Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 26 mei 2016

Paul Damen over Bloemen van het kwaad, VPRO-Boeken, 22 april 2016


Over de moraliteit van de kunst van dictators

In deze eerste aflevering na het bekend worden van de dood van Wim Brands spreekt Jeroen van Kan zijn voornemen uit om op dezelfde toon en met dezelfde inhoud en toewijding als Brands door te gaan met VPRO-Boeken.

Paul Damen stelde een gedichtenbundel samen, Bloemen van het kwaad geheten, waarin hij gedichten van dictators heeft opgenomen vanaf koning Samuel tot Bin Laden. Het idee kwam van Menno Wigman, die gedichten van Hitler wilde uitgeven, hetgeen zich uitbreidde tot andere dictators. Damen werkte er zo’n tien jaar aan en vertaalde het meeste onder supervisie. Terwijl sommigen zoals Ceausescu alleen wat rijmelen, hebben mensen als Mussolini echt wel wat in hun mars.

Van Kan stelt de vraag die de Engelse cultuurfilosoof George Steiner zich eerder stelde, namelijk over de moraliteit van dit soort kunst. Dit naar aanleiding van de vraag van Steiner of een kampbeul niet alleen technisch perfect, maar ook op een virtuoze manier Schubert kan spelen.
Damen wil de schoft vergeten die de gedichten schreef. Er zijn verschillende verklaringen over de motieven te geven, zoals het idee om alles te willen kunnen of zich tekort gedaan voelen, zoals gold voor Hitler, die zichzelf schrijver noemde. Damen noemt elke dictator een koning Midas die alles wat hij aanraakt in goud kan veranderen. In gedichten ligt die macht eerder voor het grijpen dan in het echte leven.

Van Kan brengt nog eens de kwestie van de moraliteit van deze kunst in.
Men gebruikt gedichten vaak om zichzelf een moraliteit op te leggen, zegt Damen, en noemt daarbij Mao Zedong. Die frommelde volgens Damen zijn eigen dictatoriale hoedanigheid erin. Verrast werd hij, zoals hij al opmerkte, door de kwaliteit van de gedichten die Mussolini tot op hoge leeftijd schreef. Hij had er zelfs nog een in zijn borstzak zitten toen hij werd opgehangen. Damen leest de vertaling van dit gedicht aan zijn minnares voor. Ook Robespierre schreef onverwacht gevoelige liefdesgedichten.

Van Kan vraagt of Damen moeite heeft met de moraliteit van deze kunst.
Damen antwoordt dat een dictator in filosofische zin de wereld wil verbeteren, maar dat hij eindigt in het knekelhuis. Daarmee bedoelt hij niet zijn eigen dood maar die van zijn slachtoffers. De poëzie van Pol Pot verliest daarmee aan kwaliteit. Datzelfde geldt voor Che Guevara na kennis van zijn pathologie. Damen heeft toelichtingen geschreven op basis van biografische gegevens. Deze maken dat men of kan denken dat men zich in de persoon vergist heeft of dat men zich gaat verdiepen in zo’n persoon. In het geval van Mussolini kreeg hij meer begrip voor de teleurgestelde socialist of voor Karadzic, die ook bekwaam de dichterlijke pen hanteert.

Van Kan wil weten of men begrip moet nastreven.
 Damen antwoordt dat het niet helpt om in de emotie te schieten. Hij voelt het ongemak, maar dat kan niet anders. Hitler schreef een ideaal moederdaggedicht, waarmee hij toont dat hij ooit ook een mens is geweest. De kwestie is niet eenduidig. Velen wilden meer zijn dan een dictator alleen.

Van Kan proeft dat Damen niet gerustgesteld is.
Damen merkt op dat hij de gedichten niet wil koppelen aan het dictatorschap, maar die los van elkaar wil zien. Er zou een probleem rijzen als Hitler begenadigde poëzie had geschreven. Zijn daden zouden dan minder erg geweest zijn. Hij had ook nog wel gedichten van Enver Hoxha van Albanië erin gewild die niet alleen het leven maar ook de geest van zijn onderdanen wil beheersen.  



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen