Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 30 juli 2013

Recensie: De emigrés (2008), W.G. Sebald



Toenemende greep op het verleden

Vele Duitsers vluchtten in westelijke richting weg voor de Nazi’s tot de Verenigde Staten aan toe. Anders dan emigranten die op grond van vrijwilligheid vertrokken, waren emigrés steeds minder gewenst in het Duitsland van voor de Tweede Wereldoorlog.

De emigrés bevat vier intrigerende portretten van zulke Ausgewanderten zoals dat in het Duits zo mooi heet. W.G. Sebald had er een antenne voor hen op te sporen. Hij ontmoet een van hen, dr. Selwyn, een chirurg, in 1970 als hij in verband met een baan in Norwich woonruimte zoekt en op een oude man stuit in een tuin achter een huis waarin appartementen leeg staan. De chirurg praktiseert niet meer, maar beheert de tuin, zo goed als dat gaat. De interesse die de man oproept doet Sebald besluiten daar zijn intrek te nemen. Door de vertrouwensband tussen de twee mannen wordt het verleden van de chirurg steeds meer ontrafeld. Dr. Selwyn blijkt ooit met zijn familie uit Litouwen geëmigreerd.

De schrijver neemt de lezer op zijn zoektocht mee en toont regelmatig foto’s die hem daarbij helpen en die de lezer nog meer bij het verhaal betrekken. Daarbij komt de prachtige klassieke stijl, waarin ook de andere drie verhalen geschreven zijn, waarin achtereenvolgens een oud schoolmeester, een Amerikaanse oud oom en een naar Manchester uitgeweken kunstschilder de hoofdrol spelen.
De schoolmeester, Paul, wordt als volgt getypeerd: ‘Hij sprak in fraai geordende zinnen zonder enig accent, maar met een lichte spraak- of klankafwijking, op de een of andere manier niet met het strottenhoofd maar vanuit het hartgebied, waardoor je soms de indruk had dat alles in zijn binnenste door een uurwerk werd aangedreven en dat de hele Paul een kunstmatige, uit deeltjes van blik en andere metalen samengestelde persoon was, die door de geringste storing voorgoed van slag kon raken.’

De verteller komt zijn oud schoolmeester op het spoor door een overlijdensbericht in 1984. Hij herinnert hem vol liefde als een man met een groot hart voor zijn leerlingen.
De man kon, omdat hij voor een kwart jood was, geen baan vinden in zijn land en week uit naar Besancon. Vlak voor de oorlog ging hij uit heimwee naar zijn geboortestreek terug. Hij deed dienst en ging daarna weer op een school werken, geboren onderwijsman als hij was. Toen zijn ogen zo slecht werden dat hij niet meer kon lezen, liep hij eind 1982, alleen naar het spoor, dat hem altijd al gefascineerd had.  

Sebald kent zijn Amerikaanse oud-oom Ambros Adelwarth, nauwelijks. Hij zag hem slechts één keer in 1951, op familiebezoek in Duitsland, maar er is nog wel een foto uit 1939 waarop Ambros samen met andere familieleden voorkomt. De verteller gaat in 1981, met de nodige tegenzin naar de kapitalistische Verenigde Staten om meer over Ambros te horen. Volgens een tante die in een bejaardenkolonie woont, werkte hij als kellner in grote hotels. Later liet Ambros zich vanwege melancholie opnemen in de inrichting Ithaka waar hij de electroshock lijdzaam door zich heen liet gaan. Van een toenmalig medisch assistent hoort Sebald over de statigheid van zijn oom. Tante geeft Sebald bij het afscheid een oude agenda van Ambros mee, waaruit Sebald put om gegevens over diens leven te completeren.

Het meest tot de verbeelding sprekend is het laatste portret van de van oorsprong Duitse kunstschilder Max Ferber. Als Sebald in 1966 als onderzoeksstudent in het verpauperde Machester verblijft, loopt hij in het weekend wat doelloos rond tot hij een man ontmoet die in een oude loods houtskooltekeningen maakt. De stof die hij produceert is hem vrijwel het dierbaarste ter wereld. ‘Stof, zei hij, stond hem veel nader dan licht, lucht en water. Niets was voor hem zo onverdraaglijk als een huis waar stof werd afgenomen, en nergens voelde hij zich prettiger dan daar waar de dingen ongestoord en gedempt mochten blijven liggen onder de grijsfluwelen sinter die ontstaat als de materie, ademtocht na ademtocht, tot niets vergaat. Inderdaad, dacht ik, als ik Ferber wekenlang aan een van zijn portretstudies zag werken, vaak dat het hem voornamelijk ging om de vermeerdering van het stof. Zijn heftige geteken, waarbij hij vol overgave vaak binnen de kortste tijd een half dozijn van zijn van wilgenhout gebrande stiften opgebruikte, dat geteken en het heen en weer gaan over het dikke, leerachtige papier, en ook het met het tekenen verbonden voortdurende uitvegen van het werk met een volkomen van houtskool verzadigde wollen lap, was in werkelijkheid één grote productie van stof, die alleen in de uren van de nacht tot stilstand kwam.’
Sebald en Ferber zijn lotgenoten in een tijd waarin Sebald ook zelf niet vast op zijn benen staat.

Ria van Hengel vertaalde De emigrés al in 1993. Het is een van de eerste boeken van Sebald die in 2001 in Norwich bij een auto ongeluk om het leven kwam. Sterk zijn de Engelse zinnen die in de tekst staan ( ongetwijfeld overgenomen van het origineel), net als de vele foto’s die het verhaal dichterbij brengen, zoals van de tennisbaan in de tuin die door Selwyn wordt beheerd: ‘Tennis, zei dr. Selwyn, used to be my great passion. But now the court has fallen into disrepair, like so much else around here.’

Onvermoeibaar is het zoeken van Sebald naar waarheid, naar de achtergrond van de ontwrichting, het brute nazi regime dat levens van mensen rechtstreeks maar ook op een indirecte manier vernietigde. Het is in deze geest dat men tegenwoordig in Duitsland toch nog de allerlaatste oorlogsmisdadigers wil opsporen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen