Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 19 mei 2015

Recensie: La Superba (2013), Ilja Leonard Pfeijffer



Groteske schets van het leven in een oude Italiaanse stad

Ilja Leonard Pfeijffer vertelt in La Superba over de belevenissen van zijn alter ego in Genua, waar hij naar toe gereisd is omdat het sfeer in, wat hij consequent het vaderland noemt, hem te benauwd is geworden:
Ik heb input nodig. Inspiratie noemen ze dat, maar ik hat dat woord. De uitdaging om wakker te worden in een vreemde stad waar niets van zelf spreekt en waar ik het voorrecht heb om mezelf helemaal opnieuw uit te vinden.’

Een comfortabel leven in het vaderland heeft als nadeel dat men in slaap gesust wordt en Genua is weer eens iets anders dan de stedelijke voorkeuren van andere schrijvers zoals Florence, Rome of Venetië, aldus schrijft zijn alter ego op een grootsprakerige toon die de hele roman aanhoudt. Dat de roman is geschreven als een voorwerk voor een roman, aantekeningen die hij schrijft aan een vriend en die hij ooit zal gaan uitwerken tot een fictieve weergave, geeft een fraaie gelaagdheid aan La Supberba.

Genua ofwel La Superba wordt beschreven als een middeleeuwse stad waarin de ratten volop in de stegen rond de hoofdstraat Maddalena, vernoemd naar de vroegere vrouwelijke doge, aanwezig zijn. Pfeijffer geeft tegelijk inzage in het leven in Italië, dat veel conservatiever is dan in het vaderland: alles hoort te zijn zoals het altijd was, zoals Frida Vogels ook al aan de lijve ervaarde. Het vrouwenbeen dat zijn alter ego in het begin van het verhaal vindt en waarmee hij min of meer de liefde bedrijft geeft meteen al een verontrustend beeld van zijn bestaan in de stad. Als hij het been eenmaal in een rivier heeft gedumpt, denkt hij ervan te zijn maar op het eind krijgt dit nog een staartje.

De hoofdpersoon met de naam Ilja, vaker aangesproken als Leonard, zit vaak op het terras van de Bar met de Spiegels waar hij extravagante inwoners ontmoet, variërend van welgestelde oude dames tot travestieten en asielzoekers. Hij schrijft aan een tafeltje over zijn ervaringen en heeft vooral oog voor het mooiste meisje van Genua dat in de bar werkt. De naam van deze ongenaakbare serveerster blijft tot vlak voor het eind van het boek onduidelijk. De verteller is als een puber die nergens anders aan kan denken. Een arme kroeggenoot waarschuwt hem om niets met haar te beginnen, want dat kan hem nog al bezuren. Als hij desondanks toch een keer de stoute schoenen aantrekt en haar uitnodigt om samen een avondje uit te gaan, blijkt ze daar tot zijn verbazing zeer toe bereid. Ze komt zelfs tot zijn bed aan toe, maar als hij vraagt naar de herkomst van haar blauwe plekken, vlucht ze weg. Een emotionele confrontatie over haar vriend Francesco, die haar van de trap duwde, kan ze niet aan.

De spanning rond de verhouding met de serveerster wordt lang volgehouden, totdat Inge, een vertaalster van zijn werk in het Duits, bij hem op bezoek komt en daarmee, zonder dat de ik persoon dat wil, verder contact met het mooiste meisje de pas afsnijdt. Daarna gaat het verhaal breed meanderend en met veel fantastische uitweidingen verder over andere facetten van het leven in Genua, zoals het vraagstuk van de immigratie. Dit heeft te maken met contacten die Leonard krijgt met een jonge Noord-Europese toneelregisseur, die voorstelt om samen een oud theatertje op de kop te tikken. Leonard ziet kansen om zijn bekendheid te vergroten en gaat daarop in, maar belandt daarmee in de problemen die financieel en bureaucratisch van aard zijn. Immigratie vormt ook het onderwerp van het tweede intermezzo in het boek, dat over een Noord Afrikaan gaat die in ruil voor bier aan Leonard zijn aangrijpende verhaal vertelt over de gevaarlijke tocht naar Europa.

Het is toch vooral een soort groteske schets van het leven in een oude Italiaanse stad met de daarbij horende volkse elementen die Pfeijffer ons aanbiedt. Dat begint al met het schmieren over het been en dat krijgt een einde over de aantrekkingskracht van de travestie. De ik figuur beweert dan ook niet voor niets dat wij in elkaars fictieve autobiografie figureren en het decor van elkaars illusies vormen. Het is alleen jammer dat Pfeijffer daarmee af te toe verdwaalt in zijn fantasie.












Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen