Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 16 februari 2012

Jan Bleyen over Doodgeboren, VPRO-boeken, 12 februari 2012


Een cultuur-historische kijk op onze omgang met de dood.

De jonge Vlaamse historicus Jan Bleyen schreef vijf jaar geleden al De dood in Vlaanderen. Opvattingen en praktijken na 1950, waarin hij een beeld van onze omgang met de dood schetst. Bidprentjes dienden eerder om mee te helpen dat de overledene de hemel kon bereiken, later werden het meer documenten ter herinnering. De verandering illustreert dat men vroeger de dood zag als een overgang naar een andere staat, inmiddels als een definitief einde.

Voor Doodgeboren. Een mondelinge geschiedenis van rouw heeft Bleyen veel met ouders van doodgeboren kinderen gepraat. Ze maakten een heftige traumatische ervaring mee rond een gebeurtenis die in de meeste gevallen een heel natuurlijke is.

Natuurlijk wil Wim Brands weten hoe hij aan het onderwerp gekomen is. Jan Bleyen vertelt dat de antropoloog bij wie hij vijf jaar onderzoek deed voor De dood in Vlaanderen hem aanraadde de geboorte erbij te nemen. Beide levensfasen zijn aan elkaar verwant. Er is sprake in beide fasen sprake van medicalisering, bij de geboorte al in de vorm van een echoscopie.

De geboorte is een gevoelsmatig moment, ontdekte Bleyen, toen hij naar een Australische documentaire keek waarin de geboorte door een vriendin van de moeder werd gefilmd. Hoewel de geboorte niet goed afliep wilde de moeder toch dat er doorgefilmd werd. Bleyen ervaarde een fundamenteel gebeuren, geboorte en dood ineen. De contaminatie doodgeboren is op zich al een wonderlijk begrip.

Niet lang geleden werd er nog heel anders mee omgegaan. Tot in de jaren zestig brak de man thuis het wiegje af terwijl de moeder nog in het ziekenhuis verbleef. Het kind werd meteen weggenomen, niet gefotografeerd. Er werden geen tastbare sporen nagelaten. Bij wet was vastgelegd dat het ook geen naam mocht worden gegeven, er werd in de boeken aangetekend dat het kind levenloos ter wereld was gekomen en het kreeg ook geen graf. Paradoxaal genoeg maakte de afwezigheid van het kind diens aanwezigheid juist groter. Pas in de jaren negentig werd het kind ook daadwerkelijk getoond.    

De gesprekken met ouders kwamen tot stand op initiatief van vrouwen, die toch als autoriteit op dat gebied gelden. Als de vader al meedeed vertelde die vaak een erg medisch verhaal en gaf voor de beleving het woord aan zijn vrouw. Daarin wordt de culturele opvatting zichtbaar dat de man degene is die afstand houdt. Soms luisterde de man in een andere kamer toe en was blij door Bleyen betrokken te worden bij het gesprek.

Ik vraag me daarbij af of de toestand in België misschien traditioneler is dan in Nederland. Ik kan me niet voorstellen dat hier zo’n groot verschil is in de beleving tussen de partners, maar wellicht kan Bleyen dat nog eens onderzoeken.

Verder was Brands zeer geïnteresseerd in de vertelling die men tegenwoordig aan het doodgeboren kind verbindt. We zijn herinneringen belangrijk gaan vinden, zegt Bleyen omdat we in onze postchristelijke cultuur menen dat de dood het einde is. Hij vertelt dat men de plakkertjes die op de doopsuikers zitten meeneemt op vakantie en die op een opmerkelijke plek vastplakt en fotografeert. Volgens Bleyen heeft dat te maken met levenskracht, wordt daarmee getoond dat rouwen een actief proces is.

Hier een mooie recensie in De Standaard, hier een een site voor een doodgeboren kind.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen