Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 10 januari 2012

Filmrecensie: Fateless (2005), Lajos Koltai

Een niet-voortzetbaar leven voortzetten

In mijn recensie van The boy in the striped pyjamas schreef ik dat de afgrijselijke toestanden in de concentratiekampen nauwelijks in een film verbeeld konden worden, maar in Fateless wordt die toestand, voorzover ik kan navoelen, wel heel dicht benaderd.

Fateless is een verfilming van de gelijknamige, half-autobiografische roman van Imre Kertész, waarin het verhaal wordt van de veertienjarige György, die de gruwelen van Auschwitz, Buchenwald en het provincialere concentratiekamp Zeitz meemaakt.

De film begint heel sfeervol in een joods milieu in Boedapest. György is eerder uit school gekomen omdat zijn vader, lijstenmaker Köves, de volgende dag naar een werkkamp moet.
Als hij thuiskomt is boekhouder Süto aanwezig om zaken door te spreken. De vader van György is hertrouwd nadat zijn vrouw hem in de steek liet. György gaat niet naar zijn moeder omdat hij de laatste dag bij zijn vader wil blijven. De hele familie komt eten, de buren komen ook langs. Zijn vader zegt ’s avonds tegen György dat hij diens vrouw moet bijstaan.

Buurmeisje Annemarie, die ook in de flat woont, weet niet wat de gele ster betekent die ze allemaal dragen. Ze is daarover overstuur. György wordt als oorlogsarbeider in de buurt te werk gesteld en vraagt de familie of hij het beste met de bus of met de trein kan gaan.

Op een dag wordt hij net als andere Joodse jongens uit de bus gehaald en door een agent meegenomen naar een schuur en later naar de stad. De agent gebaart György te ontsnappen als ze moeten wachten voor een tram, maar hij doet dat niet. Hun spullen worden doorzocht, men neemt György zijn horloge af en men verblijft in een stal. Tijdens Engelse bombardementen bedenkt György dat hij overal gedood kan worden. Als men hoort dat men op transport naar Duitsland wordt gesteld, denkt men dat die fatsoenlijker zijn dat de Hongaren. De Hongaarse grenswacht die hun water weigert is een duidelijk voorbeeld van zo iemand.

In Auschwitz wordt de jongens aangeraden te zeggen dat men zestien is. Niet alle jongens komen door de selectie heen, maar György wel. Later gaat men naar Buchenwald en verder naar Zeitz, waar geen verbrandingsovens zijn. De groep is dan al uit elkaar gevallen. György hoort van stadsgenoot Bandi Citrom die vier jaar dwangarbeider in Oekraíne was, hoe hij moet overleven, maar toch kan hij nauwelijks de urenlange appèls, de honger en de zware arbeid volhouden.

Uiteindelijk overleeft hij op het nippertje. Een Amerikaanse bevrijder raadt hem aan via Zweden of Zwitserland naar de Verenigde Staten te gaan om daar te studeren, maar György kiest ervoor terug te gaan naar Boedapest, dat inmiddels onder Russische invloedssfeer gekomen is. Hij loopt in zijn gestreepte pyjama rond tussen de ruines, ziet de straat waarin Citrom woonde en belt aan, maar hoort dat Citrom niet is thuisgekomen. In de tram krijgt hij, omdat hij geen geld heeft, een kaartje van een aardige heer, die hem vraagt wat hij voelt. ‘Haat,’ antwoordt hij, waarop de heer stilvalt. In zijn huis blijkt iemand anders te wonen. De familie valt stil na zijn vraag over zijn ouders, maar daarna vertellen ze dat zijn vader al lang geleden in Mauthausen is omgekomen, dat zijn moeder het goed maakt en dat zijn stiefmoeder met de boekhouder Süto is getrouwd. György begint over hun eerdere gekibbel of hij de bus of de trein naar zijn werkplek moest nemen. De hel bestaat niet, zegt hij, maar de kampen wel. Een nieuw leven acht hij onmogelijk. Als hij Annemarie tegenkomt vraagt hij haar of ze inmiddels weet wat het jood zijn betekent. Hij weet zelf niet meer wat het is. Hij kan niet boos zijn, voelt pijn, hulpeloosheid, heimwee naar het kampleven, een toegenegen wrevel. Hij moet het niet- voortzetbare leven toch voortzetten.  

Mooie muziek van Ennio Morricone, een van de liederen werd gezongen door Lisa Gerrard.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen