Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 11 september 2012

Het België van David van Reybrouck, tv-serie, 9 september 2012



Een reis door het bloemenperkje.

De West -Vlaming David van Reybrouck is cultuur-historicus en schrijver. Hij organiseerde de G1000, een burgerinitiatief dat in november 2011 in Brussel gehouden werd met als doel om, in een tijd waarin de politici het lieten afweten, de bevolking over de toekomst van het land te laten praten en tot voorstellen voor de toekomst van België te komen.

David begint bij het monument van de slag bij Waterloo. 250.000 soldaten namen er aan deel. Napoleon, die last had van zijn maag, werd op 18 juni 1815 door Pruisen en Britten in de pan gehakt. Het is het begin van de moderne geschiedenis. Men had behoefte aan een bufferstaat, een bloemperkje. Het duurde nog vijftien jaar tot Belgïe zich van Nederland afscheidde. Het is moeilijk kiezen tussen de Vlaamse of de Belgische identiteit, horen we omstanders zeggen.

Davids geboortegrond is de West-Vlaamse klei in de buurt Brugge. Zijn moeder zegt dat hij met ABN werd opgevoed maar door een buurjongen Brugs leerde spreken. Op zestienjarige leeftijd wilde hij gaan klimmen en kon kiezen uit een Belgische of een Vlaamse klimschool. Het werd de Vlaamse. Hij bezoekt het museum van Constant Permeke in Jabbeke. Zijn grootvader was zo’n figuur als getekend door Permeke. Het is belangrijk te weten waar je vandaan komt, maar het moet geen beletsel vormen voor je toekomst, mijmert hij. Op bezoek bij nonkel Kamiel hoort hij dat grootvader lid was van het Vlaams Nationaal Verbond, dat collaboreerde met de Duitsers. Na de oorlog werd hij gestraft met zes weken cel. Grootvader was woedend. Men wist niet goed hoe te reageren op de bezetter, zegt David. Men liet zich meeslepen door ideeën die hen uiteindelijk weinig opleverden. Het huidige nationalisme gaat terug op de vernedering van de Vlamingen. De partij die zich wil afscheiden is de grootste in Vlaanderen. Met een bevriend fotograaf kijkt hij in een café naar de Ronde van Vlaanderen. De vriend wil niet meer langs de weg staan, omdat de wedstrijd gecorrumpeerd is door de commercie.

Tijdens een gesprek met Wilfried Martens en zijn vrouw, beiden christendemocratische politici, vertelt de voormalig premier, dat de vaststelling van de taalgrens in 1962 een groot succes was. Echter niet om het separatisme te bevorderen. Mevrouw Smet legt uit dat men net als Gorbatsjov in de Sovjet-Unie, de afzonderlijke landsdelen meer vrijheid wilde gunnen. Martens vult aan dat men, net als in Europa, gedoemd is samen te leven. Hij vond het initiatief van de G1000 belangrijk. Daarmee bouwt men bruggen.

David vertelt dat hij als solitair schrijver opeens in een enorme organisatie terechtkwam. Het verbaasde hem dat zijn landgenoten zo lang met elkaar discussieerden over hun land. Hij ontroerde hem. Hij gaat op bezoek bij een aantal van de genodigden, die willekeurig uit het telefoonboek waren geprikt. Een allochtoon uit Congo praatte met intelligente landgenoten, zegt hij, ook over het moeilijke onderwerp van de immigratie. Hij vertelt dat veel allochtonen willen dat hun kinderen Nederlands willen leren omdat het hun kansen vergroot.

David zit in een ouderwets treinstel en rijdt door een arme wijk van Brussel. Anders dan in Parijs of Berlijn is de armoede in Brussel tot het centrum doorgedrongen, omdat de rijken wegtrokken en hun plaats werd ingenomen door immigranten. Er is een werkloosheid van twintig procent, een jeugdwerkloosheid van dertig, die in sommige wijken oploopt tot veertig procent. David zegt dat Brussel een tijdbom is. De paupers hebben veel geduld, verzucht hij.
Hij raakt aan de praat met een oudere Spaanse choreografe, die eerder ballerina was. Ze houdt van België en meent dat de kracht in eenheid schuilt.

David bezoekt De Hoge Venen, zijn favoriete natuurgebied. Hij kan zich niet voorstellen dat de Vlamingen daar afstand van willen doen. Het hoogste punt is precies 700 meter. In 1923 maakte men, als teken van Belgisch bewustzijn, een zes meter hoge trap om op dat afgeronde getal uit te komen. De Oostkantons kreeg men na de Eerste Wereldoorlog van Duitsland als herstelbetaling voor alle aangedane leed. In WO II pakte Duitsland ze weer terug maar na de oorlog kwamen ze weer in Belgisch eigendom. De oudste deelneemster aan de G1000 woont in een huis uit 1747, ouder dan Belgïë zelf. Ze is er trots op een Belgische te zijn, want dat was ze ook als kind al.

David vertelt over de drie gewesten (w.o.Brussel) en de drie taalgemeenschappen. Hij spreekt met de minister-president van de Duitse gemeenschap, die zo’n 77.000 inwoners omvat. Diens vader werd naar het Oostfront gestuurd en terug in België beschuldigd van collaboratie. De taalscheiding betekent niet, zoals tussen Vlaanderen en Wallonië, een politieke scheiding.

In de trein op weg naar Gent spreekt David met een jochie dat zijn vader verloor tijdens een fietsongeluk. David vertelt dat hij op die manier vijf vrienden verloor. In Gent bezoekt hij beeldend kunstenaar Pascal, die op een fabrieksterrein in een container woont en ook deelnam aan de G1000. Hij voelde zich daar verbonden met zijn landgenoten. De burgemeester zorgde ervoor dat hij op dit terrein van Q8 kan blijven. David ziet een poëtisch architect in hem. Hij speelt ook piano, maar zegt erbij dat het pas na een half uur begint te lopen. David luistert buiten toe. 

Hij eindigt in een zevenhonderdjaar oude maar nog steeds gebruikte schuur van de abdij Ter Doest in Lissewege met een gedicht van Hugo Claus over zijn grauwe land. Ook Claus had een complexe verhouding met zijn land.  

Hier meer over de burgertop G1000. Het gedicht van Claus kon ik niet vinden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen