Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 12 oktober 2011

Recensie: De apotheker van Auschwitz (2010), Dieter Schlesak


Onderzoek naar de wandaden van een Roemeense apotheker.

De erbarmelijke toestanden in de concentratiekampen tijdens de tweede wereldoorlog zijn duidelijk vastgelegd. Ik herinner me als de vreselijke televisiebeelden van Lou de Jong. Later las ik de getuigenissen van Primo Levi, Elie Wiesel en Gerard Durlacher, om maar een paar bekende namen te noemen. Deze mensen hadden de ellende overleefd, schreven erover en bezweken er, zoals Primo Levi, later toch nog aan.

Een nieuwe generatie beschrijft het kampleven van enige afstand, maar daarom niet minder indringend. Net als Jonathan Littell in De welwillenden heeft de van oorsprong Roemeense Dieter Schlesak heeft voor een romanvorm gekozen. Hij beschrijft het kampleven vanuit dokter Capesius, die in de plaats Schärssburg een apotheek had, waar Schlesak vaak pepermuntjes kocht. Capesius werd gevraagd om in Auschwitz de oude apotheker op te volgen.

Dat dit boek als roman wordt aangeduid, heeft volgens vertaler Jacq Vogelaar te maken met de ingreep in het materiaal. ‘Het is een roman doordat het vertelperspectief verdeeld wordt over een groot aantal betrokkenen. De schrijver opereert daarbij eerder als regisseur dan dat hij degene is die het grote verhaal stilistisch bepaalt.’
Volgens Elie Wiesel kan dat ook niet: een verhaal over Auschwitz is geen verhaal of geen verhaal over Auschwitz.

Aan de hand van getuigenissen gedaan in het Auschwitz-proces, dat in 1964 in Frankfurt werd gehouden, én gesprekken met een fictieve gevangene, Adam genoemd, een personage dat is opgebouwd uit verschillende gevangenen en die in het Sonderkommando werkzaam was dat de lijken uit de crematoria haalde, wordt de gang van zaken in Auschwitz uit de doeken gedaan. Zwaartepunt vormt de vernietiging in 1944 van bewoners uit de streek Transsylvanië (in het boek steevast Zevenburgen genoemd), een oorspronkelijk Roemeens maar tijdens de oorlog Hongaars gedeelte dat aan het Duitse Reich grensde.

Schlesak heeft ook gesprekken gevoerd zijn oom Roland Albert, die in Auschwitz wachtkommandant was en met Capesius, die zonder veel kleerscheuren het kamp overleefde. Beiden nemen zij geen enkele schuld op zich. Roland zwetst en Capesius heeft zichzelf vrijgepleit van het selecteren van de nieuwkomers, het roven van hun waardevolle spullen en van het bewaren van het Zyklon B gas. Voorbeelden van de vervalsingen van de werkelijkheid die Capesius in brieven aan andere daders voorstelde, worden in het boek gegeven. Het boek is vooral bedoeld om inzicht te geven in de werking van de ontroeiingsmachine van de Nazi’s en dat is Schlesak uitstekend gelukt.

Het documentaire-achtige verhaal leest als een thriller. De schrijver poogt de misdaden van de leugenachtige apotheker te achterhalen. Hij wendt zich daartoe allereerst tot Adam die als lid van het Sonderkommando - een eufemisme, zoals zoveel termen de werkelijkheid moesten verdoezelen - zijn waarnemingen op asrolletjes heeft genoteerd en daarover ook vertelt.
De gesprekken die Schlesak met hem, Capesius en met Roland Albert voert doen denken aan de indringende gesprekken die Claude Lanzmann met overlevenden van het concentratiekamp voerde, slachtoffers zowel als daders.
Volgens Adam zijn er geen overlevenden. Zijn belevenissen kunnen niet verteld worden.
‘Zo vergaat het iedereen, zei Adam, wij die het beleefd hebben, komen uit een andere wereld…. een afgrond scheidt ons van jullie, en dat is een soort leegte van gruwelen, het heeft met het naakte leven te maken en weinig met de afgrond tussen daders en slachtoffers; of het is zo dat al degenen die het niet weten of blijven als voorheen tot de daders behoren! Want sinds dát gebeurd is, is alles op aarde veranderd! 

Aangrijpend is de beschrijving van de muzelmannen, die vel over been zwalkend over het terrein rondliepen, de Rode Kruis-vrachtwagen die het gas vervoerde naar de crematoria, de kinderen die zonder pardon tegen de muur werden doodgeslagen, de vaderlijke manier waarop Capesius tegen nieuwkomers zei dat ze eerst maar eens lekker onder de douche moesten gaan en hij vervolgens hun sierraden roofde, Auschwitz als paradijs voor genetisch onderzoek, de treurige thuiskomst van veel gevangenen. Het zou teveel zijn als de focus niet gericht was op de (on)waarachtigheid van de apotheker en als er ook geen menselijkheid zou zijn, zoals in de getuigenis over Rosa die niet doorsloeg over een opstand van het Sonderkommando, hoe erg zij ook gemarteld werd. Het zegt iets over de aard van de mens, die als hij vertrapt wordt, alleen maar in waarde stijgt. Het waanidee dat een mens vernietigd zou kunnen worden! Adam noteerde over een executie van een meisje door nazi Boger het volgende op bijna poëtische wijze:
‘Ik zie het: een klein meisje met vlecht heel alleen hoort wat ik ook hoorde… Bordeaurood het jurkje, handje tegen haar dij als een soldaat. Kijkt langs haar lichaam naar beneden, veegt het stof van de schoentjes. Dan weer stil. Boger komt. Neemt het kind bij het handje. Het loopt braaf met hem mee naar de zwarte muur. Hij zet het daar neer met het gezicht naar de muur. Het draait zich nog een keer om, kijkt hem aan. Grote bruine ogen. Boger draait het weer met het hoofd naar de muur. Doet twee stappen achteruit, neemt het karabijn, richt hem op de nek van het kind, doet twee passen vooruit. Schiet. Geur van kruit en bloed. Het meisje knakt ineen, valt. Geluidloos. Handeling, tijd. Verraad. Het woord ‘vlecht’, ‘kindje’, ‘kijkt’- verraad. Telkens dat weer. En. Niets. Er werd geen woord gesproken, Niets dan het schot; trippelen, laarzen, kraken van het schot. Hanen. Hondengeblaf. En stromend bloed… Dikke vliegen blauwgroen glinsterend. Beton.’ 




1 opmerking:

  1. Hoi Rein, Ik ben ook met literatuur bezig. Ook vanwege interesse, maar ook om andere redenen. Kom je ook even langs op mijn blog. Je zit dat dat ik een andere invalshoek heb, maar dat moet niets uitmaken. Ook ben ik nog niet zo lang bezig met bloggen.Ik moet er nog mee leren omgaan, Maar waar haal je de tijd vandaan, he?
    Mijn blog is astridwillemse.blogspot.nl

    Ik wens je succes hier en misschien tot 'blogs'

    BeantwoordenVerwijderen