Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 5 juli 2014

Recensie: Pels (2013), Naomi Rebekka Boekwijt



Afscheid nemen van het vertrouwde in klinkende taal

In zeven verhalen met bijzondere titels ontvouwt de literaire debutante met de extravagante naam Naomi Rebekka Boekwijt een wereld die anders is dan de gebruikelijke. Niet alleen spelen de meeste verhalen zich in het buitenland af, in Europese landen met een wat grotere agrarische bevolking zoals Denemarken en Zwitserland, maar ook is er steeds een sterke relatie met dieren die we op een boerderij aantreffen. Het boerenleven is niet onaantastbaar en vanzelfsprekend, maar onzeker. De mannelijke of vrouwelijke hoofdpersonen in de zeven verhalen begeven zich op een licht vervreemdende wijze door een wereld, die op de jaren vijftig lijkt.

Dit valt ook op te maken uit de taal, waarin de ervaringen van de personen verwoord worden. De eerste zin van het openingsverhaal Buiten niet luidt:
‘Hoe zij al het menselijke wil vernietigen. Alles wat zij aan zachtheid kan opbrengen, gaat naar de dieren. Ze lopen op haar af en leggen hun kop op haar schoot of tegen haar borst. Zij is als het buiten, dat zegt: ik hoef niets te weten.’
Deze intrigerende opening gaat over een vrouw, die bezien wordt door een boer, die zoals ook in andere verhalen aangetrokken wordt door een vrouw die zich in zijn nabijheid bevindt. In Tussenklauwontsteking heet hij Ruedi. Hij is in de ban van het landdienstmeisje Astrid dat tijdens een zomer op de boerderij komt helpen.

De wat mysterieuze sfeer in dit eerste verhaal wordt doorbroken in het tweede verhaal Kadett. Hierin krijgen de personen namen. De met een afstandelijke naam aangeduide Kramer gaat op bezoek gaat bij zijn vroegere vriendin Sigrid. Deze boerin heeft inmiddels een relatie met Jitte. De erotische sfeer komt nog sterker voor in Driest waarin een ontheemde jonge vrouw meegaat met een fotografe om model voor haar te staan.

In de broeierige sfeer is er ook het onvermogen tot intimiteit, de afstand die blijft, zoals in een verhaal over een boerenzoon die zich buiten zijn vertrouwde wereld waagt en door een zieke homoseksueel uit Kopenhagen wordt uitgenodigd mee te gaan naar de begrafenis van zijn vader in Aalborg, maar die toch op het eind liever mest had gereden voor zijn vader. We zijn getuige van een agrarische wereld die afbrokkelt. De band tussen de mensen en de dieren die verloren gaat weerspiegelt zich in de relaties, die nooit echt intiem waren.

Het middelste verhaal Ein Herumspringen im Dunkel biedt wellicht een verklaring. Men moet terugkeren naar het verleden om het de rug toe te kunnen keren. Men dient afscheid te nemen van een wereld die voorbij is om de onzekere toekomst binnen te gaan. Het ontheemde jonge vrouw uit Driest zegt daarover het volgende:
‘Ik hoefde geen huis. Ik hoefde niet te wonen zoals de mensen dat deden in de stad. Liever een nest om me heen vlechten tussen het riet, met de wereld als tuin en vogels als buren. In de stad wilden ze dat ik me bij hen voegde, dat ik mijn cellen in de voegen van de straten en gebouwen zou smeren.’
  
De reeks verhalen wordt afgemaakt door een hilarisch verhaal over een stel studenten die allemaal hun eigenaardigheden hebben, net als hun hoofddocent Bruska. De vooruitgang rukt op en dreigt de universiteitswereld ook letterlijk te vermorzelen. De ik-figuur had thuis een vogel, Brammetje genaamd, die aan het eind ook bezweken is, aan tocht.

Het is vooral de taal die in deze nogal plotloze verhalen overtuigt, die dit afscheid nemen van het vertrouwde en dit vergeefs zoeken naar een alternatief op veelzeggende manier begeleid.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen