Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 17 juli 2012

Het filosofisch kwintet (4) over de gezondheidszorg, 15 juli 2012


Solidair of solo

Dit maal schuiven Louise Gunning, sociaal geneeskundige en tot voor kort voorzitter van de gezondheidsraad, medisch ethicus Dick Willems en filosofe en ex-huisarts Marli Huijer (zie foto) aan bij Ad Verbrugge en Clairy Polak. De laatste legt voor deze gelegenheid confronteert een bericht uit de Volkskrant aan hen voor over een taxichauffeur die nijdig was omdat hij ’s nachts geen aandacht kreeg bij een huisartsenpost voor een opspelende knie.

Huijer vindt het voorbeeld herkenbaar, het is iets van de 24-uurs economie maar ze vindt ook dat de man geen hulp kan eisen en dat hij zich gedraagt als een verwende consument.
Willems vindt dat mensen geen zorg kunnen claimen omdat ze er voor betaald hebben. Anders dan andere verzekeringen is de zorg een collectieve verzekering. Gunning stelt dat men de zorg moet beperken om die toegankelijk te houden.

Verbrugge verbindt met veel handenwerk zorg, care en caritas met elkaar. Wat eerder een kerkelijke aangelegenheid was, is overgenomen door de staat en een recht geworden.
Polak vraagt de deelnemers wat voor belang de staat bij de zorg heeft. Huijer verwijst de bio-macht van Foucault: de staat is gebaat bij levering van gezonde arbeidskrachten en ontwikkelt daarom ook preventieve programma’s om hen gezond te houden. Gunning zet daarnaast de participatie-gedachte, zoals ook door commissie is verwoord: het gaat daarbij om de mogelijkheid om mensen beter te maken, zodat ze kunnen functioneren in de maatschappij. Willems is bang dat de compassie door de staatszorg verontachtzaamd wordt, zoals die van de huisarts voor een zieke patiënt.

Verbrugge zegt dat het onderscheid tussen systeemdruk en het compassionele door elkaar loopt. Polak werpt de vraag op of we in juridische zin recht hebben op zorg. Huijer antwoordt dat we recht hebben op een gelijk deel. Vervolgens wil Polak weten waarop dat gebaseerd is. ‘Op gelijkwaardigheid, beschermwaardigheid en solidariteit,’ antwoordt Huijer. Gezondheid heeft een instrumentele waarde, namelijk om in staat te zijn normaal in de maatschappij te kunnen functioneren. Gunning stelt vervolgens dat onze solidariteit grenzen aan de zorg stelt. We kunnen nu eenmaal niet al onze gezondheidswensen verwezenlijkt zien.

Polak wil weten welke zorg niet in het basispakket hoort. Willems noemt de anticonceptiepil, die inmiddels ingeburgerd is en esthetische vormen van plastische chirurgie. Huijer wil graag praten over de vraag wie of waar daarover beslist wordt. Door de individualisering van de zorg verschuift de invloed over de inhoud van de zorg steeds meer naar de consument.

Polak brengt de vraag naar voren in hoeverre onze solidariteit met anderen zich verhoudt tot de eigen verantwoordelijkheid. Willems is beducht om mensen te veel op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. We maken allemaal verkeerde beslissingen. Gunning vraagt zich af waarom de eigen verantwoordelijkheid pas om de hoek komt kijken bij ziekte. Preventie zoals in consultatiebureau’s zet meer zoden aan de dijk. Dan hoeft ook niet geknibbeld te worden op kosten als iemand in het ziekenhuis terecht komt.

Polak speelt weer de advocaat van de duivel door te stellen dat de onbetaalbaarheid de solidariteit ondermijnt. Huijer zegt dat door de commercialisering van de zorg de macht steeds meer verschuift naar het mesoviveau: de verzekeraars en zorgaanbieders. Willems vindt dat er gekeken moet worden wat in het basispakket hoort. Zorgverleners moeten ook nee durven verkopen. Gunning zegt dat men het over negentig procent van de inhoud van het pakket eens is. Ivf valt daar steeds meer buiten. Ook lichte ziektes die net zo veel kosten als een pakje sigaretten kunnen buiten de zorg blijven. Huijer wil graag weten wat gezondheid is. Men komt terug op de definitie van de commissie Dunning. Die omvat ook verpleging.

Polak verbreedt de discussie naar sterfelijkheid en oneindigheid. Huijer vindt het belangrijk dat mensen daarmee leren omgaan. Verbrugge wil dat artsen geestelijke bagage meekrijgen om mensen tot het levenseinde te begeleiden. Huijer vindt openheid belangrijk. Volgens Gunning kunnen we in Nederland over de dood praten. Het gaat vaak om individuele keuzes, bijvoorbeeld of men voor het sterven de kleindochter nog geboren wil zien worden.

Polak stelt met enig voorbehoud de vraag naar de waarde van de neergang, maar iedereen ziet het belang ervan in. Gunning zegt dat men heel verschillend denkt over het levenseinde. Verbrugge sluit af met de opmerking dat een publieke discussie zoals deze van belang is voor de toekomst van de zorg.       

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen