Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 19 januari 2015

Guus Kuijer over De bijbel voor ongelovigen, VPRO-Boeken, 18 januari 2015



De bijbel als voorloper van de literatuur

De vermaarde kinderboekenschrijver Guus Kuijer (Amsterdam, 1942), verlegde zijn spoor met het hervertellen van oude bijbelverhalen voor mensen die er niet meer mee worden opgevoed. Inmiddels zijn er drie bundels van De bijbel voor ongelovigen verschenen: over Genesis, De uittocht en de intocht en over Saul, David, Samuel en Ruth. Kuijer denkt dat er nog wel twee delen zullen volgen, Wim Brands hoopt op drie.

Brands vraagt of hij er elke dag aan werkt.
Dat blijkt zo te zijn. Kuijer is een ochtendmens. Hij begint om zeven uur en werkt door tot twaalf uur (in de ochtend neem ik aan). Hij heeft een Duitse vertaling bij zich in een ouderwets jasje, maar het boek verkoopt goed, net als in de Verenigde Staten waar het eerste deel is verschenen en de andere twee delen gekocht zijn. Daarnaast heeft Kuijer een boek bij zich van zijn vader waarin studies vermeld staan over het eerste bijbelboek.

De agnost Kuijer kwam op het idee om het Oude Testament te vertalen omdat hij als kind geboeid werd door de verhalen die dagelijks door onderwijzers en onderwijzeressen op zijn christelijke school verteld werden. Onder het vak Bijbelse geschiedenis werden de verhalen elk jaar opnieuw van voor af aan verteld, in de kersttijd onderbroken door het kerstverhaal uit het Nieuwe Testament en in de Paastijd door het lijdensverhaal. Hij vond de verhalen heel wat boeiender dan de moralistische preken. Omdat dezelfde verhalen elk jaar door een andere leerkracht verteld werden, kreeg Guus een idee van de persoonlijke invulling ervan.

Brands vraagt hoe hij weet dat de leraren zo goed konden vertellen.
Kuijer erkent dat hij zich dat misschien inbeeldt, al werd het vertellen en voorlezen in de jaren vijftig belangrijk gevonden. Hij heeft zijn verhalen zo opgeschreven zoals hij ze zelf gehoord heeft en leest het eerste stuk over Adam voor die vertelt dat God een balletje opgooide. Kuijer vertelt daarbij dat dit een ingeving was, van God zo men wil.
De verhalen zijn oude volksverhalen waarin men, net als tegenwoordig in een roman, duiding geeft van de tijd waarin men leeft. Men heeft dezelfde angsten en twijfels als wij. Soms zijn de verhalen nog steeds actueel. Kuijer noemt het verhaal van Mozes die in het boek Exodus door de dochter van de Farao uit de Nijl werd gered en in het paleis van haar vader grootgebracht.

Brands waardeert het dat Kuijer een bijfiguur als verteller promoveert.
Kuijer noemt het dilemma waarin zij verkeert hartverscheurend. Ze veroordeelde zichzelf tot ballingschap, ontdekte Kuijer in een later bijbelboek.    

Brands brengt literatuurcriticus James Wood ter sprake, die vertelde dat de bijbel geen twijfel kent.
Kuijer zegt dat de twijfel onderhuids zit, bijvoorbeeld bij Sara, de vrouw van Abraham die lang geen kinderen kan krijgen en op haar negentigste van God hoort dat ze nog een zoon zag krijgen. Hagar, de slavin die Abraham de zoon Ismaël geschonken heeft, spot met God. Volgens Kuijer is dat omdat zij de biologische herkomst van Isak in twijfel trekt.
Zijn schoolmeesters begrepen de kritiek van God op de mensenoffers niet, zoals in het verhaal waarin Abraham in eerste instantie Isak moet offeren, maar daarna ervan weerhouden wordt. Kain is geen gruwelijke moordenaar, maar een nomade die zijn broer Abel, een akkerbouwer doodt. Daardoor straft God, die meer opheeft met nomaden dan men sedentairen, Kaïn mild. Volgens Kuijer is de weg lang van de nomadische God naar de God voor iedereen. 
In de Toren van Babel wordt de stadsmens veroordeeld. God is niet boos op de menselijke hoogmoed, maar op het technische vermogen waartoe de mens in staat is. Hij gaat daar tegen in met spraakverwarring.

Volgens Brands is de literatuur een nazaat van de kritiek die in de bijbel verwoord wordt. Een mooie afsluiting van een aardig, veertig minuten durend gesprek.

Hier mijn bespreking van het eerste deel van De bijbel voor ongelovigen uit 2012.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen