Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 14 september 2012

Recensie: Het beeld van Goethe (2011), Kees ’t Hart


Verantwoording van een gewetensvol dansleraar.

Kees ’t Hart staat bekend om zijn verrassende inkijkjes in het leven, die zich ook uitstrekken tot in het verleden. In Het beeld van Goethe verplaatst hij zich in de Franeker dansleraar Henri Van der Mussen, geboren in 1752, werkend aan de universiteit en samenwonend met zijn ziekelijke zus Anna. We bevinden ons in de Franse tijd. In 1805 schrijft de universiteit van Franeker een prijsvraag uit om een eremonument op te richten. Van der Mussen wordt gevraagd zitting te nemen in de monumentcommissie. Dat monument is er niet gekomen. De universiteit werd zelfs gesloten. In Het beeld van Goethe probeert hij aan zijn superieuren uit te leggen dat er geen sprake is geweest van malversaties. Hij dateert de verantwoording op 5 mei 1812. Deze is een reactie op een brief van de Senaat, waarin hij Van der Musen wordt genoemd. Hij wijst de suggestie van fraude van de hand, maar kan zijn veronderstelling niet hard maken.

Het dunne, maar boeiende boekje is opgesplitst in twee delen en begint met het deel Franeker. Van der Mussen stelt zich ten doel een licht te werpen op het leven van De Geer, die eerder de slag bij Jena in oktober 1806 meemaakte en Goethe ontmoette. Hijzelf ontmoette De Geer in 1808. De Geer kreeg vanaf mei van dit jaar een aanstelling aan de universiteit. Hij vertelde Van der Mussen over de veldslag bij Jena, die hij als soldaat in het leger van Napoleon meemaakte. Hij is laaiend over het monument dat Goethe in een park in Weimar heeft laten neerzetten. Dat heeft de vorm van een bol op een vierkant. Van der Mussen kent Goethe van het boek Het lijden van de jonge Werchter dat het lievelingsboek van zijn zus is.

In het tweede deel Weimar reizen Van der Mussen en De Geer naar Weimar om Goethe te vragen of ze een vergrote replica van het monument mogen maken en om hem uit te nodigen bij de onthulling in Franeker aanwezig te zijn. In de publieke opinie heerste nogal wat scepsis over het project. Van der Mussen aarzelde om te gaan vanwege de gezondheidstoestand van zijn zus, maar haar wens om een opdracht van Goethe in haar boek te krijgen trekt hem over de streep. De mannen trekken vanaf 4 juli 1809 per koets dwars door Duitsland. Ze zien de gevolgen van de oorlog: branden, opstanden, weggevluchte Pruisen. In Jena logeren ze bij een Hollandse herbergier, die sceptisch is over de plannen om Goethe te spreken te krijgen maar hen voor wat geld graag wil helpen.

In afwachting van een audiëntie gaat Van der Mussen naar het verwaarloosde parkje waar het monument zich bevindt. Hij komt bedelaars tegen en meent eerst dat er niets staat, maar dan ziet hij toch het beeld. Hij is getroffen door de bol op het vierkant dat volgens hem de gespletenheid tussen emotie en ratio moet voorstellen. Tijdens ede herdenking van de slag bij Jena, bij een obelisk op een heuvel, ziet Van der Mussen de veelzijdige Wolfgang Goethe. ‘Verscholen achter twee Franse officieren met naast hem een gezette jongeman, misschien een familielid, liep, gekleed in een zwart pak, een dikkige man met een breed gezicht dat eruit zag alsof het door een beeldhouwer grof was geboetseerd. Hij was blootshoofds, had een grote neus, verwilderde haren en dunne lippen.’
De man doet hem eerder denken aan een bouwmeester van fortificaties of een geldschieter van de keizer. De Geer roept hem aan. Goethe lacht. Niet veel later krijgen ze een uitnodiging voor de audiëntie. Van der Mussen is teleurgesteld als blijkt dat er een dertigtal mensen zijn uitgenodigd, maar de volgende dag ontmoet hij Goethe in het park. Goethe ondertekent het boek dat zus Anna aan haar broer heeft meegegeven en zet erin: sei ruhig. Hij vermeldt bij dat hij inmiddels een heel anders persoon is dan de verliefde jonge Werther. Van der Mussen voelt zich op een keerpunt van zijn leven, maar krijgt daarna nog het nodige voor zijn kiezen. Een gewetensvol man in een omgeving waar niet al te zwaar met de waarheid wordt omgesprongen.  

Kees ’t Hart schreef Het beeld van Goethe in opdracht van de Franeker Kunst Stichting. ‘Dit verhaal dient mede als inspiratiebron voor kunstenaars om het rijke verleden van Franeker te vertalen in eigentijdse vormen.’ Dat dit mag opgaan in deze tijd van cultuurkaalslag.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen