Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 20 mei 2015

Recensie: Hier wonen ook mensen (2014), Rob van Essen


Verhalen over ontheemding lezen heerlijk weg

De hoofdpersonen (of misschien moet ik eerder spreken van het enkelvoud) in de verhalen van Rob van Essen zijn geen doeners, die zonder scrupules de handen uit de mouwen steken. Voor hen is de wereld een nogal duister oord waarin niet meteen valt uit te maken hoe zij zich dienen te bewegen. Ze staan aan de kant, nemen waar en vergeten kansen te grijpen op het juiste moment, met als gevolg dat ze met lege handen komen te staan. De verhalen die veelal in Amsterdam spelen, waaronder een tweetal over de jong gestorven vriend Scipio, die net als oom Evert al in de vorige verhalenbundel Elektriciteit opgevoerd werd, brengen daarmee vooral een gevoel van ontheemding over.

Een aantal verhalen voert terug naar de jaren zestig, een periode waarin voor de jeugdige hoofdpersoon veel mistig is. De ongetrouwde oom Evert neemt hem mee naar Schiphol om hem daar de landingswijze van vliegtuigen te demonstreren en nodigt hem vervolgens uit om daar wat te eten. Zijn uitleg, dat hij toch niet op tijd hoeft te zijn voor het avondeten, wordt door het neefje niet begrepen. Fraai ook is het verhaal Want ik ben al zo moe, waarin de zoon zijn nijdige, theologisch onderlegde vader probeert te volgen, die uit de kerkdienst wegloopt. Het gebrek aan contact wordt nog duidelijker verwoordt als de jongen in het titelverhaal samen met deze oom en zijn vader met de auto naar Portugal gaat om het verlies te verwerken van de overleden favoriete zus en de overleden vrouw en moeder:

Daar zitten ze, twee mannen, die aardig voor elkaar proberen te zijn terwijl ze eigenlijk niet goed weten wat ze met elkaar aan moeten (ze hebben nog nooit zoveel tijd met elkaar doorgebracht), en in hun aan de horizon vastgehechte blik lees ik hun twijfel aan de hele onderneming.

In Portugal wordt de vader van de jongen bedreigd, omdat hij lijkt op de Belgische scheidsrechter die de Portugese ploeg kort daarvoor tijdens een voetbalwedstrijd benadeelde. De hulpeloze vader krijgt zelfs een steen tegen het hoofd gesmeten waarna hij naar het ziekenhuis moet om gehecht te worden. De onderneming wordt vervolgens door oom Evert afgeblazen. In sneltreinvaart reizen ze terug, een tocht waaraan de jongen dan ook geen herinneringen heeft. Het verhaal krijgt nog een boeiend staartje als de gehuwde dochter van de scheids vele jaren later een tentoonstelling in haar huis heeft ingericht over de commotie die rond haar inmiddels overleden vader ontstond. Het is alleen jammer dat het verhaal niet sterk eindigt. Door te accepteren dat we allemaal bijrollen spelen in verhalen van anderen, maakt de schrijver zich er erg gemakkelijk van af.

Het mooist zijn de verhalen over relaties van jonge stellen, waarin de communicatie hapert. In Terug naar huis gaat zo’n stel midden in de nacht uit bezorgdheid terug naar de ouders van haar omdat een zus zich zorgen maakt dat ze de telefoon niet opnemen. In De Amerikanen is het stel, bestaande uit een notariszoon en een buurmeisje, uit elkaar gegaan en de zoon terug naar zijn ouders, maar ziet de zoon zijn vrouw weer in haar oude kamer bij haar ouders.

Soms zijn de verhalen hilarisch, zoals in De mensen die alles lieten bezorgen waarin het over een woningruil gaat van vrienden van een jongeman aan dikke Engelsen die hun huis niet uit komen of in Dit is wat ik je beloof over een student literatuur die tijdens een fietstochtje langs de Amstel een gebroken arm oploopt en wordt bijgestaan door een viertal jonge roeisters die hem in het ziekenhuis komen opzoeken. Het verhaal krijgt een boeiend vervolg als de meisjes om beurten tegen sluitingstijd bij hem langs komen in het café waar hij achter de bar staat. Nadat hij met twee meisjes het bed heeft gedeeld, denkt hij dat het om een weddenschap gaat. De komst van het derde meisje bevestigt hem in dat idee. Het laatste meisje, dat zijn favoriet was, laat echter op zich wachten. Pas veel later hoort hij van een van de andere meisjes dat er helemaal geen sprake was van een weddenschap. Dat hij zich iets in zijn hoofd gehaald had en dat een van de vriendinnen het zelfs jammer vond dat hij nooit meer contact met haar had opgenomen.

Van Essen schrijft openhartig in een wat droge stijl. In het titelverhaal Hier wonen ook mensen dat over de reis naar Portugal gaat, zegt hij: ‘Eigenlijk was ik van plan een verslag te schrijven waarin stapje voor stapje zou worden onthuld wat er aan de hand was, maar ik merk dat ik me heel weinig herinner over deze vakantie.’ Dit schept een band tussen schrijver en lezer en zorgt voor een heerlijke leeservaring, die nog versterkt wordt omdat ook de verbeelding niet geschuwd wordt. 

Hier mijn recensie van de bundel Elektriciteit uit 2010.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen