Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 29 september 2014

Piet de Rooy over Ons stipje op de waereldkaart, VPRO Boeken, 28 september 2014



Over onze permanent beslagen buitenspiegel

De innemende historicus Piet de Rooy begint met een verklaring van de titel van zijn boek dat over de Nederlandse politieke cultuur van modern Nederland gaat. Ons stipje op de waereldkaart is een uitspraak van Rutger Jan Schimmelpenninck, gedaan in het eerste parlement dat Nederland kende. Deze, naar Frans voorbeeld ingestelde, Nationale Vergadering bestond uit negentig personen die heel verschillend dachten over de toekomst van de zeven gewesten. Het idee van een algemene grondwet werd als onuitvoerbaar bestempeld door sommigen die voorstanders waren van de stadsstaat van Rousseau. Anderen stelden een federatie als de Verenigde Staten als voorbeeld, hetgeen Schimmelpenninck bracht tot zijn uitspraak dat een grondwet dan zeker niet zou misstaan voor ons stipje op de wereldkaart. Het leek De Rooy een mooie opener voor zijn boek.

Wim Brands haalt het begin van een ander gezegde aan dat door De Rooy wordt afgemaakt: het is schoner het zedelijkste dan het machtigste land op aarde te zijn. De Rooy noemt het een oversprongbeweging, omdat wij weinig voorstellen vergeleken bij andere landen en daarom iets anders kiezen waarin we ons kunnen onderscheiden. Hiermee overstijgen we onze machteloosheid. Brands brengt het vingertje in herinnering dat volgens De Rooy al sinds het begin van de negentiende eeuw geheven wordt. Thorbecke noemde ons land de proeftuin van de beschaving en vandaar uit werden vanzelf een gidsland.

Brands haalt een slogan aan van zijn achternaamgenoot Maarten die Nederland vergelijkt met een permanent beslagen buitenspiegel. De Rooy noemt het zelf bijziendheid, voortkomend uit onze zelfgenoegzaamheid.

Brands wil het niet hebben over conflicten, strijd en toevalligheden die ons land maakten tot wat het geworden is, maar stelt onze huidige houding ten opzichte van het conflict in Oekraïne aan de orde. De Rooy stelt dat we ons sinds kort realiseren dat de wereld geen vredelievend oord is en dat het bij geopolitiek altijd om macht gaan. Door onze neutraliteit in de Eerste Wereldoorlog - door historici een oercatastrofe genoemd, die de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog veroorzaakte - zijn we een cruciaal feit vergeten, namelijk dat vrede een periode tussen twee oorlogen is.

Brands merkt op dat De Rooy op een rustige toon vernietigende uitspraken kan doen. 
Hij begint over De Tocqueville die over de tragiek van een klein land heeft gesproken.
De Rooy beaamt dat een klein land zich niet teveel ambities kan veroorloven, maar zich alleen economisch kan ontwikkelen als er binnenskamers rust heerst. Keerzijde hiervan is een conformisme en een in zichzelf gekeerd zijn. In dit verband zegt hij dat malcontenten - als Multatuli, Busken Huet en Hermans vroeger en Grunberg nu - uitgedreven werden en zich in het buitenland vestigden.

Brands brengt een recent voorbeeld in. De plaats in het overleg die Nederland geweigerd werd om als bondgenoot van de Verenigde Staten op te treden tegen IS. De Rooy zegt dat er alleen een plaats voor ons is als anderen die ons geven. Het helpt als we niet alleen maar kluitjesvoetbal in de polder spelen, maar, zoals in de jaren vijftig over Europese integratie, met een duidelijk perspectief over ons buitenlands beleid komen. De politiek dient ideeën in te brengen over verdere Europese integratie en daarbij niet bang te zijn voor al te mondig geworden burgers.

Een mooie taak straks voor Bert Koenders, lijkt me.

Hier mijn meer inhoudelijke verslag van de lezing van Piet de Rooy over Ons stipje in Athenaeum Boekhandel Haarlem.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen