Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 23 september 2016

Brands met poëzie, Nacht van de poëzie 2015, Utrecht



Tijdens de Nacht van de poëzie 2015 in TivoliVredenburg in Utrecht sprak Wim Brands met een viertal oudere en jongere dichters. De gesprekken werden omlijst door bezoekers die een gedicht uit het hoofd voordroegen, waaronder het prachtige Vrede van Leo Vroman. De schoonheid van de uitzending werd nog eens vermeerderd door een ontroerend weerzien met de lieve Brands. De warmte waarmee het over poëzie praatte was tastbaar in mijn huiskamer.

Na de opening van Jules Deelder, die zijn gedicht Vader en zoon uit zijn hoofd zegt, komt Ellen Deckwitz (1982) die haar gedicht Visje ook al uit haar hoofd zegt. Ze schreef het ter gelegenheid van het feit dat ze drieëndertig was geworden en nog steeds geen kinderen had, iets waar haar omgeving haar mee confronteerde. Visje staat in de bundel De blanke gave (2015). Deckwitz schreef in datzelfde jaar een handboek voor de beginnende dichter onder de titel Zo word je een geweldige dichter. Brands praat met haar over het feit dat men niet niet autobiografisch kan schrijven. Deckwitz zegt dat er een verschil is tussen schrijven over jezelf en het filter dat je zelf bent. In een eerdere bundel schreef ze veel over de incest van een broertje maar die leeft nog steeds. Zelf zag de laatste tijd veel kinderwagens. Ze werd ingewijd in de poëzie door gedichten van Jacques Perk, zoals Ik ben geboren uit zonnegloren. Ze leerde het uit haar hoofd en ging het rappen. Ook een gedicht van Karel van de Woestijne was daarvoor zeer geschikt. Ze bepleit meer declamatie in het literatuuronderwijs op de middelbare school. Gedichten over menstruatie doet ze niet omdat mannen dan afhaken. Ondanks haar pleinvrees vindt ze het heerlijk om op het podium te staan, alleen daarna krijgt ze een terugslag.

K. Schippers (1936) leest zijn gedicht Iemand elke dag zien voor uit de bundel Fijn dat u luistert (2014). Hij schreef dat kortgeleden in een roes. Het is simpel van vorm en inhoud en zeker niet het resultaat van hard blokken. Hij kent het gedicht Wat zij bedoelen van Jan Hanlo al lange tijd uit zijn hoofd. Hanlo vormde zijn introductie tot de dichtkunst. Schippers had lang geen poëzie geschreven omdat hij benieuwd was naar andere vormen van literatuur, maar is er onlangs weer mee begonnen. De verschillen tussen proza en poëzie zijn niet groot. Het korte gedicht Bij Loosdrecht gaat erover om het bekende te ontlopen en de wereld als nieuw te zien. Net als Hanlo gaat hij uit van een persoonlijke ervaring die hij universeel maakt.  

Hester Knibbe (1946) leest Vannacht voor uit de bundel Een hemd van vlees (1994). Ze schreef het begin jaren negentig over haar zieke zoon Aernout die op 25 november 1999 aan een hersentumor overleed. Ze droomde dat hij onder het ijs lag en verklaart dat uit angst voor verlies. Brands laat de meest recente uitgave van The New Yorker van 14 september 2015 zien, waarin het vertaalde gedicht geplaatst werd. Knibbe wist daar niets van en krijgt het tijdschrift mee. Zelf heeft ze, anders dan Deckwitz, geen taboes om over te schrijven. Ze leest het gedicht Antidood voor uit een reeks gedichten over haar zieke zoon in de bloemlezing Oogsteen (2009).  

Pieter Boskma (1956), die al in levende lijve zag tijdens het poëziefestival in Elswout in 2011, leest het gedicht voor dat begint met de regel En wij waren het zelf die gekromd uit de bundel Doodsbloei (2010) met 330 gedichten, geschreven na de dood van zijn vrouw die in 2008 aan borstkanker overleed. De bundel is opgezet als een roman en dient chronologisch gelezen te worden. Het begint met de regel Ben jij het liefste, ben je alles nu? die hij hoorde in de duinen anderhalf jaar na haar overlijden. De duinen vormen een geschikte locatie om de rouw een universele sfeer te geven. Na de lange leegte die hem als harde werker meeviel, werkte hij zeven maanden ononderbroken aan de bundel die meerdere stemmen kent, waaronder de dood zelf, een tragische figuur die als enige niet aan het noodlot kan ontsnappen.

Hier de bijdrage van Wim Brands aan de Nacht van de poëzie in 2014. Hij las daar voor uit zijn laatste bundel ’s Middags zwem ik in de Noordzee voor, steeds onderbroken door applaus,
hier het gedicht Ik ben geboren uit zonnegloren,
hier Wat zij bedoelen,  Bij Loosdrecht,
hier Vannacht met een analyse van Joop Leibbrand,
hier een boekvoorbeeld van de bloemlezing Oogsteen,
hier een aantal gedichten naar de eerste druk van Doodsbloei, 
hier mijn verslag van het Poëziefestival in Elswout in 2011
hier tenslotte Vrede, heel toepasselijk in deze vredesweek.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen