Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 17 maart 2014

Pauline Micheels over Vandaag, VPRO-Boeken, 16 maart 2014



Fictie van een geschiedkundige over het leven in Westerbork

De historica Pauline Micheels (1948) schreef de oorlogsnovelle Vandaag over het leven in het doorgangskamp Westerbork aan de hand van familieverhalen die ze kende. Wim Brands haalt Jan Terlouw aan over het resultaat. Die zei dat het contrast tussen het dagelijks leven en het gruwelijke de lezer bij de keel grijpt.  

Brands toont de omslagfoto die bij in de kasten van het Niod ligt, waar Micheels werkte.
Daarop staan enkele kinderen gefotografeerd van een klasje van een joodse lagere school in Amsterdam West. Micheels neemt aan dat geen van die kinderen de oorlog overleefd heeft.

Brands vraagt waarom ze een jochie van bijna twaalf jaar als hoofdpersoon nam.
Micheels vertelt dat hij op haar pad kwam, dat ze graag eens een uitstapje maakte naar de fictie, waarbij ze niet steeds bronnen hoefde te raadplegen en zich te verantwoorden. Ze vond het leuk om onbevangen te kunnen schrijven, het kwam uit haar hoofd, waarin veel informatie zat, ook van haar familie, van wie een groot deel niet uit de kampen terugkwam. Voor haar als kind was dat niet vreemd omdat dat bij andere joodse families ook het geval was. In haar novelle komt een tante Clara voor die gemodelleerd is naar een tante van haar moeder die de oorlog overleefde en bij wie ze graag op bezoek ging. Die tante praatte namelijk veel over de oorlog en zij als aankomend historica was maar al te geïnteresseerd in haar verhalen.

Brands zegt dat Marja Vuijsje ook eens bij hem aan tafel zat en vertelde dat er ook veel gezwegen werd, maar daar had Micheels geen last van. Haar moeder wist veel over de oorlog in Nederland en haar vader had spannende verhalen over zijn tijd in Zwitserland waar hij naar toe gevlucht was.

Brands begint over een medewerker van het stadsarchief waar een fototentoonstelling over de joodse kinderen te zien was die overigens door Guus Luijters in Kinderkroniek 1940-1945 in een boek is omgezet. De bewuste medewerker was na de tentoonstelling nog vol van het onderwerp en zei tegen Micheels dat hij zich niet kon voorstellen dat kinderen in Westerbork speelgoed hadden. Dat bracht Micheels op het idee om daarover te gaan schrijven. Ze realiseerde zich dat veel mensen geen voorstelling hadden van het dagelijks leven in het kamp. Ze wilde een beeld geven van Westerbork zoals het geweest was. Fictie is beter in staat de werkelijkheid weer te geven dan een geschiedkundig werk.

Brands merkt op dat de werkelijkheid er nog gruwelijker door wordt.
Micheels zegt dat het de kunst is het zo op te schrijven dat het allemaal doodgewoon lijkt.
Op de vraag van Brands wat ze het moeilijkst te beschrijven vond kan ze niet meteen antwoord geven. Ze begint over de maandagavonden waarop in de barak de namen werden voorgelezen van mensen die de volgende dag op transport naar Polen werden gesteld en beschreef dat op vanuit de ogen van het jongentje. In het kamp waren pessimisten die dachten dat men ter dood gebracht werd, maar ook optimisten zoals mevrouw Polak, haar tante, die dacht dat ze wel zou terugkeren, hetgeen helaas niet gebeurd is. De familie bewaarde thuis nog een briefkaart van haar. Zo’n mooie anekdote moest in de novelle worden opgenomen. De moeder van het jongetje was heel pessimistischer wat pessimistischer over de toekomst.

Ten slotte vraagt Brands of Micheels meer is gaan begrijpen van de oorlog. Dat weet Micheels niet. Wel heeft ze de oorlog meer doorleefd, de gebeurtenissen meebeleefd. 






  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen