Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 29 mei 2015

Recensie: De man die haast had (2015), Jan Vantoortelboom



Portret van een somberman, bonkig als Zeeuwse klei

Na twee romans met een sterk sociaal en historisch karakter gevat in een beminnelijk Vlaams, valt de korte De man die haast had helaas tegen. Anders dan in De verzonken jongen en Meester Mitraillette richt Vantoortelboom zijn aandacht op een stugge Zeeuw die trauma’s oploopt waar hij niet meer vanaf komt en in plaats van in het Vlaams schrijft hij in een standaard Nederlands, dat nogal gewoontjes aandoet.

De sobere taal is mogelijk te verklaren op grond van zijn verhuizing naar Zeeuws Vlaanderen, een gebied met een weinig bezielende couleur locale, waardoor de zinnen mat uitslaan, maar kan ook te maken hebben met hoofdpersoon Leon, die in elkaar gedeukt wordt na de doodssmak van zijn tien jaar oudere oppas en maatje Elsie, die daarna gehandicapt door het leven gaat, gevolgd door de vroege dood van zijn labiele moeder op 35- jarige leeftijd

De sombere toon weerspiegelt het gedrag van Leon. Het lukt de jongeman niet om nog van het leven te genieten. Zijn negatieve uitspraak dat de val van een boom duidelijker is vast te stellen dan zijn groei, kenschetst hem. Het adagium van zijn moeder, dat een mens altijd in zijn eigen armen sterft, heeft hij in zijn hoofd geprent en komt daar niet meer uit. Na de middelbare school heeft hij, anders dan zijn vriend Bertram, geen zin meer in een studie. Hij ontbeert het vertrouwen in de toekomst, maar accepteert op aandringen van zijn empathische lerares geschiedenis wel een baan als conciërge op zijn oude middelbare school. Werktuiglijk verricht hij daar de noodzakelijke handelingen. Liliane, de nieuwe geschiedenisjuf, wekt enig erotisch verlangen bij hem op. De schat gaat met hem samenwonen in zijn dijkhuisje op afstand van de bewoonde wereld, maar veel vreugde beleeft ze daar niet. Leon werkt in zijn vrije tijd aan een motorboot waarmee hij een speciale bedoeling heeft. Door de stilstand in zijn leven wordt Leon tenslotte door de autoritaire en op Liliane beluste directeur de laan uitgestuurd. Als Liliane ook vertrekt, voert Leon zijn plan met Elsie uit dat hij al langer in zijn hoofd had en waarmee hij de uitspraak van zijn moeder teniet doet. 

Vantoortelboom deelt zijn roman schematisch in en vult de hoofdstukjes zonder veel verrassing op. Hij begint met de oudere Leon die al vijfentwintig jaar in een psychiatrische inrichting zit en zwenkt daarna terug naar diens traumatische verleden. Terwijl de roman chronologisch naar het heden toewerkt, schenkt de schrijver tussendoor veel aandacht aan de bezoeken aan Elsie, die Leon energie geven. Soms werpt Vantoortelboom daarbij een blik vooruit, bijvoorbeeld als hij zegt dat twee voorvallen zijn vriendschap met Bertram cementeerden, zoals hij dat in een wonderlijke uitschieter noemt. De niet aflatende beving in zijn handen is van een ouderwetse beschouwelijkheid zoals ook blijkt uit de formulering: ‘Het was op een van die zeldzame wandelingen dat Leon een soort van revelatie te verwerken kreeg.’ Anderzijds is het wel weer een gaaf detail dat de vader van Leon steeds moet opstaan om de televisie op een andere zender te zetten.

De hoofdstukken zijn kort, de zinnen afgemeten. Daarbij wordt wel eens een stukje ingeslikt, zoals tijdens de entree in de school van Liliane. ’Aangezien het buiten niet al te warm was die ochtend, ook nog een gekleurde zijden sjaal rond haar nek en schouders. Hij wachtte geduldig af, hoorde de tred aan. De aarzeling had hij niet verwacht. Ze moest hebben gezien dat zijn deur openstond, misschien het flauwe blauwe lamplicht dat op de witmarmeren vloertegels viel.’ Dit moge muggzifterig zijn, de taal is ook niet altijd even nauwkeurig. Als zijn vriend die in Engeland studeert, de escapades van een Duitse student becommentarieert die, net als Leon zelf eerder overkwam, door een hitsige Britse studente, het bed dreigt te worden in gesleurd, staat er: ‘Hij leek wel een kever, zo snel haastte hij zich op zijn korte beentjes om zich uit de voeten te maken.’

De uitwerking van het onderwerp over de druk die, voor de een meer dan de ander, van de tijd uit gaat, is, net als de psychologische kant niet sterk. De avances van de directeur, die als een bloedhond op Liliane jaagt, doen veel te sterk aan. Het is moeilijk te begrijpen dat Leon zelfs tegen zijn geliefde zwijgt over zijn bezoeken aan Elsie. Schuld en schaamte regeren zijn leven. Hij kan geen machteloosheid verdragen en wil daarom, tot verdriet dan Liliane, geen kinderen. Een verademing is de foto van het meisje op de omslag die de jonge Elsie moet verbeelden. Leon stelt zich in zijn fantasie wel eens zo’n sensueel meisje voor met gesloten ogen en een donkere vlecht. In het boek huist slechts een kiertje zorgeloosheid als hij met Elsie een wandeling maakt.

In VPRO-Boeken vertelde Vantoortelboom twee maanden geleden over de haast de haast om om zijn binnenwereld in de openbaarheid te brengen. Die is hem ingegeven door zijn moeder die op 42 jarige leeftijd aan maagkanker overleed en zijn onzekerheid of de ziekte hem ook straks zal treffen. Behoefte om dat nader te onderzoeken had hij niet. Het zou hem beroven van zijn innerlijke drijfveer, zijn onrust. Het is te hopen dat Vantoortelboom in zijn vierde roman de lezer weer wat meer lucht geeft, al was het voor zichzelf.

Hier mijn recensie van De verzonken jongen, hier die van Meester Mitraillette, hier het gesprek dat Wim Brands met Vantoortelboom had.






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen