Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 14 januari 2012

Recensie: Magnus (2011), Arjen Lubach


Veel gereis, maar weinig indrukken.

De hoofdpersoon van Magnus, Merlijn Kaiser, heeft een litteken in zijn schedel vanwege een operatie als kind tegen epilepsie, die echter nog steeds opspeelt. Omdat hij af en toe wegvalt heeft hij geen besef hoeveel tijd er verloren is gegaan. Dat blijkt als Merlijn, een scenarioschrijver - na het vertrek van zijn vriendin Caro in het slop gekomen - weer eens zijn vriend Walter opzoekt, die weinig meer van hem wil weten omdat hij nooit iets van zich laat horen. Achteraf blijkt dat de tijd na hun laatste ontmoeting veel langer dan Merlijn dacht. Hij is wantrouwend. Is zijn vriend op de hand van Caro? Laat men hem in de kou staan?

Behalve met epilepsie heeft Merlijn te maken met een vreemde gang van zaken rond afschrijvingen van zijn bankpas. Hij wordt opgebeld door Mastercard of hij onlangs in een pretpark in Zweden een groot geldbedrag heeft opgenomen? In plaats van dat te ontkennen en zijn rekening te laten blokkeren gaat Merlijn op onderzoek uit. Hij heeft toch niets te doen. Caro verweet hem dat hij niet echt leefde. Dat zal hij gaan doen.

In Stockholm loopt Merlijn doelloos rond. Hij gaat naar de wijk waar geld van zijn rekening in opgenomen en maakt foto’s van aanwezigen in bars en restaurants. Een Vlaams barmeisje van het hotel waarin hij verblijft helpt hem om de dader op de foto’s te traceren. Vervolgens komt Merlijn in contact met de man, Magnus geheten, die zijn financiële schaduw is, en vervolgens ook met diens achttienjarige dochter Cecilia, die ooit Cora als au pair had.

Dat is zo’n beetje het grote verband. Op het gepassioneerde begin na over de romance met Caro, die in Zweden herhaaldelijk opduikt in het hoofd van Merlijn, is de roman niet echt gelukt. Merlijn doet wel van alles, maar echt tot leven komt het verhaal niet. In plaats van een existentieel dilemma - een jongeman verloren in een onbekende kille wereld - komt Merlijn in een knus wereldje met dochter Cecilia. De afwerking is ongeloofwaardig, omdat het uiteindelijk om een betaalpas van een gezamenlijke rekening van Merlijn en Caro bleek te gaan. De dramatische afloop is matig, te zwaar aangezet, gezocht.

Wat ontbreekt is de noodzaak. Allerlei bijkomstigheden over het noemen van de roman Wolkenatlas, het inlassen van muziekteksten en overbodigheden – zoals fragmenten waarin weer wordt teruggaan naar avonturen met Walter - houden het verhaal op en voor iemand die een Filosofische Scheurkalender samenstelt zou meer beschouwing verwacht mogen worden.

De personages steken slecht in hun vel. De fotograaf Magnus en zijn dochter Cecilia zijn te bedacht en komen niet tot leven. Ook de gebruikte beelden zijn niet sterk, zoals het vliegreisje van Stockholm naar Kopenhagen, dat een splinter in de luchtvaartgeschiedenis genoemd wordt.

Zijdelings komt aan het eind de calvinistische jeugd van Merlijn ter sprake. Kinderen op het schoolplein staken de draak met zijn schoenen die look-a-likes waren van het merk dat in de mode was. Ook kreeg hij steeds te horen of hij zijn medicijnen wel had ingenomen. Merlijn kende geen onbezorgde jeugd, maar als volwassene heeft hij van wantrouwen geen last meer. Tot slot gaat hij met Cecilia naar de première van het toneelstuk dat hij tussen de bedrijven door in Zweden schreef. De gebeurtenissen waren daarbij voor hem een inspiratie. Misschien is onbewust op deze roman van toepassing wat de verteller zegt over middelmatige scenarioschrijvers: ‘De stukken worden redelijk bezocht, de acteurs geven je complimenten, negeren je in interviews…’ En anders is het wel de uitroep na afloop: ‘Het stuk schreeuwde om leven.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen