens. Volgens Fresco heeft de industrie zelf ook belang bij goede producten. Smeets kent hoogleraren die op een verkeerde manier samenwerken en Clevers weet alles van perverse prikkels. Fresco zegt dat er door de overheid te weinig geïnvesteerd wordt in wetenschap. In de Verenigde Staten gaan veel grotere sommen geld om. Clevers zegt dat het collegegeld daar hoger is en dat docenten daar hun eigen inkomen moeten verdienen.

Het geven van onderwijs wordt, anders dan vroeger, over het algemeen minder hoog aangeslagen dan het doen van onderzoek, zegt Zeelenberg. De Waal is hierover verbaasd, want ook Einstein vond het eerste van groot belang. Taalonderzoeker Ineke Sluiter noemt het onderwijs voedend voor het onderzoek. Het brengt Verbraak op een vraag aan Katan over verschillende mythen over ons voedsel, zoals de snelle en langzame koolhydraten. Wellicht zijn de langzame belangrijk voor mensen met suikerziekte, maar voor anderen maakt het geen verschil, zegt hij. Ook genetisch gemanipuleerd voedsel acht hij niet schadelijker dan ander voedsel. Fresco ziet evenmin een risico. Tenslotte horen we dat Nederland het op onderzoeksgebied goed doet in de internationale wereld. Nog wel, zegt Fresco waarschuwend.   

Aflevering 6: De wetenschapper

Verbraak begint over de autoriteit van de wetenschap die volgens Sluiter onderuit gehaald wordt door de eerdere fraudezaken of door onhandigheid bijvoorbeeld rond de vaccinatie van meisjes tegen baarmoederhalskanker. Over het algemeen wordt de wetenschap nog wel gerespecteerd. Danys noemt wetenschap georganiseerde kennis met beperkingen, Smeets zegt dat de wetenschap niet op alles een antwoord heeft. Dijkgraaf vindt bewijs door intimidatie geen goede zaak en is dan ook blij dat er tegenwoordig meer openheid in de wetenschap is.

De serie eindigt met het mooiste onderdeel, namelijk de achtergronden van de wetenschappers zelf, ook al spreekt niet iedereen zich in persoonlijke zin uit. Fresco kwam uit een gezin waarin veel gelezen werd, in het gezin van Zeelenberg werd druk geargumenteerd, Smeets hield naast lezen erg van getallen en schreef verhaaltjes met exacte tijdsaanduidingen. Clevers deed als kind al scheikundeproefjes en zette die later voort in het laboratorium. Katan groeide op in een joods gezin en kreeg respect voor kennis met de paplepel ingegoten. Hij vertelt met emotie over de verdwijningen in de buurt. Zelf werd hij het jongetje dat alles goed moest maken. Danys is, net als Geurts, vierentwintig uur per dag onderzoeker, al moest hij het van thuis rustiger aan doen. Clevers spreekt over een onderzoek met DNA dat hen op de stoel van God plaatst, maar als mens weet hij niet of hij dat wil. Geurts is tegen eugenetica, maar denkt dat er verder wel veel mogelijk is. De Waal denkt dat na het verbod op proeven met chimpansees de kleinere apen zullen volgen. De nieuwe morele inzichten maken dat we anders tegen dieren aankijken. Helaas moeten de landbouwdieren het tegenwoordig nog steeds ontgelden. Dijkstra leeft in een parallelle wereld, maar niet zoeen waar Kerry Rusland onlangs van beschuldigde. Hij had als kind al een sterke behoefte een eigen wereld op te bouwen. Zijn huidige vak speelt zich af in een geheime kamer die voor anderen ontoegankelijk is. Smeets vond de wiskunde maar een eenzaam vak en koos daarnaast voor wetenschapscommunicatie. Sommigen zijn nog steeds het kind dat ze vroeger waren, al komt dat bij Geurts in de verdrukking door alle lees- en schrijfwerk dat erbij komt. Katan denkt dat hij wel iets nuttigs heeft gedaan. Hij is trots als hij iets nieuws heeft ontdekt. Dijkgraaf weet niet of het jochie van vroeger trots op hem is, het is eerder zo dat hij trots is op het jochie die aan het begin stond van zijn loopbaan en die al bezig was met het afpulken van plakband. De wetenschap is volgens hem een bouwwerk maar met een kern die heel puur is. Het is een groot voorrecht daaraan te mogen meewerken.  
 
Hier de leader.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen