Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 16 maart 2014

Theaterrecensie: Zomertijd, Compagnie Dakar, Toneelschuur 15 maart 2014



Vormloze weergave van een gemaskeerde werkelijkheid

De roman Zomertijd is het afsluitende deel van een drieluik, waarin John Coetzee zijn leven beschrijft. In Jongensjaren en Portret van een jongeman kwamen respectievelijk zijn jeugd tijdens de apartheid en zijn studietijd in Engeland aan bod. In Zomertijd beschrijft hij de terugkeer naar Zuid-Afrika in 1972 tot zijn erkenning als schrijver in 1977. Hij wijkt in het laatste deel af van het geijkte autobiografische procédé en beschrijft deze periode na zijn eigen dood door middel van interviews die een fictieve biograaf met enkele kennissen van Coetzee .

De roman is vijf jaar na verschijnen uitgangspunt voor een toneelstuk door Compagnie Dakar, opgericht in 2001 door Guido Kleene, met de bedoeling de horizon van de theaterganger te verbreden. Hij is zelf een van de spelers en wordt geflankeerd door Eva van Manen en Hans Man in ’t Veld. Volgens de begeleidende tekst spelen zij drie generaties Zuid Afrikanen, allen op hun manier worstelend met het raciale verleden.

In het toneelstuk is van deze inter-generationele verschillen weinig merkbaar. Wellicht komt dit omdat men de promotietekst al moet inleveren voordat het stuk tot stand is gekomen. De drie spelers spelen vooral rollen van personages die in de roman voorkomen, zoals het nichtje Margot of de Braziliaanse danslerares. Man in ’t Veld speelt daarnaast vooral de vader, Kleene zijn zoon John en Van Manen zorgt, als zij geen rol speelt, vanuit een soort regiehoekje voor commentaar op de andere twee acteurs.

Vanwege het fictieve karakter van de roman is dat commentaar in ruime mate te maken. Zo merkt Van Manen op dat de grootouders van John helemaal niet in hetzelfde huis als het gezin in Kaapstad woonden, hetgeen een kluchterige verwarring teweeg brengt. Compagnie Dakar voegt er nog meer aan toe. Zo bromt Man in ’t Veld, die met zijn voeten in een teiltje water wil zitten, dat er zelfs geen teiltje is vanwege de bezuinigingen. Of hij breekt in in het gesprek van de anderen terwijl hij een dutje doet omdat hij bij een bepaald woord moet opstaan. In plaats van een verrijking van de roman doet dit echter afbreuk aan de vorm en wordt het een rommelig geheel.

Dat begint al met het neerleggen van kaartjes op de toneelvloer, die landen in Afrika moeten verbeelden, in het bijzonder plaatsen in Zuid-Afrika waar de familie Coetzee, die ooit uit Middelburg kwam, nauwe connecties mee had. Man in ’t Veld wijst tijdens het neerleggen van de kaartjes op een vakantieposter van Tenerife aan de muur waar hij zelf ooit geweest was. De kluchterigheid die in het begin van de voorstelling de overhand heeft, verdwijnt steeds meer om plaats te maken voor scènes uit het boek die soms voorgelezen en dan weer gespeeld worden.

Het amateurisme is daarbij nooit ver weg. Bijvoorbeeld in de scène waarin John eenmaal terug in Kaapstad typt, terwijl zijn aan lager wal geraakte vader toekijkt, een plas doet en tegelijk een blik op zijn papier probeert te werpen. Het beeld is mooi maar inhoudelijk voegt de scène weinig toe.

De dramatiek die Coetzee zelf zo aangrijpend weet te verwoorden komt bij Compagnie Dakar helaas niet over. Omdat een visie ontbreekt, valt de vorm uiteen in verschillende losfladderende eenheden. Anders dan de schrijver, die met zijn boeiende maskerades de waarheid op zijn staart proberen trappen, weten de acteurs de horizon niet te verleggen. 

aangepast 17 maart 8:12 uur



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen