Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 5 september 2012

Recensie: Dood van een criticus (2003), Martin Walser


Sleutelroman over literaire tv-paus

Duitsland kende een vooraanstaand literatuurprogramma, Das Literarisches Quartett, gepresenteerd door een grootmacht op zijn vakgebied: Marcel Reich Raniki. In Dood van een criticus neemt Martin Walser deze literaire bobo, naar Goethe Erl-König geheten, op de hak. Deze haast goddelijke figuur, door de literaire wereld aanbeden, maar door een dissidente schrijver als Streiff vanwege zijn postuur smalend een Michelinmannetje genoemd, bespreekt in zijn show, Spreekuur genoemd, altijd een goed en een slecht boek. Het verhaal in drie delen zou een nogal flets karakter hebben, als in het derde deel niet de eerdere verhaallijn omver geschoffeld wordt.

De ik-figuur in deze roman, Michael Landof, is een schrijver van esoterische boeken die tijdens een werkbezoek in Amsterdam uit de krant verneemt dat zijn buurtgenoot en collega- schrijver Hans Lach beschuldigd wordt van de moord op Erl-König. Tijdens een afterparty bij de uitgeverij Pilgrim zou Lach de bobo neergestoken te hebben vanwege een totaal niet verwachte slechte kritiek op zijn laatste roman Meisjes zonder teennagels. In plaats van dat boek werd de nieuwe roman van Philip Roth tot het beste boek gekozen. Landof kan zich echter niet voorstellen dat Lach tot zo’n daad in staat was. Hij haast zich terug naar Duitsland om zijn onschuld te bewijzen.

Hij gaat eerst op bezoek in de politiecel bij Hans Lach, die echter zwijgt. Daarna spreekt veel personen uit het literaire circuit, maar eerst wordt hij opgeroepen door hoofdinspecteur Wedekind van de criminele recherche. Wedekind is druk bezig de romans van Lach te lezen en meent daarin aanknopingspunten voor de moord te vinden, zoals in De wens, misdadiger te zijn. Vanwege de halve meter sneeuw die die nacht gevallen is, is het lijk nog niet gevonden. Landof bezoekt professor Silbenfuchs, die op de hoogte is van de verhoudingen in de literaire wereld. Zoals te verwachten is wordt er veel gekonkeld in de literaire wereld. Later wordt ook de joodse achtergrond van Erl-König breed uitgemeten. Vervolgens gaat Landof naar Julia Pelz, de vrouw van uitgever Pilgrim. Hij raakt in de ban van deze knappe, saturnische vrouw, die haar poëzie bij een andere uitgeverij heeft ondergebracht.

In het tweede deel wordt de zoektocht van Landof in de war gestuurd door de bekentenis van Lach. Al snel blijkt echter dat hij die heeft gedaan onder psychotische invloed. Landof gaat naar de psychiatrische inrichting in Haar, waar Lach is opgenomen. Lach stuurt hem naar diens vroegere minnares Olga, die hem een alibi zou kunnen verschaffen. Helaas wil Olga niet zover gaan om haar nieuwe man Jan niet voor het hoofd te stoten.

Het terugvertellen van het verhaal maakt het soms erg afstandelijk. Er staan veel moeizame zinnen in en ook zinnen, waarvan de zinsdelen soms aan elkaar gelast zijn, bijvoorbeeld als de historicus Silbenfuchs vertelt over zijn ontmoeting met Lach.
‘Eens, zei hij toen, het was ook in de foyer van de Kammerspiele, heeft Hans Lach, het was drie jaar geleden, mijn God, en hoe absoluut verleden tijd is dat nu door wat er gebeurd is, toen heeft hij, misschien omdat het pauze in een stuk van Tsjechov was, zich voor mij, het is niet anders te zeggen, opengesteld.’
Vooral de in cursief geplaatste tekstfragmenten uit boeken van Lach zijn nogal schimmig. Het is daarentegen grappig hoe Erl-König spreekt: met veel e’s tussen de woorden, zoals in keritikus of veriend, waarvan ik eerst dacht dat het typefouten waren. Fraai is een tirade van een andere psychiatrische patiënt, Mani, die contact heeft met Lach. Die doet denken aan de onverbloemde manische uitlatingen van Jan Arends.

Het laatste derde deel, geschreven vanuit Hans Lach die eerst een tijdje samen met Julia Pelz op Fuerteventura verblijft en later in Duitsland zijn intrek neemt in een hotel om drie maanden te gaan schrijven, is verrassend. Men neigt ertoe om Dood van een criticus weer opnieuw te gaan lezen.

Hier een beschouwing van Marc Reugebrink over de achtergronden van dit boek.  









  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen