Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 6 december 2011

Gerry van der List over Altijd november, VPRO-boeken, 4 december 2011


Het geluid van een autochtone Nederlander.

Wim Brands opent de uitzending met de opmerking dat een intellectueel iemand is die na een film in de bioscoop blijft zitten tot na de aftiteling. Verder komt dat onderwerp niet ter sprake. Ik neem aan dat het een statement is uit Altijd november, de debuutroman van Gerry van eer List over een boze Rotterdammer, al maakt hij bezwaar tegen het feit dat Brands de man boos noemt. Van der List trekt zelf de vergelijking met iemand die bezwaar maakt tegen de grote inkomensverschillen. Zo iemand wordt betrokken genoemd maar als een ander problemen heeft met buitenlanders in dit land, dan heet ie boos.

Van der List heeft de roman geschreven omdat hij als journalist bij Elsevier vaker romans op zijn tafel krijgt en dacht dat hij zoiets ook wel zou kunnen en misschien zelfs beter. Hij putte uit eigen ervaring omdat het hem gemakkelijker leek dan te schrijven over zijn eigen leven dan over zigeuners in Hongarije. Van literatuur weet hij verder niet veel. Hij is opgegroeid in een arbeiderswijk in Rotterdam. Dat was als een dorp, waarin men de voordeur kon laten aan staan. Zijn familie was fan van Sparta. Zijn ouders stemden KVP en later CDA. Zijn moeder stemde in de jaren tachtig een keer op Janmaat omdat ze zich onprettig voelde in haar eigen buurt met zoveel buitenlanders om haar heen. Ze kon zelfs haar buurman niet meer verstaan.

Van der List heeft het dus niet van een vreemde. Zelf ging hij naar het gymnasium. Dat gaf frictie met het ouderlijk milieu vanwege een veranderde interessesfeer en een ander jargon. Van der List raakte geïnteresseerd in de politiek, verhuisde naar een betere buurt en later naar een buitenwijk van Leiden, maar bleef contact houden met zijn wortels. Hij begrijpt de vervreemding van zijn moeder. Het is erg als je niet met de buren kan praten. Door de instroom van buitenlanders ontstond een overbelasting voor de verzorgingsstaat, de criminaliteit ging omhoog en de islamitische cultuur bracht een heel andere sfeer in de wijk. Hij vindt dat zijn moeder in de steek is gelaten, allereerst door de PvdA, die de moslim als underdogs beschouwde, maar ook door zijn eigen partij, de VVD. Hij is niet bang om politiek incorrecte meningen te uiten. 

De hoofdpersoon in deze licht autobiografische roman, zoals hij die zelf noemt, is niet alleen gefrustreerd maar heeft ook nog eens last van een midlife crisis. Hij zit trouwens niet als begrafenisondernemer in de studio, maar het boek is ook om te lachen. Hij vraagt aan Brands of dat klopt. Brands beaamt dat en vraagt naar een voorbeeld van zijn zelfspot, maar dat lukt Van der List niet. Brands noemt met een grote glimlach op zijn gezicht zijn tuinkabouters.
Hij heeft er wel twintig, ook in zijn huisje in Ermelo, zegt Van der List. Hij bewondert Rien Poortvliet, vindt kabouters vertederend, ze brengen hem in een goed humeur, hoewel ze ook een mikpunt van spot zijn. Dat men zich daarmee profileert als een burgermens, geldt minder voor hem zegt hij. Van der List stelt dat tuinkabouters in een dictatuur altijd als eersten het onderspit delven. 

Als Brands vraagt wat hij lastig te beschrijven vindt, antwoordt hij dat hij niet wil dat bestaande mensen in zijn roman herkenbaar zijn. De vraag van Brands of hij het geloof van vroeger mist, bevestigt hij hartgrondig. Hij betreurt het dat het normatieve fundament is weggevallen. dat het leven op zijn hoogst prettig is en mist een bezielend verband. Bij Sparta komt hij nog wel eens hoewel het niet meer de topclub is van vroeger. Ook dat al niet. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten