Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 14 mei 2017

Theaterrecensie: Find me a boring stone, Ro Theater, Toneelschuur, 13 mei 2017


Collectieve meditatie over alles wat verloren gaat

Roem ging al vooraf aan de voorstelling met de intrigerende titel Find me a boring stone. De monoloog van Gijs Naber, die twee jaar geleden te zien was in Leger en ditmaal muzikaal begeleid wordt door Stan Vreeken, maakt de verwachting geheel waar. De indringende tekst van Rik van den Bos over een man in de rouw houdt het publiek vijf kwartier muisstil, al is er af en toe een grapje, dat een lach in de zaal voorbrengt, bijvoorbeeld over een flespompoen die iemand kocht maar die verrotte, omdat de koper niet wist wat ermee te maken. Rouw is een onderwerp dat de gemoederen bezig houdt. Er is behoefte om meer stil te staan, de tijd te nemen. Naber geeft die en brengt een collectieve meditatie teweeg.

In het enorme decor met in het midden een zwarte ronde schijf zit hij ergens achteraf op een stoel. Hij is niet van belang, hij is een werktuig net als gitarist Stan Vreeken die iets meer naar voren zit en de voorstelling na een gepaste stilte opent met een lied, een net zo toepasselijke folksong. Naber begint daarna, af en toe tegen Vreeken, over de volmaaktheid van een cirkel, die een menselijke uitvinding is en in de natuur niet voorkomt. De perfectie is iets wat in het hoofd van de mens zit en daar ook problemen veroorzaakt. Denken is een last, net als de tijd die we steeds meer meetorsen naarmate we ouder worden en ons geheugen minder wordt. En dat terwijl louter zijn genoeg is. We hoeven ons niet te verschuilen achter woorden. Een hand op de schouder is genoeg. Zeker voor een persoon die net een ander is kwijt geraakt.

De tekst van Van den Bos is daarom zo sterk omdat hij van het persoonlijke niveau naar het algemene en weer terug beweegt. Daarmee zit de spanning ingebouwd. De jonge man die voor het raam over de stad uitkijkt, zich verbazend over het leven dat nauwelijks in een patroon te vatten is, rouwt over zijn vriendin, maar staat daarnaast symbool voor een toekomst waarin men hopelijk de tijd krijgt om meer stil te staan bij alles wat met verlies te maken heeft en dat te doorvoelen, voordat men gelouterd weer deelneemt aan de bezigheden van alledag. De man voor het raam stelt zich voor dat de begrafenisstoet met de lijkwagen voorop een tour maakt langs plaatsen in de stad die belangrijk voor hen geweest zijn. Stilstaan, ook al is het maar even, het voorbije doorleven, maakt dat er weer ruimte komt. De zon die in de tekst vaak genoemd wordt. ligt eerst nog als een zwart gat op de grond, maar gaat steeds meer schijnen. In het toneelbeeld wordt dit gefaseerde proces mooi weergegeven tot de zon stralend op het verder lege podium de hoofdrol vervult, nog versterkt door felle gele lampen die van boven op het publiek neerschijnen.

De nieuw verworven ruimte wordt mooi weergegeven in een scène aan het eind, waarin een gezin met twee zoons zich aan het strand bevindt. De moeder zit op een heuvel en kijkt uit over zee, de vader slaapt en de jongens vervelen zich stierlijk omdat er niets te doen is. De vader geeft hen de opdracht om een saaie steen te zoeken. De zoon die er eentje vindt mag de volgende keer het vakantiedoel bepalen. Aan het eind van de middag komen de jongens terug en overhandigen de vader hun vondst. De vader bekijkt de steen en vraagt of ze weten wat die strepen in de steen betekenen. Door zijn uitleg over zeewormen die dat gedaan hebben worden de jongens enthousiast en verdwijnt de verveling, waarmee duidelijk wordt dat we ons op elk moment weer kunnen schoonmaken door verwondering.

In het programmaboekje schrijft regisseur Erik Whien, die zelf de laatste tijd ook met rouw te maken had, dat verlies de ogen opent voor andere aspecten van het bestaan, dat de blik anders wordt, verruimd, dat men anders aankijkt tegen zaken, hetgeen in de tekst heel mooi wordt weergegeven door zinnen die beginnen met Er zijn er... en die aangevuld worden met mensen die in chaos leven, die vergeten zijn, maar ook die zich opgericht hebben. Door al het licht dat op het eind op het publiek neerdaalt stapt men na de bemoedigende uitspraak van Naber dat mensen elkaar tot steun kunnen zijn, gevolgd door een laatste folksong van Vreeken, lichter en gelouterd weer naar buiten, om het leven met meer kracht weer aan te vangen.

Hier meer informatie op de site van het Ro Theater met daarop ook een trailer, hier mijn bespreking van Leger.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen