Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 9 september 2014

Cordula Rooijendijk over Vrije jongens, VPRO-Boeken, 7 september 2014



Onderzoek naar de weinig gewetensvolle Nederlandse handelsgeest

Sociaal geografe en tegenwoordig ook directeur van een basisschool Cordula Rooijendijk was al eerder te gast bij Wim Brands, toen om te spreken over haar boek over waterbeheer. Ze schreef ook al over computers. Ditmaal gaat het over de geschiedenis van de Nederlandse handel. De variëteit aan onderwerpen heeft ermee te maken dat Rooijendijk een boek gaat schrijven over een onderwerp waar ze weinig van af weet. Ze duikt er dan helemaal in. Vrije jongens ontstond toen ze aardappelen schilde en Balkenende hoorde spreken over de VOC. Dat we die mentaliteit weer moesten oppakken.  

Door de Nederlandse handelaren na te reizen kreeg ze veel informatie, vooral over de Hanze, een stedenverbond in Europa, bedoeld om de onderlinge handel te vergemakkelijken. Door haar reizen verbond ze zich met het verleden. In Gdansk zag ze bakstenen huizen en in Bergen, Noorwegen, staan nog steeds de weliswaar gerenoveerde huizen van de stokvisvaarders. De Hanze was vele malen groter dan de VOC en een voorbeeld voor het laatste handelsverbond.

Rooijendijk neemt in Vrije jongens een fictieve hoofdpersoon als uitgangspunt en kruipt in diens huid. Het verhaal loopt van de vroege veertiende eeuw tot heden. De eerste periode was het moeilijkst te beschrijven omdat ze daar weinig informatie over had.

Het gesprek gaat verder over verschillen tussen handelende families. De Amsterdamse familie Van Eeghen, die nog steeds bestaat, stelde de fatsoenlijke handel voorop en was daarmee een uitzondering in hun tijd. Rooijendijk portreert deze familie vooral in de negentiende eeuw. Dit handelshuis handelde in linnen en graan maar wilde niets met de VOC en de slavenhandel te maken hebben. Als doopsgezinden gingen ze uit van de basisgedachte dat ze het evenwicht in de wereld niet mochten schenden. Ze investeerden daarom in droogmakerijen en leefden sober, waardoor ze veel geld overhielden bij hun overlijden.

Tegenover deze familie staat de familie Van Hoboken uit Rotterdam, die representatiever was voor de . Rooijendijk portretteert hen rond 1850. Ze verdienden veel geld met kaas en met de slavenhandel. Daarvoor kregen ze toestemming van de koning. Omdat in Nederlands Indië veel soldaten dood gingen was een nieuwe aanvoer nodig. In eerste instantie maakte men gebruik van negerrecruten die op vrijwillige wijze werden ge, maar omdat dit niet genoeg opleverde kocht men later slaven. Van Hoboken verscheepte de slaven zonder blikken of blozen naar Nederlands Indië. Voor hen was het gewone vracht.

Wim Brands vraagt naar onze spastische houding ten opzichte van het slavernij verleden.
Rooijendijk denkt dat de mentaliteit van het eigen gewin nog steeds in ons zit. Als ze kijkt naar de champignonkwekers die Oost Europeanen inhuren voor hongerlonen en ze een slechte huisvesting geven, zou je kunnen zeggen dat we nog steeds meer op de Van Hobokens lijken dan op de Van Eeghens. Dat zelfde gaat op voor onze wapenexporten waarmee we veel geld verdienen.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen