Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 28 april 2012

Sherko Fatah over We gaan als het donker wordt, VPRO Nieuwkomers, 22 april 2012


Taal als brug.

Wim Brands knoopt zijn sjaal weer eens om en vertelt dat immigratie soms in de nieuwe wereld begint en dat men daar de oude herontdekt en dat we in deze aflevering zien hoe men zich het nieuwe land kan eigen maken.

Sherko Fatah (1964) beschrijft in zijn boek We gaan als het donker wordt (2010) de radicalisering van Kerim, een Koerdische vluchteling die in Berlijn radicaliseert.
Fatah loopt met Wim Brands naar de Al Nur moskee op een bedrijventerrein. Kerim denkt dat hij daar zijn vaderland weer kan vinden, nadat de relatie met zijn vriendin op niets is uitgelopen. Het geloof maakt het leven overzichtelijk, de ideologie vereenvoudigt, zegt Fatah.

Fatah neemt Brands mee naar Kreuzberg, een vertrouwde wijk in het grote Berlijn waarin nog samengeleefd wordt. Ze nemen plaats op een bankje op een pleintje waar kinderen spelen en met winkels in de buurt. Kerim woont in Kreuzberg bij een oom.

Fatah kwam zelf in 1975 naar Oost-Duitsland. Zijn vader was een migrant, hij niet. Zijn vader was politiek actief voor de PKK. Fatah toont een foto van hem in gevechtstenue en een paar jaar later in een net pak. Dezelfde man in een geheel andere omgeving. Zijn vader wilde zich aanpassen. Hij trouwde met een Oost-Duitse en had een status aparte waardoor hij vrij kon reizen en een westerse auto, een Taunus, voor de deur had staan.

Ze rijden door het voormalige Oost-Berlijn. Fatah wijst op de kleuraccenten en zegt dat vroeger daar alles grijs was. Hij mist de DDR niet. Ze bezoeken een monument voor de gevallen soldaten. Het is alweer vijfentwintig jaar geleden dat hij daar was. In de DDR was het een heiligdom. Met zijn vader reisde hij naar Koerdistan en Bagdad. Fatah zegt tegen Wim Brands dat hij blij was dat hij nog een andere wereld had.

Zijn vader was socialist, Kerim een islamist. Volgens Fatah vindt een zwak persoon zijn identiteit bij een ideologie. Veel islamisten zijn kortzichtig, maar dat geldt ook voor orthodoxe joden en communisten.

Fatah en Brands lopen naar een gebouw met een bibliotheek in de wijk Wahnsee waar Fatah schrijver werd. Hij is een Duitse schrijver omdat zijn werk door deze cultuur bepaald wordt. Zijn Koerdische achtergrond vormt de context. Hij beseft dat het moeilijk is voor een immigrant om zich aan te passen. Daarom zoekt die in het nieuwe land meteen zijn eigen groep op, maar dat leidt tot isolatie en is geen oplossing. Die problemen komen op het ogenblik naar de oppervlakte. Taal is belangrijk. Taal staat voor de culturele ruimte, wat dat betreft zou Fatah het goed kunnen vinden met Lodewijk Asscher (zie mijn blog van 21 april j.l.).

De mannen bezoeken een asielzoekerscentrum en horen van een Iraniër, die zelf al twaalf jaar in Duitsland is en wiens broer en gezin net aangekomen zijn, dat hij het geluk nog niet gevonden heeft. Vanwege zijn achtergrond wordt hij gediscrimineerd. Fatah kent de afschuw van de Duitsers. Ze zijn bang voor vreemdelingen, bang dat hun wereld ten onder gaat. Hij denkt dat dat wellicht komt omdat Duitsland nooit kolonies heeft gehad. Brands had daar wel op in kunnen gaan en zeggen dat het in Nederland niet anders is en dat wij wel kolonies hebben gehad. In ieder geval is Fatah ontdaan dat taal toch niet genoeg is. Hij is er niet trots op een Duitser te zijn.   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen