Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 4 juli 2014

Nina Polak over We zullen niet te pletter slaan, Athenaeum Boekhandel Haarlem, 3 juli 2014



Klassieke familieroman over niet klassieke familie

Nina Polak (1986) wordt geïnterviewd door Toef Jaeger die het nogal druk heeft. Terwijl Toef nog een twitterinterview doet, leest Nina alvast een stukje voor uit We zullen niet te pletter slaan. Het fragment gaat over Schard, die graag vader wil worden, maar daarin niet slaagt. Later legt Nina kort uit waar haar debuutroman over gaat: een broer en een zus die terugkijken op hun jeugd in een lesbisch gezin. De broer heet Schard, de zus Anna, de biologische moeder Marie en de meemoeder Benya.

Meteen is er enige verwarring over de hoofdpersoon. Toef vraagt waarom Nina een fragment over de enige mannelijke hoofdpersoon heeft uitgekozen, terwijl vrouwen toch de hoofdrol in het boek vervullen. Nina vindt dat de vrouwen in relatie staan tot Schard. Ze noemt het boek een klassiek familieverhaal over een niet klassieke familie. De broer en de zus komen er in het boek niet uit, maar Nina wilde ook geen catharsis. Ze vertelt dat mensen in een leesclub een ontwikkeling van de personages misten. Dat klopt, want ze zitten vast. Schard wil vader worden om nut te hebben, iets dat hem eerder als hulp in een weeshuis in India niet lukte. De positie van de meemoeder was een van de uitgangspunten van de roman. Benya heeft een mooie maar tragische rol. Nina wilde onderzoeken hoe het is om moeder te zijn zonder een biologische band met de kinderen. Schard die zijn eigen vader verloren heeft, kan Benya niet accepteren.   

Nina studeerde in New York en las daar The end of men waarin gesteld wordt dat vrouwen alles beter doen dan mannen. Toef brengt daar tegen in dat de moeders in het boek toch op een harde manier met elkaar omgaan. Nina erkent dat er veel sluimerende vooroordelen in het boek zitten, zoals Schard over moslims. Hij worstelt met conventies en wil zich daar tegen afzetten maar voelt ook de druk daarvan. Tolerantie, zegt Nina, is vaak schijntolerantie. Het gesprek gaat verder over een recent artikel van Nina in De Correspondent over de film The normal heart, die laat zien dat homorechten niet vanzelfsprekend zijn en dat er nog steeds een strijd gevoerd.

Toef vond We zullen niet te pletter slaan lijken op Mystiek lichaam (ook 1986) van Frans Kellendonk. Nina is daar blij mee want het is een van haar lievelingsboeken. In die tijd was het nog niet aan de orde dat homo’s ook kinderen kregen. Ze dienden zich op een op een andere manier voort te planten.

Toef merkt op dat er veel ontwrichting voorkomt in het boek, zoals in de kritiek op ontwikkelingshulp. Nina zegt dat die vooral dient om de gevoelens van Schard te strelen. Hij schept een prettige enclave in een ontwikkelingsland dat in chaos is. Anna is daarentegen escapistisch van aard. Zelf worstelde Nina met de toon van het boek, die twee stemmen herbergt. Het eerste hoofdstuk schreef ze tien maal opnieuw om waarachtigheid te bereiken. De stem van Schard vond ze gemakkelijker dan die van Anna, wellicht omdat de laatste nogal passief is, zoals Toef stelt. Over de twee stemmen heen ligt nog een alwetende verteller, die enige afstand neemt.

Toef zegt dat er in het boek veel te lachen valt en vraagt wat het onderzoek Nina heeft opgeleverd. Nina trekt slechts een tussenconclusie. Ze heeft de tragiek van Benya verwerkt. 
Op verzoek van Toef leest Nina het eind voor waarin Anna tot haar ontsteltenis gevraagd wordt zelf moeder te worden. Toef vraagt of haar werk voor De Groene Amsterdammer en De Correspondent invloed had op de roman. Nina antwoordt dat filmregisseurs meer invloed hebben gehad, zoals Pedro Almodóvar en Woody Allen, die doorklinkt in de dialogen. Ze studeerde in de VS moderne joodse literatuur, maar vindt, ondanks de vaststelling van Toef dat angst voor verlies een belangrijk thema is, niet dat haar boek binnen de joodse traditie past. 
Tenslotte gaat ze in op het motto ontleend aan de romantische dichter William Wordsworth. In diens gedicht gaat het over een symbiotische relatie tussen moeder en kind, die zich op een klif boven de zee bevinden. We zullen niet te pletter slaan, zegt de moeder en drukt daarmee de ambivalentie uit tussen comfort en dreiging. 
Toef eindigt ermee dat ze hoopt dat Nina haar onderzoek afrondt, al zou het voor de literatuur beter zijn als dat nog een tijdje zal duren.

Hier vertelt Nina Polak uitgebreid over haar roman op Lezen.tv.


  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen