Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 15 januari 2015

Recensie: Tussen de anderen (2014), Fieke Gosselaar



Naturalistische verhalen over de zelfkant

De verhalenbundel Tussen de anderen, het debuut van Fieke Gosselaar, is volgens de achterflap een vlijmscherpe schets van de zelfkant van de samenleving. Inderdaad gaan nogal wat verhalen over lieden die in aanraking zijn gekomen met justitie. Het aardige is dat sommige van hen in meerdere verhalen opduiken. De verhalen worden afgewisseld door deperate voicemails en emails van ene Martin aan zijn onbereikbare geliefde Rochelle.

Gosselaar schrijft met veel gevoel voor detail in een naturalistische stijl. Nadeel daarvan is de overkill aan ellende. Alsof Gosselaar dat zelf ook vindt, sluit ze af met twee verhalen met een andere toon. In Charlie gaat het over een schoolmeisje van vijftien die, opgemaakt en wel, in een supermarkt achter de kassa zit. Het tragische is dat ze de grip op haar vriendinnen heeft verloren. Haar boezemvriendin Eva laat haar links liggen. Charlie wordt in verlegenheid gebracht als Eva met een andere vriendin bij haar aan de kassa komt met het verzoek een greep eruit te doen, zodat ze drank kan halen voor een feestje waarbij ook Charlie is uitgenodigd. Een boeiende gewetenskwestie.

Het laatste verhaal Siebrandt gaat over een vergelijkbaar meisje dat slecht overweg kan met haar ouders en zich laat inpalmen door de getrouwde Siebrandt die de manège bezit waar Chenoe haar paard gestald heeft. Fraai wordt het proces beschreven waarin de paardenman steeds meer in haar ban komt: ‘Ik ben een tijd blijven staan en steeds lachte ze even als ze langsreed. Ik merkte dat het me stiekem opwond en bleef naar haar kijken. Ik volgde het ritme van haar bewegingen en keek hoe ze met haar bekken het dier wist aan te sturen.’Later krijgt Siebrandt haar zo ver dat ze deze bewegingen op een plek in het bos op hem oefent, maar dat komt hem duur te staan.

De bundel opent sterk met Arend, een relaas over een stel dat weinig gelukkig met elkaar is. Arend is een macho die wil dat Tine doet wat hij zegt. Tine neemt op het eind wraak voor alle vernederingen, die ze gedurende lange tijd en in toenemende mate heeft ondergaan. Na het  verhaal Richard over een flatbewoner met wanen die wraak neemt op zijn luidruchtige buurvrouw komen we steeds meer aan de zelfkant van de samenleving terecht die het grootste deel van de bundel in beslag neemt met lieden als Bruno die een voetganger met zijn auto heeft doodgereden. Het ongeluk wordt vanuit verschillende perspectieven beschreven. De vrouw van het slachtoffer gaat zelf ook in de fout. Minder sterk is het verhaal waarin iemand een verward relaas houdt over een inval in een hennepkwekerij die in zijn huurwoning ondergebracht is. De verteller blijkt Bruno te zijn, begrijpen we later.

Omdat Gosselaar de verhalen, die steeds de titel dragen van de hoofdpersoon, aan elkaar koppelt krijgen ze meer diepte. Vaak blijven ze steken in anekdotiek en eindigen ze met geweld. Wellicht kan Gosselaar in haar volgende boek meer de gewetensnood opzoeken van meisjes Charlie of Chenoe, want dat boeit dan die altijd maar dezelfde zelfkant.     

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen