Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 26 mei 2015

Jan Fontijn over Onrust, VPRO-Boeken, 24 mei 2015



Biografie over een verscheurde homoseksuele joodse journalist

De voormalige universitair docent Neerlandistiek Jan Fontijn schreef een biografie over journalist Jacob Israël De Haan die een bewogen, onrustig leven leidde. Volgens Wim Brands gebeurde er zoveel in zijn leven dat de biografie wel drie keer zo dik had gekund. Hij citeert het motto van de biografie: ‘Rustig leven kan ik niet’ en spreekt over een belangrijke brief die diens vrouw aan De Haan schreef, die als zionist naar Palestina was gegaan en daar orthodox joods werd, waarna hij zionisten werd vermoord. De brief van diens vrouw bereikte hem daarom nooit.

Fontijn noemt de datum 15 juli 1924 waarop de brief werd geschreven die in de nalatenschap van De Haan werd aangetroffen en zich op het ogenblik in de Jacob Israël de Haan collectie van de Universiteit van Amsterdam bevindt. Dat was twee weken voor zijn dood. Fontijn leest een fragment voor uit het begin waarin diens vrouw hem vertelt dat ze zich zelf nooit tot de orthodoxie zal bekeren, omdat ze anders is aangelegd. In plaats van bij hem te komen wonen, wil ze hem terughalen. Aan het einde van de brief maakt ze zich zorgen over hem. Ze vertelt dat ze spoedig vakantie heeft en dan kan vertrekken. Ze wacht af, zonder hoop.

Brands schetst in het kort zijn leven. Hij werd op 31 december 1881 geboren in een groot joods gezin met vijftien kinderen, waarvan er vijf op jonge leeftijd doodgingen.
Fontijn gaat verder over de functie van het gezin in de synagoge. De vader was een leergierige rabijn op verschillende plaatsen op het Nederlandse platteland, van Bovensmilde tot Zaandam. Hij schreef over het antisemitisme. Jacob ging naar de kweekschool in Haarlem en ontdekte in die tijd zijn homoseksualiteit. Hij viel van het geloof en rebelleerde tegen zijn vader.

Brands wil weten wanneer duidelijk was dat er twee bijzondere kinderen in het gezin leefden, Carry van Bruggen en Jacob Israël de Haan.
Fontijn geeft geen duidelijk antwoord op de vraag maar vertelt wel dat de twee veel met elkaar omgingen en als een tweeling werden gezien. Omdat Carry op de eerste dag van 1881 jarig was en Jacob op de laatste, vierden ze hun verjaardagen samen. Jacob was begeesterd door de Tachtigers, vooral door Frederik van Eeden en zeer blij met een antwoord die hij op een brief aan hem kreeg. In 1899 werd De Haan ontvangen in Walden en ging hij dichten.

Brands zegt dat hij zijn joodse geloof vaarwel zegde, socialist werd en de homo erotische roman Pijpelijntjes schreef. Brands wil weten wat de man voortdreef.
Fontijn vertelt dat hij een sanguinisch temperament had, veel van zichzelf gaf, maar ook veel van anderen eiste. Door zijn grote geweten wilde hij het onderste uit de kan halen en dat zorgde voor conflicten. Bijvoorbeeld met de zionisten, toen hij orthodox joods werd. Bron van zijn onrust was zijn grote waarheidsliefde, die zich erin uitte dat hij altijd onverbloemd de waarheid zei, ook al botste hij daarmee bijvoorbeeld met de partijpolitiek van de zionisten. Zijn artikelen in het Handelsblad waren een doorn in het oog van de laatsten.

Brands zegt dat De Haan op jonge leeftijd een outsider werd en dat altijd bleef, ook door het virulente antisemitisme.
Fontijn stelt dat zijn leven zich afspeelde tussen twee polen: het joods zijn in een tijd van discriminatie, door Carry van Bruggen beschreven, versus zijn homoseksualiteit. Het anders zijn was een schokkende ontdekking voor hem. Hij eiste het recht op om te zijn wie hij was en studeerde ook rechten om dat te onderbouwen.

Brands weet dat hij zich ook tegen zijn homoseksualiteit keerde.
Fontijn zegt dat hij zich als orthodoxe jood afkeerde van zijn homoseksuele kant. Hij trouwde een arts die hem steunde in het leven. Vandaar haar wanhoopsbrief.   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen