Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 27 juli 2013

Guerilla grannies (2012), documentaire van Ike Bertels



Iedere generatie moet opnieuw het wiel uitvinden

In 1963 zag Ike Bertels een BBC-documentaire over de onafhankelijkheidsstrijd in Mozambique. Daarin waren drie jonge vrouwen te zien die met hun geweren in het gras zaten. Dit beeld maakte op Bertels zoveel indruk dat ze in 1984 naar het inmiddels onafhankelijke Mozambique ging om de drie vrouwen op te sporen en te interviewen. Ze bekeken geboeid de BBC documentaire die ze nooit eerder zagen. Bertels raakte bevriend met de vrouwen en herhaalde haar actie nog tweemaal. Na de koloniale oorlog die in 1975 tot de onafhankelijkheid leidde volgde nog een burgeroorlog met de Renamo die zestien jaar lang duurde. Pas in 1992 kwam er een vredesverdrag en in 1994 waren er voor het eerst verkiezingen.  

Monica, Amelia en Maria vochten in hun jongere jaren in het bevrijdingsleger Fremilo  tegen de Portugese overheersers en wonen inmiddels verspreid over het land.

Monica woont met haar kleinzoon Miko in een flatje in de hoofdstad Maputo.
In 1984 zat ze in het partijbestuur en leidde in een dorp een vermakelijke discussie over de polygame verhoudingen van de mannen, die door de groep vrouwen werden afgekeurd. 
Ze kende veel armoe en wil niet meer denken aan de ellende van de burgeroorlog.
Haar dochter leeft niet meer. Monica lijdt aan diabetes en leeft voornamelijk in het verleden. Miko wilde niet naar school. Hij laat zich voor de camera niet duidelijk uit over zijn redenen maar later in een sportschool zegt hij dat hij gepest werd. Monica denkt dat er een steekje aan hem los zit. Haar stiefdochter werd op de onafhankelijksheidsdag in 1975 geboren en is vol lof over haar moed. Zij zegt dat andere jongeren tegenwoordig liever voor de televisie hangen dan te luisteren naar de verhalen over de revolutie.

Maria wil niet verder dan haar handen in beeld komen omdat ze een herseninfarct heeft gehad. Ze is vergeetachtig en wordt door haar zoon verzorgd.  
In 1984 studeerde de leergierige Maria nog. Ze was getrouwd en wilde graag verder leren voor arts. Ze vertelde dat mannen liever niet willen dat hun vrouw werkt. De waarde van de vrouw werd voor de oorlog niet erkend. Ook zijzelf werden door de mannelijke soldaten niet voor vol aangezien, maar ze stonden hun mannetje (om dat zo maar te noemen). Door de revolutie leerden ze in de wereld te leven, zegt ze.  
In 1994 was ze lid van de OAS, de vereniging van Onafhankelijke Afrikaanse Staten en gestationeerd in Ethiopië. Ze kwam terug voor de eerste verkiezingen. 
Haar zoon is getrouwd met Mila en werkt bij een bank, maar genoeg geld voor een huis heeft hij niet. Het is wachten tot Mila klaar is met haar studie tot ze meer geld kunnen verdienen. Jongeren hebben volgens hem geen idealen meer.

Amelia woont op het platteland en zorgt voor haar zieke moeder. Ze toont haar akker die door de slechte oogst weinig heeft opgeleverd. Haar zoon heeft weinig zin in het boerenwerk. Hij neemt het zijn moeder kwalijk dat ze hem geen geld geeft van haar uitkering. ‘Als het hoofd niet werkt lijdt het lichaam,’ zegt Amelia. Ze steunt haar zoon wel want wellicht werkt zijn hoofd niet goed.
Amelia kreeg op veertienjarige leeftijd haar zoon die één jaar was toen ze ging vechten en ze zag hem pas na tien jaar terug. De jongen die door zijn grootmoeder werd opgevoed kon niet geloven dat Amelia zijn moeder was.   
Amelia vertelt dat in de burgeroorlog veel bekenden werden gedood. Op de verkiezingslijst stonden alleen gestudeerde mensen en geen strijders, maar ze ging toch stemmen. 

Bertels is onder de indruk van deze generatiegenoten van haar. De documentaire geeft, behalve een beeld van wat vrouwenkracht vermag, inzicht in de moeizame manier waarop cultuur wordt doorgegeven. Het  doet denken aan verhalen van oudere Nederlanders over de Tweede Wereldoorlog, die in het gunstige geval voor kennisgeving werden aangenomen door de jongeren. Iedere generatie moet blijkbaar weer zelf het leven ervaren.   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen