Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 22 mei 2017

Tim Parks over De roman als overlevingsstrategie, VPRO Boeken, 21 mei 2017


Schrijver geeft zijn gevoelswereld in zijn boeken weer

De Britse schrijver Tim Parks is niet alleen een begenadigd romancier en auteur van meer beschouwelijke boeken als Leer ons stil te zitten, maar ook iemand die over het schrijven en lezen nadenkt. In 2015 verscheen van hem Waarom ik lees, waarin hij beargumenteert dat de literatuur door de globalisering een ander karakter krijgt. Romans missen kraak en smaak, vormen een eenheidsworst en schrijvers lijden aan een babbelziekte. In De roman als overlevingsstrategie, opnieuw vertaald door Corine Kisling, gaat hij hierop door. In de inleiding op VPRO Boeken werd al gezegd dat Parks ervan overtuigd is dat inhoud, stijl, soort verhaal en de manier van vertellen samenhangen met innerlijke spanningen bij de persoon van de schrijver. Jeroen van Kan praat met Parks over deze boeiende stelling.

Van Kan begint over het feit dat we in de literatuuurwetenschap een periode gehad hebben waarin de tekst op zichzelf stond en de persoon van de schrijver niet ter zake deed.
Parks dat de leeservaring altijd over de relatie met de schrijver gaat. Er is geen heilige tekst. Teksten hoeven niet altijd geschikt te zijn voor een lezer, maar kunnen ook gevaarlijk zijn. Een tekst voert niet altijd naar prettige plaatsen. Zijn visie op het verband tussen schrijver, tekst en lezer is deels een reactie op de eerdere opvatting dat de tekst los staat van de schrijver, maar aan de andere kant ook iets van hemzelf. Hij verwijst naar het domineesgezin waarin hij opgroeide en waaraan hij ontsnapte aan de evangelische boeken door wereldliteratuur te lezen.

Van Kan begint erover dat Parks een roman als onderdeel van het gedrag van een schrijver ziet.
Parks refereert aan James Joyce die geld van de huidige lezer zou lenen als hij die tegenkwam. Als hij dat kreeg zou het alleen maar erger worden met verzoeken, tot seksuele aan toe. Joyce stuurde een deel van een nieuw werk naar de uitgever en als die het te obscuur vond, stuurde hij iets in dat nog meer obscuur was. Als wij hiervan op de hoogte zijn, verandert dat onze perceptie en onze leeservaring. Een ander voorbeeld is D. C. Lawrence. Hij was twistziek en vocht ruzies uit met zijn vrouw. Hij hield ervan te provoceren. Als je dat weet, weet je ook waarom je op een bepaalde manier op zijn tekst reageert. Virginia Woolf vond het al belangrijk om te weten wie iets geschreven had.

Van Kan brengt Elena Ferrante in van wie we niets weten.
Parks zegt dat haar behoefte aan anonimiteit ook veel over haar zegt. Waar komt die vandaan? In hoeverre is die oprecht? Schrijvers beschrijven hun eigen gevoelswereld. Thomas Hardy was angstig en wilde dapper zijn. Zijn huwelijk zat in het slop en hij wilde graag vreemdgaan. In zijn romans schreef hij daarover met genot, maar zijn personages die hun lusten botvierden, stonden aan het eind met lege handen. Lawrence deed wel wat Hardy niet durfde. Elfriede Jelinek vindt de wereld zo vreselijk dat ze zich schuil houdt in de literatuur. Voor Joyce was de literatuur een middel om zich superieur te wanen, al zijn er andere aspecten in zijn werk te vinden. De voorstelling van Philip Roth verandert ook als je een boek van hem gelezen hebt.

Van Kan vraagt wat dit over hem zelf zegt.
Parks antwoordt dat we onze eigen positie bepalen aan de hand van wat we gelezen hebben. We krijgen daarvan een beter idee en meer reliëf naarmate we meer lezen.
 
Hier mijn bespreking van Waarom ik lees.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen