Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 8 april 2012

Recensie: Memoires (1971), Nadjezjda Mandelstam


‘Nergens anders ter wereld kun je de doodstraf krijgen voor poëzie.’

Nadjezjda Mandelstam is de vrouw van de dichter Osip Mandelstam, die in genade viel bij Stalin, nadat hij een kritisch gedicht over hem schreef, waarin onder andere de volgende zinsnede voorkomt: ‘Zijn dikke vingers zijn vet als wormen en zijn woorden zijn onwrikbaar als loden gewichten.’ Mandelstam kreeg een publicatieverbod, werd in de Loebjanka, de staatsgevangenis in Moskou, gegooid met daarbij de aanwijzing dat hij wel in leven moest blijven. Samen met zijn vrouw werd hij op 6 mei 1934 uit Moskou verbannen en tenslotte werd hij, nadat zij enkele jaren als berooide vluchtelingen leefden, in 1938 naar een kamp in Vladivostok afgevoerd (op de foto bij zijn tweede arrestatie). Nadjezjda bleef in onzekerheid achter, want wie zei dat het bericht van zijn overlijden dat ze ontving, op waarheid berustte? Er waren genoeg ambtenaren die te lui waren om gegevens te verifiëren en maar wat ondertekenden.  

Nadjezjda ofwel Nadja schreef de Memoires in de jaren zestig. Het is een vol boek geworden met vierhonderdvijftig dichtgeschreven bladzijden over hun verhouding die vanaf 1 mei 1919 die op de kop af negentien jaar duurde, hun innige vriendschap met Anna Achmotova, de verbanning naar Tsjerdyn (een kaartje met de belangrijkste plaatsnamen was handig geweest). De manier waarop Mandelstam tenslotte werd afgevoerd leest als een crimi.
Veel aandacht heeft ze voor de vele keren dat ze verhuisden, de moeilijkheid om later als bannelingen aan de toch al schaarse huisvesting te komen, omdat die verbonden was met een verblijfsvergunning en dan was er ook nog het gebrek aan een inkomen en een gebied van zoveel werst rond Moskou waar ze niet in mochten wonen.

Het is de tijd van de collectivisatie onder Stalin, die tot zijn dood in 1953 een schrikbewind uitoefende met de uitroeiing van de koelakken en politieke zuiveringen onder leiding van Jezkov, die naar men schat aan tien tot twintig miljoen Russen het leven heeft gekost. Verspieden en verraden hing als een donkere wolk over het land.

Nadja schrijft niet chronologisch, niet star vasthoudend aan de data, maar daardoor is het levendig. Zwierig met pirouettes, zou ik zeggen als hun bestaan niet zo neerdrukkend was. Mandelstam had een zwakke gezondheid, last van hallucinaties door de nachtelijke verhoren in de Loebjanka, hartklachten en een nerveuze aandoening waardoor hij altijd liep te ijsberen. Nadja noemt hem daarom een wandelende dichter. Hij was ook gevoelig voor geluiden en pikte zijn gedichten als een soort radiosignalen op uit de lucht.
Natuurlijk gaat Nadja in op de inhoud ervan. Ze werpt zich op als de verdediger en de beschermer van de gedichten, die gerekend worden tot het acmeïsme, met een nadruk op het aardse en sociale. Osip en Nadja leerden de gedichten vaak uit het hoofd zodat ze niet gestraft konden worden, met als bijkomend voordeel dat het niet erg was als ze gedichten kwijtraakten.
‘Nergens anders ter wereld kun je de doodstraf krijgen voor poëzie,’ zei Mandelstam eens vanwege de grenzenloze, haast bijgelovige respect van de leiders voor de poëzie. Dat is nog wel wat anders dan de schouderklopjes die stadsdichters tegenwoordig van de burgervaders krijgen.

Nadja schrijft weinig over hun dagelijke leven, maar noemt wel een keer hun dagelijkse ruzies schamperheden en kibbelarijen, maar dat was ongetwijfeld, anders dan tegenwoordig, niet het belangrijkste.

De hamvraag gaat erover hoe het toch komt dat de maatschappij zo kon verworden. ‘De Sovjetmensen hebben een hoge mate van psychische blindheid weten te bereiken, en dat heeft ondermijnend gewerkt op hun hele psychische structuur,’ schrijft Nadja over de periode van de verbanning.
‘In Rusland gebeurt alles blijkbaar aan de top. Het volk blijft afzijdig; het sputtert wel eens een beetje tegen, maar gehoorzaamt uiteindelijk zonder veel protest. De eenvoudige Rus heeft een afkeer van wreedheid, maar keurt iedere vorm van aktief verzet daartegen zonder meer af. Het blijft echter een raadsel hoe deze eigenschappen kunnen samengaan met de verschrikkelijke opstanden en revoluties die kenmerkend zijn voor onze geschiedenis.’

Mensen die uit sociale bewogenheid de samenleving probeerden te veranderen, werden hielenlikkers. Nadja onderscheidt verschillende soorten verspieders en noemt drie motieven: roem, angst en winstbejag.
Had de intelligentsia haar onafhankelijkheid kunnen verdedigen? vraagt ze zich af. ‘Vermoedelijk is er wel zo’n moment geweest, maar heeft de intelligentsia, die al voor de revolutie verzwakt was en in allerlei kampen verdeeld, onder de invloed van het proces van capitulatie en ‘herwaardering van alle waarden’ geen aandacht besteed aan haar eigen onafhankelijkheid.’
Nadja blijft positief. Ze schrijft in de jaren zestig tijdens een periode van dooi onder Chroetsjov en meent dat de latere generatie iets geleerd heeft van de gruwelen, al zal ze, zoals ze zegt, nooit weten of men de humanistische waarden zal kunnen verdedigen bij de volgende golf van beproevingen die hen te wachten staat.
Het is een vraag die nog steeds actueel is in het huidige Rusland.

Rest mij het Tweede boek waarin ze deze pedagoge pur sang naar het schijnt nog opener is dan in het eerste deze Memoires, die, in de vertaling van Kees Verheul, al een indrukwekkend menselijk document zijn.



           


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen